[Verzonden op 25 augustus 2026 vanuit Rijeka]
Eerste stop: München
Nu we met de trein reizen, hebben we onderweg alle tijd om te lezen, naar buiten te kijken en het schrijfwerk bij te houden. Zo kan ik eindelijk eens op tijd aan de brief beginnen. De eerste dag (vrijdag) reizen we vanaf Ede via Arnhem naar München, waar we een nachtje slapen. Bij Emmerich horen we niet te stoppen, maar aangezien de Duitse spoorwegen tegenwoordig ook goed in vertraging zijn, stoppen we daar vanwege een ‘technisch mankement’. Na een half uur is de vertraging naar tevredenheid van de spoorwegen opgelopen en gaan we verder. De rit voert vooral langs steden en vlak land dat duidelijk lijdt onder de aanhoudende droogte. Met een klein uur vertraging komen we aan het eind van de middag aan in München waar de wandeling naar het eind van het perron ongeveer even lang is als die van het station naar het hotel.
We gaan nog snel de stad in om nog zoveel mogelijk te bekijken. We zien diverse prachtige kerken, waaronder de barokke St. Michielskirche met een prachtig plafond en de enorme Frauenkirche met een leeg siergraf (Xenotaph) van een hotemetoot uit de 13e eeuw. We bekijken de grote fontein op de Karlsplatz en zien de prachtige Marienplatz met het oude stadhuis met fraai binnenplein en leuke torens, heel wat mooier dan het saaie stadhuis van Ede. De wandeling voert een heel stuk langs de door bomen omzoomde Isar, de rivier die dwars door München stroomt. Op eilandjes in het midden van de rivier zoeken mensen op stenige strandjes en in het water verkoeling voor de hitte. Wat dat betreft is het goed dat we de wandeling pas zo laat beginnen. Zo zien we in een paar uur tijd toch nog aardig wat van de stad. Als we tegen half negen nog net een plaatsje weten te vinden in een druk restaurant zijn we niet alleen toe aan een hapje eten, maar ook aan een groot glas koud bier.
Door naar Zagreb
Vanaf München gaan we in een lange rit rechtstreeks naar Zagreb, de hoofdstad van Kroatië. In tegenstelling tot gisteren is de trein vandaag heel druk, zelfs zo druk dat mensen moeten staan. Wij hebben gelukkig gereserveerde plaatsen. We reizen vandaag door vier landen, eerst nog een stuk door Beieren, dan een flink stuk door Oostenrijk, daarna door Slovenië en tenslotte Kroatië. Onderweg in Oostenrijk hebben we prachtige uitzichten op de hoge bergen van de Alpen met onder de ruige kale toppen, groen beboste hellingen en lieflijke Oostenrijkse bergdalletjes. Helaas heeft de trein geen airco, waardoor we te midden van het fraaie Alpenlandschap langzaam weg zitten te smelten. Vooral als de trein stilstaat, is het niet te harden. Keurig op tijd arriveren we tegen half acht in Zagreb, ons hotel ligt vlak bij het station. Nadat we in de trein half gaar gekookt zijn, zijn we reuze blij dat de kamer hier een goed werkende airco heeft. Tijd om weer een beetje af te koelen. Gezien de aankomsttijd stellen we de bezichtiging van Zagreb uit tot morgen. Voordat ik daaraan begin, eerst wat achtergrond informatie over Kroatië, het land waar we voorlopig even blijven.
Over Kroatië
De vreemde vorm van Kroatië, die iets weg heeft van een halvemaan of een hoefijzer, zorgt voor vele buurlanden en lange grenzen: Slovenië, Hongarije, Servië, Bosnië en Herzegovina, Montenegro en via de Adriatische Zee ook Italië. Het vasteland is in het zuidoosten gescheiden door een miniem stukje kustlijn van Bosnië en Herzegovina vlak bij Neum. Hierdoor vormt het gebied rond Dubrovnik een exclave tussen Bosnië en Herzegovina en Montenegro.
Uit de vele fossielen van Neanderthalers van zo’n 130.000 jaar oud, blijkt dat het huidige Kroatië al in de prehistorie werd bewoond. In de klassieke oudheid was Kroatië onderdeel van een gebied dat Illyrië genoemd werd. In 168 v.C. werd Illyrië een vazalstaat van het Romeinse Rijk. In de eerste helft van de 7e eeuw werd het gebied geteisterd door invasies van de Avaren, een Turks nomadenvolk. De Romeinen die deze veroveringen overleefden trokken zich terug naar de kust waar ze Dubrovnik stichtten. De Kroaten arriveerden ook in de 7e eeuw in het gebied . Grote delen van de kust hoorden destijds echter nog bij het Byzantijnse Rijk. Vanuit hier werd de kerstening van de Kroaten bewerkstelligd. Hoewel Kroatië in de volgende eeuwen door diverse machten zou worden veroverd, is het koninkrijk tot 1918 formeel blijven bestaan.
Vanaf 1433 werd Kroatië geteisterd door Osmaans-Turkse invasies. In 1526 kwam de Hongaarse koning Lodewijk II om, waardoor de Kroaten de Habsburgers als de nieuwe leiders kozen. Het gebied bleef lange tijd instabiel en werd dan eens door de Turken en dan weer door de Habsburgers veroverd. Uiteindelijk bleek de Habsburgse heerschappij efficiënt tegen de Ottomanen en eind 18e eeuw was het grootste deel van Kroatië niet meer van de Turken. Dalmatië was van de Venetianen. Na de Eerste Wereldoorlog werd de Staat der Slovenen, Kroaten en Serven opgericht. Nadat deze staat in 1918 verenigd werd met het koninkrijk Servië en Montenegro, heette het koninkrijk der Serviërs, Kroaten en Slovenen, in 1929 omgedoopt tot koninkrijk Joegoslavië met koning Alexander I als staatshoofd. In 1941 werd Joegoslavië vanuit diverse windrichtingen aangevallen door nazi-Duitsland, Italië en hun bondgenoten. Het koninklijke leger werd verslagen en Kroatië werd met Bosnië en Herzegovina en Syrmië verenigd in de Onafhankelijke Staat Kroatië, een fascistische vazalstaat onder Ante Pavelić, die in de Tweede Wereldoorlog 250.000 tot 500.000 Serviërs ombracht. Het brute regime van Pavelić genoot weinig populariteit en velen steunden daarom de Joegoslavische Partizanen onder Josip Broz Tito, die Joegoslavië uiteindelijk bevrijdden van de Asmogendheden.Na de overwinningen van de communistische partizanen werd het Joegoslavië van voor de oorlog weer herenigd onder het communistisch regime van Tito, waarin Kroatië een deelrepubliek werd. Tito slaagde erin de volkeren van Joegoslavië bijeen te houden door middel van het onderdrukken van nationalisme. Toen Tito in 1980 overleed leefde het nationalisme van de bevolkingsgroepen op en begonnen de Kroaten meer autonomie en later onafhankelijkheid na te streven. Op 25 juni 1991 verklaarde Kroatië zich, tegelijk met Slovenië, onafhankelijk. Het federale nationale leger van Joegoslavië accepteerde dit niet en viel Kroatië binnen. De Kroatische Serviërs hadden al in 1991 de republiek Servisch Krajina uitgeroepen, waardoor Kroatië over een derde van zijn grondgebied geen gezag meer had. Hier maakte het offensief van generaal Ante Gotovina een einde aan. In Operatie Storm veroverde hij grote delen van de Krajina wat resulteerde in een massale exodus van Serviërs. Kroatië is in 1996 lid van de Raad van Europa geworden en is sinds 2009 lid van de NAVO. Het land werd op 1 juli 2013 lid van de EU, als tweede land van het voormalige Joegoslavië en als 28e lidstaat en behoort tot de Schengenlanden. Eind 2022 werden ze lid van de Eurogroep.
Het Kroatische landschap is gevarieerd en omvat graslanden, meren en heuvels in het continentale noorden en noordoosten, dicht bebost berggebied bij Lika en Gorski Kotar en de Dinarische Alpen, een rotsachtige kustlijn langs de Adriatische Zee en talloze eilanden in de Adriatische Zee. Kroatië telt een groot aantal nationale parken en natuurparken. Er zijn meer dan duizend Kroatische eilanden, waarvan Cres en Krk de grootste zijn. Het klimaat is gevarieerd. In het noorden en oosten heerst een landklimaat, langs de kust is het klimaat mediterraan. Nu wij er zijn, horen ze bij de Tropen.
Zagreb
Terug naar onze reis en onze dag in Zagreb. Het hotel serveert al vanaf zes uur ontbijt, dus we beginnen de dag vroeg. Ook vandaag beloven ze ons weer temperaturen dik in de 30 graden, dus hoe eerder we op pad zijn, hoe beter. Zagreb, de hoofdstad van Kroatië, is verdeeld over twee wijken: het lager gelegen Donji Grad en het hoger gelegen oude centrum Gornji Grad. Het historische centrum was vroeger omgeven door dikke stadswallen met hier en daar poorten. Zowel van de stadswallen als van de poorten kun je nu nog delen bewonderen. Om alles te zien heeft Rik een stadswandeling van de wandelapp Komoot opgezocht, maar die slingert zo kris kras door de stad dat we van hot naar her lopen. Via een bordje naar een tunnel die dicht is, vinden we een trap die naar de bovenstad (Gornji Grad) voert. Na een lange klim komen we uit bij het bovenstation van een trammetje dat in een kleine minuut van de onderstad naar de bovenstad rijdt en daarbij 66 m klimt. Vanaf daar heb je prachtig uitzicht over de stad onder je. Op advies van de wandelapp lopen we een overdekte galerij in, de Octogon. In het midden is een prachtige achthoekige koepel met glas in lood dak.
Een van de belangrijkste bezienswaardigheden is het Sint-Marcusplein met het hooggerechtshof en het parlement, maar vooral de 13e-eeuwse Sint-Marcuskerk. De kerk is beroemd vanwege zijn bijzondere dak met de glimmende rood- en blauwgekleurde dakpannen die niet alleen in fraaie geometrische patronen zijn gelegd, maar ook het wapen van Kroatië en Zagreb afbeelden. Het wapen van Zagreb is niet zomaar iets: een kasteel, drie luipaardkoppen, een geblokte vlag, een zwarte marter en een zespuntige gouden ster. Maak dat maar eens van dakpannen. De kerk kunnen we niet van binnen bekijken. Het hele plein is afgezet en wordt bewaakt door stoere mannen in uniform.

St Marcuskerk in Zagreb
Ook de 13e-eeuwse Sint Stefanus-kathedraal in de bovenstad is een beroemdheid. Het is het hoogste gebouw van Kroatië, gebouwd in neogotische stijl en voorzien van twee met bloemornamenten versierde torens van 108 meter hoog. Helaas, helaas, de torens en de kathedraal zijn kennelijk toe aan grondig onderhoud en staan stevig verpakt achter doeken en steigers. We kunnen een klein stukje van de ingang zien en dat is het. Via hekken kan je nog wel naar de kathedraal, maar omdat de mis bijna gaat beginnen, mogen we alleen kijken vanaf de deur. We hebben beter zicht bij de Stenen Poort die in de 13e eeuw diende als doorgang naar Gornji Grad. In de poort is een schilderij van Maria met kind, dat op wonderlijke wijze de grote brand van 1731 heeft overleefd. Het schilderij hangt nu afgeschermd achter een ijzeren hek in een kapel die speciaal hiervoor is gebouwd. Sinds de brand schrijven gelovigen wonderbaarlijke krachten toe aan het schilderij en is de plek een bedevaartsoord voor de lokale bevolking. Ze komen er bidden en steken kaarsjes op. Het flikkerende kaarslicht danst op de muren vol met tegeltjes waarop bedankjes en gebeden voor Maria staan.
Maar ook de minder bekende dingen in de stad zijn leuk. Zo komen we in een straat een klein vierkant torentje tegen met poezentekeningen er op. Wat blijkt? Het is een onderkomen voor katten met beneden voer- en waterbakken en daarboven twee etages waar je als kat heerlijk in het stro of of een dekentje kan slapen. Een gratis kattenhotel. Ook belanden we onverwacht in een immens lange tunnel die dwars door het centrum loopt. Het blijkt een tunnel uit de Tweede Wereldoorlog die zowel als passage als al schuilkelder diende. Nu is het een – gedeeltelijk toegankelijke – toeristische attractie. Je kan in Zagreb ook terecht voor souvenirs. Bekendste souvenirs hier zijn de stropdas (kravat), vernoemd naar de Kroaten die hem droegen tijdens de Dertigjarige Oorlog in de 17e eeuw en de balpen, uitgevonden door een zekere Penkala, die toentertijd in Zagreb woonde. We slaan beide over.

Kattenhuis Zagreb
Omdat de temperatuur flink opgelopen is, zoeken we ons heil in een museum en wel in het museum van Verbroken Relaties, een museum met de meest uiteenlopende spullen. Alles is geschonken na een om welke reden dan ook uiteen gevallen relatie van vrienden, collega’s, partners. Een van beide scheidende partijen heeft daarbij een voor hem of haar dierbaar voorwerp achtergelaten. Zo is er een hondenspeeltje achtergelaten door iemand die vertrokken is zonder zijn hond en zijn speeltje mee te nemen (de hond was niet geschikt voor het museum) en een door een verliefde puber gebreide das voor zijn vriendinnetje die inmiddels niet meer verliefd was, maar het niet uit durfde te maken toen de sjaal nog gebreid werd. Niet alle voorwerpen en (anonieme) achtergrondverhalen zijn even interessant , maar het idee van zo’n museum is wel origineel.
Aangezien we de volgende dag pas rond het middaguur uit Zagreb vertrekken, hebben we nog genoeg tijd om rond te kijken. De grote markt vol verse waar verkocht door de lokale bevolking uit de omgeving, stelde gisteren (zondag) weinig voor. Die doen we vandaag in de herhaling, maar ook vandaag is die niet groot, een flink deel is dicht vanwege de zomervakantie. Bovendien vallen de ‘producten van de lokale bevolking’, zoals omschreven staat, tegen. Die kweken geen dozen ananassen en bananen. Vlakbij het station is de de botanische tuin, een grote tuin die deels prima onderhouden is en goede uitleg geeft, maar ook stukken heeft waar zevenblad de boventoon voert. Overal liggen slangen met ingewikkelde koppelstukken, want ook hier is het al veel te lang droog. Ook al bloeit er nu half augustus niet veel meer, het is toch een fijne plek om even rond te wandelen.
Via Gospic naar Plitvice NP
Ruim op tijd zijn we bij het station voor onze reis, eerst per trein naar Gospic en dan per auto naar het Plitvice Nationale Park. In tegenstelling tot de trein naar Zagreb is deze trein heel rustig en werkt de airco wel. We hebben de hele weg een zes persoonscoupé voor onszelf. We rijden door een prachtig heuvelachtig karstlandschap dat fraai bebost is en waar we af en toe watertjes en meertjes zien. We zitten nu echt op het platteland met alleenstaande huisjes en kleine dorpjes met kerkjes met mooie uivormige koepels. Af en toe zien we een kudde schapen of grote rollen met vers hooi.
In Gospic zouden we opgepikt worden door een auto om ons naar Plitvice NP te brengen. We worden niet door een regulier taxibedrijf gebracht, dat is hier niet, een lokaal garagebedrijf doet deze ritten. We komen met een kwartier vertraging aan en verwachten meteen de auto te zien op het verder verlaten station. Maar er staat niemand. Even zijn we bang dat de chauffeur dacht dat we er niet waren, omdat we met de tassen trap af en trap op wat langzamer zijn dan het handjevol andere passagiers, maar dat is erg onwaarschijnlijk. We sturen dus maar een WhatsApp bericht. Aangezien er na het versturen weinig gebeurt, bellen we ook maar even. We hebben direct contact. Ik leg uit dat we op het station staan en op een auto wachten. De andere kant vraagt op welke auto. Laat ik daar nou geen idee van hebben, dus ik leg uit dat we op het station staan en .. maar dan valt het kwartje. De dame roept: ‘Ik begrijp het, ik begrijp het. De chauffeur is er met vijf minuten’. Inderdaad verschijnt niet veel later onze auto. Vanwege het garagebedrijf hadden we een stevig gebouwde monteur in overall verwacht, maar wie zit er achter het stuur? Een dame die je eerder verwacht op een krukje achter een houten tafeltje om haar gevarieerde oogst aan tomaten, uien, kruiden en abrikozen uit eigen moestuin te verkopen. Voordat we zelf de tassen in de kofferbak kunnen leggen, heeft zij ze er al ingetild en haar kordate en robuuste rijstijl heeft ook niets weg van de oude dametjes die hun auto – die altijd in de garage heeft gestaan – verkopen. Na een uurtje zijn we bij ons hotel dat tegen het park aan ligt en bij het park hoort.
Over Plitvice NP
Het Plitvice Nationale Park is het oudste en met zijn 300 km2 grootste nationale park in Kroatië. Het park is al in 1949 uitgeroepen tot nationaal park vanwege de tufa (of travertijn) vorming (daarover later meer), waardoor de meren en watervallen konden ontstaan. Om die reden in 1979 opgenomen op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO. Het park bestaat vooral uit bos met kleinere gedeeltes grasland. De meren, het drukst bezochte en beroemdste deel van het park, beslaat slecht 1% en bestaat uit 16 meren met naam en nog een groot aantal kleinere meren zonder naam.
Het park is onderdeel van de Dinarische karst regio en bestaat uit een van de meest indrukwekkende karstlandschappen van de wereld met bijzondere geologische, geomorfologische en hydrologische eigenschappen. Het karst reliëf is naast de invloed van tectonische bewegingen (vouwen, spleten en plooien), vooral gevormd door het kalk- en dolomietgesteente die beide uiterst gevoelig zijn voor chemische en mechanische verwering. Water dringt door allerlei openingen het kalkhoudende gesteente binnen dat hij onderweg oplost en later in allerlei vormen als torens en kolommen weer afzet. De samenstelling van het minder doorlatende dolomiet uit het Trias en zeer doorlatende kalksteen uit het Krijt, hebben ervoor gezorgd dat het water vastgehouden werd in het dolomietgesteente en diepe canyons werden uitgeslepen in het kalksteen. Zo is het merensysteem verdeeld in de bovenmeren en de ondermeren. De bovenmeren zijn het grootst in oppervlak en volume en hebben dankzij het dolomiet een glooiende kustlijn, terwijl de benedenmeren in de smalle kalksteen canyons gevormd zijn en steile oevers hebben.
Het systeem van de via watervallen in elkaar overlopende meren van diverse grootte is te danken aan het biodynamische proces van tufa vorming. De tufa – een poreus gesteente gevormd door de neerslag van calciumcarbonaat dat doorgaans restanten van planten, ongewervelden en bacteriën bevat – vormt barrières waardoor het waterpeil stijgt en meren uiteindelijk overlopen in lager gelegen meren. Het kan alleen ontstaan in water dat oververzadigd is met calcium dat in het water opgelost is als calciumbicarbonaat. Bij richels en vooral bij de tufa barrières slaat calciumcarbonaat neer en vormt zo kristallen. Belangrijk daarbij is dat de kristallen kunnen hechten aan stoffen die door microscopisch kleine planten en bacteriën (blauwalgen) worden uitgescheiden. De kristallen groeien aan en de uiteindelijke tufa wordt gevormd onder invloed van mossen, ongewervelden en andere organismes. Vooral op verticale wanden kunnen mossen snel ‘verstenen’. Een zeer complex proces resulterend in een adembenemend mooi landschap.
Wandelen in Plitvice NP
In het park zijn rondom de meren diverse wandelingen uitgezet en omdat we de hele dag de tijd hebben, kunnen we een lange wandeling doen waarbij we het hele merendistrict kunnen bewonderen. We hoeven vanuit het hotel niet ver te lopen. Binnen vijf minuten staan we al bij de ingang van het park. We starten eerst met een mooie rit van de pendelbus die ons op een ver punt afzet. We beginnen met de bovenmeren. Wat we al verwacht hadden is waar. Het is een drukke en toeristische plek en we lopen er bepaald niet als enige twee. Hordes mensen wandelen er ook. Als wij na de busrit starten met lopen, starten we met twee busladingen tegelijk. Op de meeste stukken is het snel wat rustiger, maar we wandelen de hele dag tussen de mensen. De pracht van het gebied maakt het toch meer dan waard om hier te zijn. We hebben onderweg zulke schitterende uitzichten over groen-blauwe meren met kraakhelder water. Overal zijn watervalletjes en rondom de meren zijn beboste heuvels waarvan sommige door de droogte zelfs al herfstkleuren beginnen te krijgen.

Plitvice
Na een lange wandeling komen we bij het grootste meer (Lake Kozjak). Daar wachten we op de boot voor een boottocht over het meer – allemaal inbegrepen in het ticket – naar de overkant. De boot kan 100 mensen aan en aangezien er maar op weinig punten wc’s zijn, is plassen na aankomst voor dames een aardig tijdrovende bezigheid. We wandelen verder naar de grote waterval. Daar wil iedereen naar toe en daar is het ook echt druk. Maar ook deze waterval is met zijn 62 meter zo geweldig mooi. Via nog meer prachtig in de zon spiegelende meren vol kleine visjes gaan we verder steeds met schitterende uitzichten . We komen bij een andere halte van de pendelbus, maar besluiten langs de oever van het grote meer terug te lopen naar het hotel. Die route is niet opgenomen in een van de uitgezette wandelingen en gelijk een stuk rustiger. De winkel die we na de wandeling zoeken blijft dankzij een onwillige Google maps lang verborgen. Als we hem eenmaal gevonden hebben blijkt hij gesloten voor inventarisatie. Wie doet dat op een dag in het hoogseizoen? Na thuiskomst genieten we thuis bij een zeer aangename temperatuur van ons balkon.

Plitvice
Ook de volgende dag hebben we nog volop tijd om van het park te genieten en doen we een wandeling die grotendeels over een nieuw pad voert. Het park lijkt vandaag rustiger dan gisteren en we kunnen sommige watervallen nu zelfs zonder andere mensen bewonderen. Het blijft een adembenemend mooi park en het is heerlijk om er te wandelen.
Naar Split
Om vier uur pikt het garagebedrijf ons weer op voor de terugrit naar Gospic, waar we op dezelfde trein stappen waar we twee dagen eerder uitgestapt zijn om onze rit naar Split te vervolgen. We zijn ruim voor vertrektijd op het station waar ze zowaar een wachthal hebben met acht stoelen, vier kapotte en vier hele. De stationsdame komt informeren waar we heen willen: Split of Zagreb, we willen naar Split. De tijd waarop de trein hoort te komen en te vertrekken verstrijkt zonder dat er een trein verschijnt, maar even na zes uur, met een klein half uur vertraging, verschijnt de perrondame en niet veel later de trein. We sjouwen de spullen naar dezelfde stoelen als naar Gospic en installeren ons voor een lange rit.
Omdat de balie van het hotel om 11 uur sluit en we door de vertraging laat aankomen, is het de vraag of we nog op tijd bij het hotel zijn, dus stuur ik een WhatsApp berichtje naar het hotel. We hoeven ons geen zorgen te maken, als we te laat zijn, stuurt ze ons een self-checkin code. Gelukkig loopt de trein iets van de vertraging in en arriveren we om 10.00 uur met een kwartier vertraging.
De Treinreiswinkel heeft beschreven hoe we bij het hotel komen. We worden eerst over de boulevard gestuurd en moeten dan afslaan en door de straatjes van de citadel. We denken de aangegeven poort te vinden, maar komen in een tunnel terecht met een trap omhoog en omlaag en moeten daarna door een stikdonker stuk. Onze instructie is rechtdoor tot een pleintje met de kathedraal, maar als we uit de donkere tunnel komen, kunnen we of links of rechts een trap op. Aangezien iedereen links gaat, zeulen wij de tassen ook maar de linker stenen trappen op. We hebben geen benul meer waar we zitten en waar ons hotel is, dus Rik pakt Komoot er bij. Daar heeft hij van tevoren alle routes naar de hotels in gezet. Van de wirwar aan straten en pleintjes is geen chocola te maken, maar Rik wijst ons toch aardig de goede richting uit en het hotel komt dichterbij. We komen uit op een pleintje, het hotel moet vlakbij zijn, maar waar? Marija van het hotel stuurt een berichtje om te vragen of we in de buurt zijn, ik omschrijf ons pleintje, terwijl een ontzettend vriendelijke man met Rik aan het uitvlooien is waar ons hotel is. De aardige man verdwijnt om het hotel te zoeken, ik krijg een Whatsappje met ‘Wacht maar even’. Vriendelijke man en Marija komen vrijwel direct tegelijkertijd aan. Het hotel is om de hoek in een heel smal straatje. We hadden zelf nog lang kunnen zoeken. Nadat we in het hotel ook de tassen nog de trap op hebben gezeuld en ons niet werkende sleutelkaartje vervangen is door een werkend kaartje, zijn we blij dat we weer ‘thuis’ zijn.
Split
Split, de grootste en belangrijkste stad in Dalmatië, is gelegen op een klein schiereiland in de Adriatische Zee. Het hart van Split wordt gevormd door het paleis van de Romeinse keizer Diocletianus. In heel Europa vind je niets zoals dit paleis. Het is een prachtig bewaard gebleven 4e-eeuws complex. Het is zo groot dat het eerder een citadel is dan een paleis. In de 7e eeuw vestigden zich in het enorme gebouw de eerste stadsbewoners, gevlucht omdat hun stad geplunderd werd door de Avaren. Vanaf 1420 behoorde Split tot Venetië, en in 1797 viel het toe aan Oostenrijk-Hongarije. In 1918, na de Eerste Wereldoorlog, viel Oostenrijk-Hongarije uiteen en ging Split met Dalmatië horen bij het Koninkrijk van Serviërs, Kroaten en Slovenen dat toen werd opgericht en in 1929 Joegoslavië ging heten. In de jaren 1941 - 1943 maakte Split deel uit van Italië, maar na de Tweede Wereldoorlog kwam het weer in bezit van Joegoslavië.
Ook nu nog wordt het centrum van Split gevormd door het oude paleis, waarin huizen, winkels, markten, paleizen en kerken zijn gevestigd. Een mooi voorbeeld van hergebruik is de Kathedraal van Sint-Domnius, genoemd naar Domnius, de beschermheilige van de stad. Deze rooms-katholieke kathedraal is ontstaan rondom het mausoleum van christenvervolger Diocletianus. De originele ring van Romeinse zuilen vormen nu het hart van de kathedraal. De middeleeuwse klokkentoren, herbouwd in 1908, torent hoog boven de stadsmuur uit. In 1979 werd het paleis van Diocletianus, en daarmee een groot deel van het stadscentrum, op de Werelderfgoedlijst van UNESCO geplaatst.
Wij geloven de hoge klim in de klokkentoren wel, maar bewonderen de kathedraal, de inderdaad prachtig is en een niet alledaagse vorm heeft vanwege het hergebruik van het mausoleum. We bezoeken het kerkelijk museum dat fraaie processiedingen, met edelstenen ingelegde kelken en mijters en – eerlijk gezegd foeilelijke – schilderijen uit de 16e, 17e en 18e eeuw tentoonstelt. De doopvont is ook weer zo’n wonderlijke mengeling van stijlen met een katholieke doopvont, tombes van bisschoppen, deurlijsten met Romeinse goden en een Egyptische sfinx. In de stad is ook nog een toegankelijk stukje ondergronds gangenstelsel – daar kwamen we gisteren vanuit de trein al terecht – wat we nu beter kunnen waarderen. Op enkele plaatsen kan je nog een originele Romeinse vloer of pilaar vinden. In de straatjes van de citadel zijn talloze paleizen, vrijwel onherkenbaar, doordat alles in de kronkelige straatjes op en in elkaar is gebouwd en elke meter benut wordt door horeca, nog meer horeca, hotels en een afwisseling van winkels waar je souvenirs, juwelen, badeendjes, kleding, schoenen en nog meer badeendjes of souvenirs kan kopen. De oude binnenstad is echt de moeite waard, maar ook heel heel erg heet en heel, heel erg druk.

Split
‘s Middags maken we een wandeling naar de 170 meter hoge heuvel Marjan aan de westrand van het centrum. De heuvel is bebost met cipressen en mediterrane pijnbomen en herbergt enkele kerkjes, een dierentuin en een begraafplaats. Het is – afgezien van de ongenadige zon en de gemeen hoge temperatuur – een mooie plek om te wandelen en een van de rustigere plekken van Split. Tijdens de wandeling hebben we geregeld prachtige uitzichten over Split, de Adriatische Zee en de vele eilandjes voor de kust. Het idee dat we een stadspark wel af zouden kunnen zonder wandelschoenen, blijkt een misvatting. Onze wandeling voert over stijgende en dalende paden met onregelmatige stenen waar wandelschoenen heel wat beter raad mee weten dan gewone schoenen. Als we om zes uur weer afgedaald zijn naar de binnenstad, vinden de voeten het ook echt wel mooi geweest.
Van Split naar Korčula
Na een dag in het drukke Split hebben we een lange reisdag voor de boeg. Vanaf Split reizen we met de veerboot naar het eiland Korčula en later op de dag met een boot door naar Dubrovnik. Korčula, gelegen in het zuiden van de Adriatische Zee, is een van de grootste eilanden voor de kust van Kroatië. Het eiland is 50 km lang en 7 km breed en behoort tot een uit 48 bewoonde eilanden bestaande archipel. Volgens de website vertrekt de grote veerboot van kade 18, maar een medewerker stuurt ons naar kade 19. Aan beide kades liggen enorme veerboten van de maatschappij waarmee wij varen. Het personeel van een van de boten helpt ons uit de brand. De boot langs kade 18 draagt dezelfde naam als die op ons ticket staat en zij weten zeker dat de boot naar Vela Luka gaat. De naam van de boot lijkt ons een betrouwbare aanwijzing, dus we gaan net als iedereen via het autodek aan boord. Het is een enorme boot, flink groter dan de grootste veerboot naar Texel.
De veerboot doet er officieel 2,5 uur over naar Vela Luka aan de westkant van Korčula, maar stukje extra varen is nooit weg, dus doen we er drie uur over. In Vela Luka pikt een taxi ons op om ons naar de hoofdplaats, Korčula Stad, te brengen. Na wat zoeken vinden de chauffeur en wij elkaar en een heel aardige Nepalese chauffeur die hier ‘s zomers werkt, rijdt ons over het eiland. Korčula is een dichtbegroeid eiland met veelal een dichte bebossing met steeneiken, aleppodennen en allerlei struikgewas. Geregeld zie je aan een van beide kanten de kust met helder water. Onderweg passeren we kleine dorpjes en talloze wijngaarden. Maar ook hier heeft de extreme hitte zijn tol geëist. Langs de weg zien we groot stuk bos dat volledig verbrand is. Het gebied heeft vijf dagen in brand gestaan.

Korcula
Korčula is niet alleen beroemd om zijn wijn, maar de grootste troef is Marco Polo. Het eiland staat bekend als geboorte-eiland van de befaamde ontdekkingsreiziger uit de 13e eeuw. Natuurlijk kent iedereen hem als een Italiaan, maar in zijn tijd hoorde het eiland bij de stad Venetië. Hoewel de bewijzen dat Marco Polo echt in Korčula Stad geboren werd, op z’n zachtst gezegd vaag zijn, wordt deze plek gepromoot als zijn geboortestad. Waar of niet, feit is wel dat veel inwoners op dit eiland de achternaam Polo dragen. In ieder geval weet de toeristenindustrie het te gebruiken. Je kan een deel van zijn ‘geboortehuis’ – dat ooit museum moet worden – zien en genieten van hetzelfde uitzicht dat kleine dreumes Marco ooit heeft gehad. Los van Marco Polo, is de stad zeker de moeite waard. Er loopt een oude stadswal met prachtige torens omheen, er zijn mooie kerken en een grote kathedraal.

Korcula
Van Korčula naar Dubrovnik
Tegen half zeven reizen we per hydrofoil door naar Dubrovnik waar we twee uur later in het donker aankomen. Op advies van de Treinreiswinkel pakken we een taxi naar ons appartement voor drie dagen. De chauffeur vindt de straat met gemak, maar stapt uit om het goede nummer te zoeken dat niet makkelijk te zien is. Hij wijst waar hij denkt dat het is en dat klopt. We staan voor de deur van 63, maar hoe verder? Het Appje ‘Hi’ van de verhuurder is weinig informatief, dus we staan nog wat te stumperen als een jochie aan komt rennen. Hij gebaart naar nummer 63. Ik vraag of we goed zitten, maar het jongetje is doof. Hij opent de deur en gebaart dat we binnen moeten komen, wat we maar doen. Het jongetjes verdwijnt, wij staan in het trappenhuis. Hoe nu verder? Rik begint een berichtje te typen, maar dan verschijnt het jochie weer en klimt de trap op en gebaart dat we moeten volgen. We lopen dus maar met hem mee, hij zal er wel bij horen. Boven stappen we een appartement binnen waar al het nodige eten staat en twee dames zijn. Een is aan het koken, de andere zit. Nee, ze hebben niet voor ons boodschappen gedaan en vast eten gekookt, we blijken in het appartement van de buren te staan. Beide dames zijn ook doof en gebaren of we een sleutel hebben. Nee, die hebben we niet. Het jongetje vliegt weer weg en wij zeggen de dames vriendelijk gedag en gaan maar weer de trap af met de bagage. Het jochie komt terug gerend met een sleutelbosje en duwt dat in ons handen. We bedanken hem en Rik gaat nu maar echt een berichtje aan ‘Hi’ typen in de hoop op meer informatie. Ik probeer de sleutel uit op een deur en zowaar bij de tweede poging gaat de deur soepel open. Hier zit geen familie te eten, het appartement is helemaal leeg.
Uiteindelijk komt ‘Hi’ tot leven, meldt dat de sleutel onder de bloempot buiten ligt en dat we het appartement links van de trap hebben. Dat had ‘Hi‘ beter wat eerder kunnen zeggen. Maar goed, we zijn binnen. Gelukkig vinden we snel een restaurant waar we nog heerlijk kunnen eten.
Ons appartement kijkt uit over zee. Daar hebben we bij aankomst niets van gezien, maar na een nachtje slapen willen we graag op het balkon kijken. We hebben een luxe glazen schuifdeur en daarachter een soort luxaflex schuifdeur met zonwering die je open of dicht kan draaien. Die is potdicht. Rik wil de glazen schuifdeur openen, maar wat Rik ook probeert, hij komt niet verder dan een deur die aan de bovenkant een beetje kantelt. Ook de airco in de te warme kamer weigert enige medewerking. We appen maar weer naar Hi. Die schrijft terug dat er iemand komt voor de airco en hoe de schuifdeur opengaat. Precies zoals Rik al dacht. Wat we ook doen, de deur kantelt en dat is het. Na een lange stilte van Hi’s kant, geeft ze aan tussen 13.00 en 14.00 uur langs te kunnen komen. Daar hebben we niets aan, dan moeten we midden op de dag helemaal terug vanuit het centrum. Als we melden erg teleurgesteld te zijn dat we als gasten ons aan moeten passen aan hun schema, kan Hi opeens toch komen. Inderdaad komt ze nu langs en demonstreert de schuifdeur. Schuifdeur moet je zover naar je toe trekken dat hij uit de rails lijkt de lopen en dan wil hij wel schuiven. De airco – I am sorry – blijft kapot. Erg slordig bij temperaturen van overdag dik in de dertig graden. Ik kan jullie verzekeren dat het van ‘sorry’ weinig koeler wordt. Als Hi weg is en we eindelijk naar de stad kunnen, hebben we nog een flink oponthoud. De schuifdeur die nu open is, wil op geen enkele manier meer dicht. Na een flinke vechtpartij met de deur ziet Rik dat hij uit de rails gelopen is. Samen tillen we hem weer in de rails en opeens heeft Rik hem dicht. Van zo’n schuifdeur krijg je het pas echt warm.
Over Dubrovnik
Dubrovnik, een havenstad gelegen onder de berg Srđ, wordt als een van de mooiste steden van de Adriatische kust beschouwd. De oude, compleet ommuurde vestingstad van Dubrovnik staat op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO. Dubrovnik werd in de 7e eeuw gesticht door geromaniseerde Illyriërs op de vlucht voor de binnenvallende Slaven (Avaren). Zij stichtten de stad onder de naam Lausa, met de komst van Venetië in 1205 is de naam Ragusa geworden. De Slavische naam van de stad, Dubrovnik, kwam er pas na de terugtrekking van Venetië 1797 en na de val van Habsburgse rijk in 1919. Na een tijd onder de bescherming van het Byzantijnse Rijk te hebben geleefd, kwam Ragusa na de Vierde Kruistocht onder Venetiaans bestuur (1205-1358). Bij de Vrede van Zadar in 1358 werd de stad een vazalstaat van het Koninkrijk Hongarije. De republiek breidde gestaag haar grondgebied uit en bereikte het hoogtepunt van haar macht in de 15e en 16e eeuw. Het lot van Ragusa was nauw verbonden met het lot van het Ottomaanse Rijk. In 1526 accepteerde Ragusa de opperheerschappij van de Ottomaanse sultan en betaalde de sultan tribuut. Een crisis in de Middellandse Zeehandel en de aardbeving van 1667 maakten een einde aan de bloeiperiode. De aardbeving verwoestte vele gebouwen en de rector kwam om. Ragusa herstelde zich, maar van de republiek bleef slechts een schim over.
In 1776 was Ragusa de eerste staat die de jonge Verenigde Staten van Amerika erkende. In 1806 gaf de stad zich over aan de Fransen onder Napoleon om een Russisch-Montenegrijnse belegering te beëindigen (tijdens de belegering werd de stad belaagd door 3000 kanonskogels). Na de Eerste Wereldoorlog werd het gebied een deel van Joegoslavië. Tijdens de Kroatische onafhankelijkheidsoorlog, in december 1991, werd het historische centrum door het Joegoslavische leger vanuit de bergen beschoten en zwaar beschadigd. Deze daad werd door het Joegoslaviëtribunaal gekwalificeerd als oorlogsmisdaad. Na de oorlog werd het gebied een Kroatische exclave, dat los kwam te liggen van de rest van het Kroatische grondgebied doordat de kustplaats Neum onder Bosnisch bestuur kwam. In 2002 werd aan de noordwestzijde van de stad de Franjo Tuđmanbrug (most Dubrovnik) geopend.
Dubrovnik en Lokrum
De belangrijkste reden om Dubrovnik in Kroatië te bezoeken is vanwege de oude, volledig ommuurde binnenstad met alle bezienswaardigheden. Vanaf ons appartement lopen we in een klein half uur naar één van de poorten van de oude stad (Pile Port) die toegang geeft tot het ommuurde deel. We komen uit in de Stradun, de belangrijkste straat die dwars door de oude stad loopt naar een andere poort. Gelijk na de poort is al een prachtige fontein – de Onofrio fontein – met zestien waterspuwers en een klokkentoren. In de Stradun – die niet echt lang is – zijn talloze mooie dingen te bewonderen en aan het eind van de Stradun is ook weer een fontein – de kleine Onfrio fontein – en een klokkentoren. Via een zijstraatje komen we bij de grote kathedraal en even later bij de oude haven. Op de hoeken van de stadsmuren zijn stevige forten gebouwd, waar je niet in kan, maar die met hun ronde torens verschrikkelijk stoer staan te wezen.
Waar je wel op kan is de stadsmuur en dat is in Dubrovnik bijna een must. Ook zijn er diverse andere dingen die van binnen interessant zijn. Daarvoor heb je een dure stadspas nodig. Maar, we komen hier met de groepsreis later ook nog even terug en dan krijgen we die pas. We bekijken dus nu alleen de dingen die niet bij de pas horen en bewaren de stadsmuren en wat andere dingen voor de herhaling van Dubrovnik. De muren liggen niet allemaal even hoog en om het laatste stuk van het historisch centrum te doen, moeten we flink kimmen. Vanaf de buitenrand kijk je uit over steile straatjes met ellenlange trappen die vanaf boven naar de centrale Stradun voeren. Buiten de ommuring ligt nog het Fort Lovrijenac, oftewel het fort van Sint-Laurens. Het ligt maar liefst 37 meter boven zeeniveau en bij het fort heb je een geweldig uitzicht over de zee en de oude stad vanaf de zeekant.
Onze tweede dag in Dubrovnik reserveren we voor Lokrum, een eilandje vlakbij Dubrovnik waaruit je vanuit de oude haven naartoe kan varen. Het eilandje is niet groot, 2 km lang en 500 m breed, maar heeft genoeg te bieden. Het is een mooi groen bebost eiland dat omgedoopt is tot natuurreservaat. De oudste bouwwerken op het eiland zijn een Benedictijns klooster en een Benedictijnse abdij uit de 11e eeuw. De benedictijnen zaten er lange tijd, maar werden in 1798 van het eiland verdreven. De Republiek Dubrovnik besloot het klooster te ontbinden en het eiland te verkopen om geld in te zamelen vanwege financiële problemen en de komst van Franse troepen. Volgens de legende hebben de monniken in hun laatste eilandnacht gezorgd voor de ‘vloek van Lokrum’. In optocht zijn ze met brandende kaarsen het eiland driemaal biddend en zingend rondgetrokken, ondertussen overal kaarsvet morsend. Het verhaal gaat dat de ‘vloek van Lokrum’ pas doorbroken wordt als alle was van de kaarsen verdwenen is. Wij merken weinig van de vloek, al zou je ook vandaag de hitte van mij best wel een vloek mogen noemen. De Fransen hebben in 1806 op het hoogste punt van het eiland een stevig fort gebouwd. Van achter de dikke muren had je daar veilig zicht op de omgeving en ruime mogelijkheden om je vijand te grazen te nemen vanuit de schietgaten. Nu is het een prachtig uitzichtpunt met uitzicht op de Adriatische Zee en heel Dubrovnik met zijn ommuurde oude stad en forten en de heuvelachtige omgeving van de stad. Er is ook veel aandacht voor Game of Thrones dingen – die is hier deels opgenomen – maar daar weten wij niets van. Er is wel een soort troon waar een lange rij voor staat van mensen die erin gefotografeerd willen worden. We hebben er een fijn – langzaam – wandeldagje, een stuk rustiger dan in de stad zelf.

Dubrovnik vanaf Lokrum
De brief is alweer te lang, maar voorlopig zijn jullie weer even bijgepraat. Morgen zijn we nog even in Dubrovnik en dan varen we terug naar Split, waar we alleen even slapen op doorreis naar de volgende bestemming. Maar dat bewaren we voor de volgende brief.