Balkan 2026 > rondzendbrief 3
☰
Rondzendbrief 3 Balkan 2026

[Verzonden op 10 september 2026 vanuit Kotor (Montenegro)]

Novi Sad (Servië)

In de tweede brief sluiten we aan op de groepsreis en ik ben halverwege de dag dat we van Kroatië naar Servië rijden, gestopt met ons bezoek aan Vukovar en het ziekenhuis van Vukovar. Vanaf Vukovar rijden we via de grens Kroatië – Servië naar Novi Sad, de tweede stad van Servië. De stad is gelegen aan de Donau, ten noordwesten van Belgrado. De naam Novi Sad betekent ‘nieuwe tuin’. De reden van de naam is dat Novi Sad pas in 1867 tot stad is verheven, toen het Oostenrijks-Hongaarse Rijk het op de Turken veroverd hadden en het tot Hongarije behoorde. De stad ontwikkelde zich tot belangrijk cultureel centrum en werd het Servisch Athene genoemd. In 1920 werd de stad bij het Verdrag van Trianon met de rest van de Vojvodina (regio) toegewezen aan het nieuw opgerichte Joegoslavië. Tussen 1941 en 1945 werd Novi Sad door Duitse en Hongaarse legers bezet en opnieuw onderdeel van Hongarije. Na de oorlog groeide de stad in een zeer hoog tempo en vestigden zich er tienduizenden Serven waardoor Novi Sad een dominant Servisch karakter kreeg. In 1999 was de stad een belangrijk doelwit van de NAVO-bombardementen op het Joegoslavië van Slobodan Milošević.

Novi Sad heeft een klein centrum. Aan het Vrijheidsplein liggen de kathedraal, het stadhuis en een aantal prachtige huizen. Vanaf het plein loopt een brede straat die vroeger als markt dienst deed. In een andere straat – één van de oudste van de stad – bewonderen we de enorme huizen en paleizen in pasteltinten. Hier woonden de rijken van de stad. Na een ruime bezichtiging van de stad, steken we de brede Donau over voor de klim naar het Petrovaradin fort. Om het fort loopt nog een enorme muur. Het fort ligt zo hoog zodat je een geweldig uitzicht over de Donau, de stad en de omgeving hebt. Het fort was niet bedoeld voor het uitzicht. Het schijnt dat de Romeinen er al een fort hadden, maar pas later is het gebruikt om de Turken te verjagen. Het fort heeft een prachtige klokkentoren. Gek genoeg zijn de wijzers die de uren en minuten aangeven omgewisseld. Het verhaal wil dat dat expres zo is, omdat de vissers op de Donau dan beter de tijd kunnen zien. We lopen tegen zonsondergang terug van het fort dat in de ondergaande zon prachtig oplicht.

Belgrado, dag 1

De volgende dag hebben we een korte rit voor de boeg naar Belgrado, de hoofdstad van Servië. Langzaam maar zeker bereiken we de grens van de Pannonische vlakte en verschijnen er weer wat heuvels in het landschap. Belgrado (letterlijk 'witte stad') is de hoofdstad en grootste stad van Servië. Belgrado ligt op de plaats waar de rivier de Donau en de Sava samenkomen. De stad kent een lange geschiedenis die al in de 3e eeuw v.Chr. begint met Kelten en Romeinen en via een lange reeks overheersers uitkomt bij het Servisch koninkrijk in de Middeleeuwen. De eerste Servische koning was Dragutin (1276-1282), die de stad cadeau kreeg van de toenmalige koning van Hongarije. Je moet de koning van Hongarije nageven dat hij originele cadeaus wist te verzinnen. De pret duurde niet heel lang, in 1521 veroverden de Turken de stad en na een tijdje stuivertje wisselen tussen de Oostenrijkers en de Turken en wat opstanden, kwam Belgrado in 1867 in Servische handen. In 1918 werd Belgrado de hoofdstad van Joegoslavië, na het uiteenvallen van zowel het Oostenrijks-Hongaarse Rijk als het Ottomaanse Rijk. Van april 1941 tot 1944 werd Belgrado door nazi-Duitsland bezet, waarbij de stad vooral door een bombardement van de Luftwaffe zwaar werd beschadigd. In oktober 1944 werd de stad bevrijd door het Rode Leger, hoewel de Joegoslavische partizanen deze bevrijding eveneens claimden. Na herstel van Joegoslavië als communistische staat, was Belgrado weer de hoofdstad. In 1992 viel Joegoslavië uit elkaar en werd Belgrado de hoofdstad van Servië en Montenegro; na het zelfstandig worden van Montenegro in 2006 alleen nog van Servië.

We beginnen in Belgrado met een rondwandeling met een gids die ons een aantal belangrijke be-zienswaardigheden laat zien. Hoogtepunt en meest bezochte bezienswaardigheid is het Kalemegdan park, dat aan de samenvloeiing van de Donau en de Sava ligt. Hier stichtten de Kelten in een ver verleden de stad, waarna heel wat andere volken de vestingmuren bezetten. De bovenste en onderste delen van het fort zijn omgetoverd tot een park. Het park is van veel latere datum. In de tijd dat het fort als verdedigingswerk gold, moesten ze er niet aan denken om bomen die het vrije uitzicht belemmerden, te planten. Er staat een beroemd beeld van een naakte man, ‘de overwinnaar’, boven op de heuvel. Hij moet de vrede en onschuld symboliseren. Oorspronkelijk was hij bedoeld voor het stadscentrum, maar er waren wat bezwaren tegen zo’n grote, blote man midden in de stad. Daarom kwam hij bij het fort – destijds met militaire functie en dus niet toegankelijk voor publiek– te staan. Nu staat de aanstootgevende blote man op de meest bezochte plek van de stad en kijkt hij door de stadsuitbreiding in zijn nakie over het grootste deel van de stad uit.

Binnen de muren van het fort is een kleine Servisch-orthodoxe kerk. De kerk dateert uit de 15e eeuw, maar is talloze keren gerenoveerd en gerestaureerd. Alle muren en het plafond zijn bedekt met fresco’s, allemaal even mooi. Maar het meest bijzondere zijn de kroonluchters die gemaakt zijn van geweren, zwaarden, andere wapens en patronen uit vroegere veldslagen.

Hotel Moskva, geopend in 1908, mag ook genoemd. Het is een historisch en iconisch hotel in hartje Belgrado. Het hotel heeft een elegante, neoklassieke gevel en volgens zeggen een luxueus art-nouveau interieur. In de loop der jaren heeft Hotel Moskva veel opmerkelijke gasten ontvangen, waaronder royalty's, politici en beroemdheden. Het hotel speelde ook een belangrijke rol als verza-melplaats voor intellectuelen en kunstenaars en als symbool van nationale trots en identiteit. Net als in het mooie hotel Parisi Udvar in Boedapest, proberen we de lobby van het hotel. Dat lukt hier niet. In plaats van een art deco hal, zien we plastic tegen het bouwstof en grote stellages, helder verlicht door bouwlampen. Ook vanaf het beroemde café dat erbij hoort, komen we niet ver. Obers laveren omzichtig met hun volle dienbladen tussen de stellages door. Het grote plein, het vrijheidsplein, wordt gesierd door het ruitermonument van de Servische prins Mihailo (1823-1868). De inwoners van Belgrado spreken vaak af ‘naast het paard’. Rondom het plein staan het nationaal museum en het nationaal theater, beroemde 19e-eeuwse gebouwen.

Belgrado, dag 2

De volle dag in Belgrado vertrekken we gezamenlijk om na een bezoek aan de markt naar een plek te gaan die je niet zomaar vindt. We gaan naar een café in handen van een NGO waar verstandelijk gehandicapten zoveel mogelijk het werk doen. Het is vergelijkbaar met onze Brownies en Downies, alleen serveren ze hier uitsluitend – niet alcoholische – dranken zonder prijslijst. Je mag iets geven, maar het hoeft niet. Het idee erachter is mooi en idealistisch. Voor mensen met een handicap is het belangrijk dat ze werk hebben en zich kunnen ontwikkelen en door geen vastgestelde prijzen te hanteren, is iedereen, ongeacht zijn beurs hier welkom voor koffie en een praatje. De vrijwilliger die ons uitleg geeft, is zo enthousiast en kan bijna niet stoppen met vertellen. Er zijn meerdere van dit soort cafés in Servië en ze proberen uit te breiden naar Montenegro. Een haf uurtje buiten Belgrado zit van dezelfde NGO een combinatie van een gezinsvervangend tehuis en een zorgboerderij voor 120 mensen. Bij het café is een werkplaats waar ze T-shirts en mokken bedrukken voor de verkoop. Er werken bepaald getalenteerde mensen: er zijn schilderijtjes te koop waarop vrij natuurgetrouwe gebouwen van Belgrado staan. Reden van dit bezoek is dat Intrepid deze NGO financieel steunt.

Na deze bijzondere koffiepauze gaan we door naar de St. Savatempel. Sava leefde in de 12e eeuw en kwam uit een gegoede familie. Hij wijdde zich aan het geloof en is de stichter van de Servisch orthodoxe kerk. Na zijn dood werd er een tempel gebouwd op de plek waar zijn stoffelijke resten begraven lagen. Toen de Ottomanen in de 16e eeuw kwamen, wilden die niets van St. Sava en zijn kerk weten en om het geloof met wortel en tak uit te bannen, zijn de stoffelijke resten van Sava verbrand. Het had een tegengesteld effect. Het duurde even, maar in 1935 begon de bouw van een nieuwe kerk die in zijn ontwerp en grootsheid de Haga Sophia in Istanboel na moest bootsen. Vanwege de Tweede Wereldoorlog en diverse andere oorlogen werd de buitenkant pas in 2017 afgemaakt. De binnenkant van de kerk met mozaïeken van kerkelijke taferelen en talloze heiligen op een achtergrond van een goudkleurig mozaïek, nam nog veel langere tijd in beslag en is pas in 2024 afgerond. Maar het resultaat is prachtig. De kerk is in kruisvorm gebouwd, waarbij het gedeelte met de iconostase (het deel waarachter de priester tevoorschijn komt) iets langer is dan de rest. Van onder tot boven zijn muren en plafonds tot aan de nok van de 97 meter hoge koepel bedekt met mozaïeken. Je blijft kijken. Ook zijn kleine broertje vlakbij, de kleine St. Sava tempel is prachtig.

The House of Flowers is in 1975 gebouwd als wintertuin met werk- en relaxruimte voor Josip Broz Tito. Nu staat zijn tombe er samen met die van zijn 32 jaar jongere vrouw. Het bijbehorende museum vertelt wie hij was en wat hij gedaan heeft. De berichtgeving is opvallend neutraal en ook zijn slechte kanten – onvoorwaardelijk afrekenen met tegenstanders – worden benoemd. Verder gaat het museum vooral over hoe het volk gereageerd heeft op zijn dood in 1980 en zien we plaatjes van de begrafenis met hoogwaardigheidsbekleders die we allemaal nog kennen: Breznjev, Indira Gandhi, Thatcher, Yassar Arafat. Het pand dankt zijn naam aan de bloemenzee die Tito’s tombe omringde. Boeiend om zo’n tijdsbeeld van hier uit een tijd die je bewust hebt meegemaakt in een museum te zien. Over de toegangsprijs hoeven we niet te klagen. Precies de dag dat wij er zijn is de enige dag in de maand waarop de toegang gratis is.

‘s Middag keren we nog even terug naar het fort om daar nog even rustig rond te kijken en bezoeken we opnieuw het kerkje. De deur is open, maar we kunnen er niet in. De priester is bezig met een huwelijksvoltrekking. Het bruidspaar staat met de armen aan elkaar gebonden met serieuze gezichten naar hem te luisteren.

Servisch orthodoxe bruiloft

Servisch orthodoxe bruiloft

Om het uiteenvallen van Joegoslavië en het daarmee gepaard gaande oorlogsgeweld kan je hier niet heen. Ook de naam van Mladic – de Servische legerleider – is al langs gekomen. De actualiteit haalt ons in. Een paar dagen geleden is hij in de Scheveningse gevangenis overleden en zijn lichaam is al in Belgrado aangekomen. We hadden ons al afgevraagd waarom het plein en park bij het parlement afgezet waren, maar dat heeft waarschijnlijk met hem te maken. Als wij net weg zijn, is er een bijeenkomst in een gebouw van het leger en twee dagen later is de begrafenis. Hij krijgt geen staatsbegrafenis en er hangen ook geen foto’s of andere herdenkingsdingen. Wilde Servië het nog groots aanpakken, de EU heeft er bij Servië op aangedrongen het simpel te houden, omdat een veroordeelde oorlogsmisdadiger geen grootse staatsbegrafenis hoort te krijgen.

Over Bosnië en Herzegovina

Vanuit Belgrado hebben we een lange rit voor de boeg. We reizen van Servië door naar Sarajevo in Bosnië en Herzegovina. Na een paar uur rijden we langs de Drina, de grensrivier tussen Servië en Bosnië en Herzegovina. Hier passeren we een echte grens en moeten we, net als bij binnenkomst in Servië onze paspoorten tonen om Servië uit en Bosnië en Herzegovina in te komen. We verlaten ondertussen ook het vlakke land en rijden door de bergen van de Dinarische Alpen.

Voordat ik verder ga in Sarajevo, eerst een korte introductie van het ingewikkelde Bosnië en Herzegovina waar Bosnische Kroaten, Bosnische Serviërs en Bosnische moslims als drie bevolkingsgroepen met elkaar proberen samen te leven. Bosnië en Herzegovina, een federatieve republiek ligt in het zuidoosten van Europa en in het westen van de Balkan. Het heeft een oppervlakte van 51.209 km² en bestaat uit de landstreken Bosnië en Herzegovina. Bosnië omvat de noordelijke gebieden, ongeveer vier vijfde van het gehele land, terwijl Herzegovina het zuidelijke deel van het land vormt. Het wordt bijna geheel door land omgeven en grenst aan Kroatië in het noorden en westen, Servië in het noordoosten en Montenegro in het zuidoosten. Bij de kustplaats Neum is circa 24 km kust langs de Adriatische Zee. Het land is voornamelijk bergachtig en bevindt zich deels in de centrale Dinarische Alpen. De hoofdstad en tevens grootste stad is Sarajevo.

De staat Bosnië en Herzegovina ontstond door het uiteenvallen van Joegoslavië naar aanleiding van opkomend Servisch nationalisme onder Slobodan Milošević in de jaren 1980. Na een aantal onrustige jaren riep het land, na een referendum, in 1992 de onafhankelijkheid uit. Het was na Slovenië en Kroatië het derde land dat zich afscheidde van Joegoslavië. Het referendum werd door het merendeel van de Bosnische Serviërs geboycot; zij waren tegen de onafhankelijkheid. Kort na het uitroepen van de onafhankelijkheid brak de Bosnische Burgeroorlog uit. Het kort daarvoor gevormde Bosnisch-Servische leger onder leiding van generaal Ratko Mladić, dat werd gesteund door het Joegoslavisch Volksleger, omsingelde in het voorjaar van 1992 de Bosnische hoofdstad Sarajevo. De politieke leider van de Bosnische Serviërs, Radovan Karadžić, kwam met het plan om Bosnische volkeren fysiek te scheiden. Al in 1992 werden tientallen Bosnische steden en dorpen aangevallen en vervolgens geplunderd en de niet-Servische bevolking uitgemoord, opgesloten in gevangenkampen of verdreven. In Srebrenica – een naam die we allemaal nog kennen – werden in 1995 ruim achtduizend Bosnische moslimmannen vermoord.

Na het internationaal ingrijpen in 1995 eindigde de Bosnische Oorlog met het verdrag van Dayton. Sindsdien is het land verdeeld in twee entiteiten, de Federatie van Bosnië en Herzegovina en de Servische Republiek met Banja Luka als belangrijkste stad. Grondwettelijk is Sarajevo de hoofdstad. Sinds 2004 houdt de vredesmacht EUFOR Althea toezicht op de naleving van het Verdrag van Dayton. Het land verdween uit het nieuws tot Radovan Karadžić in 2008 werd opgepakt in Belgrado. Acht jaar later werd hij door het Joegoslavië tribunaal veroordeeld tot een gevangenisstraf van 40 jaar.

Het presidentschap van Bosnië en Herzegovina wordt gezamenlijk bekleed door meerdere leden. Sinds 5 oktober 1996 wordt het presidentschap, conform de Bosnische grondwet, gevormd door drie leden: een Bosniak en een Kroaat (verkozen uit de Federatie) en een Serviër (verkozen uit de Servische Republiek). Gezamenlijk dienen zij een termijn van vier jaar. Het voorzitterschap van het presidentschap rouleert elke acht maanden tussen de drie leden.

Over Sarajevo

De hoofdstad Sarajevo werd in 1461 gesticht door de Bosnische Ottomanen. De eerste Ottomaanse gouverneur, Isa-beg Ishaković, maakte er een belangrijke stad van door de bouw van een moskee, een overdekte markt, een badhuis en een kasteel voor zichzelf. Dit kasteel (de Saray) gaf Sarajevo haar huidige naam. In de 16e eeuw maakte Sarajevo onder Gazi Husrev-beg een periode van grote bloei door. De stad werd een van de modernste steden van Europa. Aan het einde van de 16e eeuw was Sarajevo zelfs de tweede stad van de Balkan, na Istanboel. In 1878 namen de Habsburgers het gezag over van de Ottomanen. De Oostenrijkers wilden hun stempel op de stad drukken en moest dus herbouwd worden naar westers model. Een brand in het oude centrum was daarbij van onver-wachte dienst, want op de daardoor vrijgekomen plekken kon naar Oostenrijks model worden ge-bouwd. Sarajevo werd ook de eerste stad in Europa met een tram, omdat de Oostenrijkers het te risicovol vonden om zo iets nieuws in Wenen uit te testen.

De belangrijkste gebeurtenis te Sarajevo gedurende het Oostenrijk–Hongaarse Rijk was de moord op Franz Ferdinand. De jonge Servische extremist Gavrilo Princip schoot bij een aanslag op 28 juni 1914 de Oostenrijkse troonopvolger Franz Ferdinand en zijn vrouw Sofia dood tijdens hun bezoek aan de stad. Dit zou leiden tot escalerende diplomatieke spanningen die de aanleiding vormden tot het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Na de Eerste Wereldoorlog ging Sarajevo met Bosnië en Herzegovina deel uitmaken van de voorlopers van wat Joegoslavië zou worden. Onder de communisten ontwikkelde Sarajevo zich tot één van de belangrijkste steden van de Balkan.

Met het uitroepen van de onafhankelijkheid van Bosnië en Herzegovina op 5 april 1992 brak er voor Sarajevo een ander tijdperk aan. De stad werd door troepen van het Joegoslavische Volksleger belegerd. Wat volgde, waren drie jaren waarin de stad werd beschoten en gebombardeerd. De bewoners leefden zonder elektriciteit, verwarming, water en medische zorg, en er was voortdurend gebrek aan voedsel. Via een een gegraven tunnel konden alsnog zaken aangevoerd en gewonden afgevoerd worden. Tijdens de belegering vielen naar schatting 12.000 doden en 50.000 gewonden. Gemiddeld vonden er 329 bominslagen per dag plaats, met een record van 3.777 op 22 juli 1993. Met de Dayton akkoorden in 1995 werd de belegering beëindigd.

Eerste indrukken Sarajevo

Na aankomst gaan we direct met een gids op pad voor de stadswandeling. De stad is volstrekt anders dan de andere steden. Al onderweg maakte het land een armere indruk, dat geldt nu ook voor Sarajevo. Maar wat Sarajevo vooral anders maakt is de mix van Oosterse en Westerse invloeden. Er is nog een Oosterse bazaar met piepkleine winkeltjes, vroeger bevolkt door ambachtslui, nu nog steeds bezet door een ruime keus aan Oosters aandoende winkeltjes. De bazaar grenst aan het Westerse deel met de grote, gedecoreerde panden met meerdere etages in Weense stijl. Midden in de hoofdstraat loopt een lijn met de tekst ‘Oost en West ontmoeten elkaar’ en een pijl – niet gebaseerd op een kompas – die naar het oosten en het westen wijst. Vlakbij ons hotel is bij een museum een plaquette. Dat is de plek waar Gavrilo Princip stond toen hij op Franz Ferdinand en zijn vrouw schoot. Voor de plaquette op de grond staat een indruk van zijn voeten en voor het museum staat een replica van de auto van Franz Ferdinand. De auto had helemaal niet op die plek horen te komen. Vanwege een eerdere net mislukte bomaanslag (die wel omstanders doodde) werd de route verlegd. De enige die daar niet van op de hoogte was, was de chauffeur. Die sloeg daarom zoals oorspronkelijk gepland rechtsaf en Gavrilo kon vanaf een meter afstand met twee kogels beide echtelieden doodschieten.

Konjic en Mostar

Vanuit Sarajevo maken we een dagtocht naar Konjic en Mostar. Verscholen in de heuvels van Konjic ligt Tito's Bunker ARK D-0 verstopt. Tito, geboren in 1892, leidde Joegoslavië vanaf het einde van de Tweede Wereldoorlog tot zijn dood in 1980. In de nasleep van de nucleaire dreiging en politieke onrust besloot Tito – uit angst voor een atoombomaanval – om een geheime bunker te laten bouwen als een veilig toevluchtsoord voor hemzelf en zijn naasten. De bouw van de ARK D-O (Atomska Ratna Komanda) begon in 1953 en het zou 26 jaar duren voordat het complex in 1979 werd voltooid. Omdat de bouw in het grootste geheim moest gebeuren, werden in Konjic bouwprojecten gestart, zodat bouwmaterialen onopvallend aangevoerd konden worden. Bouwvakkers werden geblinddoekt aangevoerd, wisten niet waaraan ze meewerkten en mochten slechts korte tijd meebouwen.

Na Tito's overlijden bleef de bunker een goed bewaard geheim tot het einde van de Joegoslavische oorlogen in de jaren 2000. In 2007 werd het complex geopend voor publiek. Tito’s bunker is een meesterwerk van ondergrondse architectuur en dat mag ook wel, aangezien het complex 4,6 miljard dollar heeft gekost. Daar zouden heel wat dingen mee gedaan kunnen zijn waar de bevolking wat aan gehad zou hebben. Maar machtige leiders zorgen meestal vooral goed voor zichzelf.

Met een gids wandelen we het hele complex door. Het U-vormige complex van 6.500 m2 heeft meer dan 100 kamers. Ze laat ons de verschillende vertrekken zien: het presidentiële verblijf, conferentiezalen, de controlekamer, de ruimte met de airco, het commandocentrum, de slaapkwartieren en de bron vanuit de Neretva rivier die via een reeks pompen zorgde voor vers water voor de watervoorziening. De bunker kon onderdak bieden aan ongeveer 350 mensen, vooral voor militaire functionarissen en politieke medewerkers, die er zes maanden konden verblijven. Alhoewel alles nu gedateerd aandoet, was de bunker uitgerust met alle geavanceerde technologieën voor die tijd. De inrichting is sober en doelmatig, maar bij de presidentiële vertrekken op de verdieping hoger ligt dat anders. Er is een zachte vloerbedekking, behang met een fraai patroon en ook veel ruimte. Ondanks alle predikingen over gelijkheid kregen Tito en zijn vrouw wel een voorkeursbehandeling. Tito heeft de bunker nooit meer gezien toen die in 1979 af was. Hij was toen al ernstig ziek. Gelukkig is de bunker ook nooit gebruikt voor het doel waarvoor hij ontworpen was.

Tito's bunker

Tito's bunker

Vanaf de bunker rijden we door een nog steeds even mooi berglandschap naar Mostar. Mostar werd gesticht in de 13e eeuw en bloeide de vier eeuwen daarna in het Ottomaanse Rijk. Door de strategische ligging werd Mostar een knooppunt van handelaren die van de Adriatische Zee naar het binnenland van de Balkan reisden, en vice versa. Mostar dankt zijn naam aan die tijd, toen wachters (‘Mostari’) vanuit hun torens bewaakten wie er via de houten brug over de Neretva de stad in of uit gingen. In 1566 werd de wankele houten brug vervangen door een stenen brug, de Stari Most.

Tijdens de onafhanklijkheidsoorlogen heeft ook Mostar het zwaar gehad. In juli 1992 riepen de Kroaten een eigen staat uit in het gebied, onder de naam Kroatische Republiek Herceg-Bosna met Mostar als hoofdstad. De bedoeling was dat Herceg-Bosna deel zou gaan uitmaken van Kroatië. In het voorjaar van 1993 braken er in Mostar hevige gevechten uit tussen Kroaten en Bosniaks als onderdeel van de Kroatisch-Bosniakse Oorlog. In november van dat jaar werd de Stari Most, de oude brug over de Neretva, verwoest. Sinds het verdrag van Dayton (1995) wordt de stad door een boulevard verdeeld in een Kroatisch deel in het westen en een moslimdeel in het oosten. Van het aantal Serviërs dat voor de oorlog in de stad woonde, is na de oorlog maar een zeer klein deel teruggekomen. De in de oorlog kapotgeschoten brug werd na de oorlog herbouwd met hulp van onder meer Turkije en Nederland en in 2004 heropend. In 2005 werd het historische deel van de stad, inclusief die brug, de Stari Most, door UNESCO tot werelderfgoed verklaard.

In Mostar wandelen we door het historisch centrum met smalle straatjes met een wegdek met gladde bolle keitjes uit de Ottomaanse tijd. Net als in Sarajevo is het er druk, kleurrijk en vol kleine winkeltjes die nu souvenirs, te zoet snoep en ijs in plaats van ambachtelijke producten herbergen. Natuurlijk lopen we ook over het icoon van de stad, de eeuwenoude Stari Most (Oude Brug). Het is een hoge steile brug met een spekglad wit marmeren wegdek. Heel slimme opstaande richeltjes zorgen ervoor dat je niet in één keer naar beneden roetsjt. Alhoewel deze brug na de oorlog herbouwd is, is het fascinerend dat een dergelijke brug die met één boog de rivier overspant met puur handwerk zo lang geleden al zo knap gemaakt kon worden, een meesterwerk. Voor avonturiers is er ook wat te beleven op de brug. Geregeld springen mensen van de 21 meter hoge brug de Neretva rivier in. Er is een nautische club waarvan de leden graag springen. Dat doen ze pas als ze met de pet rondgegaan zijn en voldoende opgehaald hebben. Toeristen mogen alleen tegen forse betaling en onder begeleiding van de club springen. Zij wijzen je aan waar je moet springen en regelen het zo dat je niet net in een toeristenboot terecht komt. Wij zijn niet gesprongen, te duur.

Mostar

Mostar

De Stari Most is niet de enige brug in Mostar. De brug Kriva Cuprija is uit 1558 en daarmee acht jaar ouder dan de Stari Most. De architect die de Stari Most moest bouwen, Cejjvan Ketoda, was er niet gerust op dat de eenbogige brug over de Nerevta solide genoeg zou zijn. Uit voorzorg bouwde hij eerst de Kriva Cuprija over een smallere zijrivier. Pas toen het ontwerp op deze plek voldeed, durfde hij aan de echte brug te beginnen. De Stari Most zou feestelijk geopend worden, compleet met saluutschoten. Maar als de Stari Most het niet zou houden, zouden er ook schoten klinken, maar dan om architect Cejjvan Ketoda te doden. Dat hij niet overliep van zelfvertrouwen mag blijken uit het feit dat hij de grote afwezige was bij de opening.

Volle dag in Sarajevo

De dag in Sarajevo zelf beginnen we met het oude stadhuis. Toen de Oostenrijkers in 1878 in Sarajevo de baas werden, wilden ze natuurlijk een stadhuis met allure op een centrale plek aan de Miljacka rivier. Probleem was dat daar al de winkels en huizen van de bazaar waren. Met geld is dat op te lossen: alle eigenaren werden uitgekocht, zodat de boel plat gegooid kon worden voor het nieuw te bouwen stadhuis. Slechts één man weigerde de grond van zijn voorvaderen te verlaten. Uiteindelijk wilde hij op twee voorwaarden meewerken . Hij wilde een prijs die vele malen hoger was. Die kreeg hij. Maar de tweede voorwaarde was, dat zijn huis niet alleen steen voor steen afgebroken zou worden, maar op de andere oever ook weer steen voor steen opgebouwd zou worden, zodat hij zicht over de bazaar en zijn oude grond behield. Knarsetandend voldeden de Oostenrijkers tenslotte ook aan die voorwaarde. Het huis staat er nog steeds.

Alexaner Wittek werd aangewezen als architect en hij koos voor een pseudo Moorse stijl voor wat een van de duurste gebouwen in de Dubbelmonarchie zou worden. Wittek was een perfectionist en berekende zelfs het aantal stenen dat met een speling van hooguit drie stenen gebruikt mocht worden. Wittek heeft de oplevering niet meer meegemaakt. Het auditorium kreeg niet genoeg licht en perfectionist Wittek wist geen oplossing. Hij kreeg een zenuwinzinking en pleegde zelfmoord. Zijn opvolger bouwde een lichtkoepel in het plafond en klaar was Kees. Het gebouw was ook de thuisbasis van de Nationale en Universiteitsbibliotheek van Bosnië en Herzegovina. Tijdens de burgeroorlog raakte het gebouw ernstig beschadigd en gingen vele boeken en kostbare manuscripten verloren. Het gebouw is volledig gereconstrueerd en in 2014 heropend.

Van buiten is het gebouw al prachtig met rood-witte zuilen in Moorse stijl, maar binnen wacht nog meer moois. De Moorse stijl zie je ook hier terug in de pilaren, de plafonds met koepels, de bewerkte bogen en de vele wandversieringen. Rondom een open hal is een zeshoekige galerij en midden in de hal zit de koepel van Witteks opvolger met kleurig glas in lood. Alleen het gebouw is al de moeite waard, maar het museum mag er ook zijn. Voor speciale gelegenheden wordt de raadszaal nog gebruikt, een hoge zaal met een prachtige, grote houten tafel waar de bestuursleden zitten en een serie bankjes met luxe houten klapstoelen met stoffen bekleding waar de deelnemers kunnen zitten. Boven de raadszaal zijn twee etages met kunst die ons minder aanspreken. Wat te denken van een kast met planken waarin vijf oude televisies staan of van de hoge glazen vitrine met dunne metalen pootjes met vier rijen van elk 24 identieke flessen olijfolie? Aan ons niet besteed. De expositie in de kelder is extra boeiend en verhaalt over het Joegoslavië tribunaal. Per regio zijn er zuilen met wat er in welke plaats gebeurd is en foto’s van de mensen die voor de misdaden en genocide aangeklaagd zijn. In een andere zaal is de rechtszaal van het Joegoslavië tribunaal nagebootst en een bord vermeldt in welk land de veroordeelden hun straf uitzitten. Het zijn er heel wat.

We willen graag het museum Sarajevo 1878 – 1918, dat verhaalt over de Oostenrijks-Hongaarse tijd, bezoeken. Dat staat op de plek waar Franz Ferdinand in 1918 vermoord is. Helaas is dat museum op zondag gesloten, dus dat missen we. Sarajevo wordt ook wel het Europese Jeruzalem genoemd, vanwege de talloze gebedshuizen van diverse geloven. Zo zien we diverse moskeeën, synagoges, orthodoxe kerken en katholieke kerken, allemaal op een steenworp van elkaar. Een flink aantal kan je ook van binnen bekijken. Ze zijn allemaal zeer verschillend, maar allemaal de moeite van een bezoekje waard. In een orthodoxe kerk zien we een vrouw op leeftijd drie keer heen en weer onder een tafel doorkruipen waarop iconen met heiligen liggen. Daarna kust ze de iconen (het kussen van iconen is vrij gebruikelijk en gebeurde zelfs in de coronatijd). We hopen voor haar toch zo dat bij de door haar gekuste heiligen kruipende vrouwen op leeftijd een streepje voor hebben.

Vermeldenswaard is de klokkentoren bij de Ghazi Husrev Beg moskee. De 16e-eeuwse klokkentoren houdt de maantijd aan, zodat de winkeliers weten wanneer het donker is en ze naar huis kunnen en geeft de tijden voor de moslimgebeden aan. De maantijden zijn ook handig tijdens de ramadan. Een tijdwaarnemer stelt de tijd voor de 30 meter hoge klok eenmaal per week handmatig in. Een pittige klim naar een uitzichtpunt hebben we voor het laatst bewaard. Na de hete klim worden we beloond met een schitterend uitzicht over heel Sarajevo. Naast de hoge gebouwen van het nieuwe deel van de stad, is de stad ook bezaaid met kerktorens en minaretten.

Uitzicht over Sarajevo met grill rook

Uitzicht over Sarajevo met grill rook

Over Montenegro

We verlaten het drukke Sarajevo en zelfs Bosnië en Herzegovina om naar het laatste nieuwe land op deze reis te gaan: Montenegro. Het is een lange rit, maar zo ontzettend mooi dat hij niet lang genoeg kan duren. We rijden door de Dinarische Alpen en zigzaggen over tegen de bergwand aangekleefde wegen met geweldige uitzichten over diepe kloven en hoge, kale bergtoppen. De grens Bosnië en Herzegovina – Montenegro verloopt soepel. Een douanier komt de paspoorten ophalen en bij de volgende controle krijgt de chauffeur de hele stapel mee terug.

Montenegro met een oppervlak van 13.812 km², ligt aan de Adriatische Zee tegenover Italië en grenst, vanaf de zee met de klok mee, aan Kroatië, Bosnië en Herzegovina, Servië, Kosovo en Albanië. De Montenegrijnse hoofdstad is Podgorica. Montenegro was tot 1878 een onafhankelijk en soeverein van het Ottomaanse Rijk staand prinsbisdom met als staatshoofd de Servisch-Orthodoxe aartsbisschop van Cetinje. De prinselijke opvolging ging over van oom op neef omdat orthodoxe bisschoppen niet mogen trouwen. In 1910 werd het een koninkrijk, met Nicolaas I als eerste koning. In de Eerste Wereldoorlog ging Nicolaas I een alliantie aan met Servië, maar maakte de fatale fout Servische officieren het Montenegrijnse leger te laten leiden, die het leger voor hun eigen doeleinden gebruikten. In 1915 bezette Oostenrijk-Hongarije het land en Nicolaas vluchtte naar Frankrijk. De geallieerden verklaarden zich solidair met Montenegro, maar herstelden de onafhankelijkheid niet. Aldus kwam Montenegro bij het koninkrijk Joegoslavië.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Montenegro bezet door Italië en later door Duitsland. In 1945 werd het land een deelrepubliek van het federale Joegoslavië. De hoofdstad Podgorica werd omgedoopt in Titograd (naar Josip Broz Tito), wat pas in 1992 teruggedraaid werd. Toen in de jaren negentig andere landen zich losmaakten uit de Joegoslavische federatie, deed Montenegro als enige deelstaat naast Servië dit niet. Aan het begin van de 21e eeuw streefde de Montenegrijnse regering openlijk naar afscheiding van Servië. Na onderhandelingen in 2003 werd Joegoslavië omgevormd tot een confederatie van twee deelstaten, onder de naam Servië en Montenegro. In 2006 zou een referendum over onafhankelijkheid worden gehouden. Servië hield geen referendum, Montenegro wel. Daarbij dachten zij dat Montenegro sneller lid van de Europese Unie kon worden wanneer er geen koppeling met Servië bestond, aangezien Servië er economisch niet goed voorstond en in Europa als aanstichter van de recente oorlogen op de Balkan werd gezien. Bij een opkomst van 86,49% stemde 55,6% voor. Het Montenegrijnse parlement bekrachtigde de uitkomst van het referendum en riep de onafhankelijkheid uit. Een dag later meldde de Servische regering dat zij het uiteenvallen van de Servisch-Montenegrijnse unie als een voldongen feit aanvaardde. Sinds december 2010 is het kandidaat-lid van de Europese Unie en sinds 5 juni 2017 is het land lid van de NAVO.

In Montenegro sloven de Dinarische Alpen zich nog meer uit en via een smalle weg vol haarspeld-bochten en talloze tunnels blijven we klimmen naar de Piva canyon en het Piva natuurpark. We hebben veel fotostops voor de uitzichten. Bij een top zie je de lagen waaruit het gesteente is opgebouwd heel goed en het lijkt of die lagen helemaal dubbelgevouwen zijn. Op plekken daarnaast staan de lagen schots en scheef. Wat een krachten moeten hier aan het werk zijn geweest. Een volgende stop is bij een grote kudde wilde paarden. Het zijn half wilde paarden achtergelaten door voormalige bewoners. Ze mogen wild zijn, ze zijn erg geïnteresseerd in ons en willen snuffelen en likken (vanwege de hitte zijn alle armen lekker zout). Aan het eind van de middag bereiken we onze eindbestemming: het Durmitor National Park.

Montenegro

Montenegro

Montenegro

Montenegro

Durmitor NP (Montenegro)

Durmitor National Park is een bergketen en een in 1952 opgericht Montenegrijns nationaal park. Sinds 1982 staat het park op de UNESCO werelderfgoedlijst. Het 390 km² grote park beschermt de bergen, bossen en meren van het Durmitormassief, het Komarnicaplateau en de kloof van de Tara-rivier. Durmitor bestaat uit tal van bergtoppen, scherpe kloven, uitgestrekte weiden, oude bossen en unieke bergmeren. De hoogste top van het park is de 2.522 m hoge Bobotov Kuk. Er zijn 18 gletsjermeren, waarvan Crno Jezero (Zwarte Meer) het bekendste is. Omdat het water van de meren zo helder is worden ze aangeduid met ‘ogen van de berg’. Durmitor heeft een subalpien klimaat met lange winters en korte zomers. Gemiddeld ligt er meer dan 120 dagen sneeuw, op hoger gelegen skipistes zelfs meer dan 150 dagen per jaar. Zabljak, de uitvalsbasis voor het park is dan ook anders dan andere steden en een echt ski-oord, alhoewel skiën bij 28 graden ook hier nu lastig wordt.

Na aankomst gaan wij met Filip rondwandelen langs het beroemde Zwarte meer. Het bestaat eigenlijk uit twee delen die met een smalle doorgang met elkaar verbonden zijn. Door de hitte en de droogte is die doorgang nu opgedroogd en zijn er feitelijk twee meren. Het meer en de wandeling zijn mooi, zeker in het late middaglicht. We klimmen naar de grot van Tito. Geen grot, maar een plek bij een enorme rots waar Tito met zijn Partizanen zich verscholen hield voor de oprukkende nazi’s. Doordat de Partizanen elk paadje kenden en de nazi’s vooral onneembare bergen zagen, was dat een uitstekende schuilplaats. We kunnen niet meer heel lang wandelen, want zo hoog in de bergen verdwijnt de zon eerder achter de bergen en in het donker lopen is hier vragen om valpartijen met alle rotsen en boomwortels.

Durmitor NP, Montenegro

Durmitor NP, Montenegro

De volgende ochtend hebben we een feestje. Thuis hadden we al geprobeerd om voor onze dag in Durmitor een vogelexcursie te regelen, maar dat lukte niet. Toen hij dat hoorde is geweldige Filip meteen in actie gekomen en hij heeft nu voor ons een vogelgids geregeld die ‘s morgens om half zes drie uur met ons op stap gaat. Voor het eerst tijdens de reis hebben we vestjes en jasjes aan. Zo vroeg is het hier op 1.500 meter bepaald fris, een aangename afwisseling.

Met gids Mirko gaan we eerst naar Barno Jezero dat anders is dan de andere locaties. Het is een veenmoeras dat een groot deel van het jaar zompig is. Het is er prachtig, met bijzondere bloemen en omgeven door donker naaldbos. Als we er naartoe lopen begint het langzaam licht te worden en in de opkomende zon krijgen de bergen een schitterende ochtendkleur. Zo mooi en zo rustig. Kleine vogeltjes zijn er genoeg, maar ze zitten geen moment stil en Mirko ziet ze wel, maar is niet echt bedreven in aanwijzen en een naam geven. Wel spot hij na goed zoeken een zwarte specht die overtuigend hard, heel hoog in een boom zit te hameren. Na een mooie rondwandeling door het bos rondom het meer, rijden we verder. We verlaten het bos en rijden door een weidelandschap dat inmiddels niet groen, maar bruin is. Hier zijn we om roofvogels te spotten. Vanuit de auto zien we er een die net wegvliegt als kijker en fototoestel gericht zijn. Ook hier is het prachtig met een weids uitzicht. We staan bij een monument, een 2.000 jaar oude begraafplaats. Op de grote grafstenen zijn tal van versieringen te zien. De klok tikt inmiddels door en onze drie uur lopen ver uit, zodat we nog net voor sluitingstijd om 10 uur bij het ontbijt aan kunnen schuiven. Ondanks dat we niet heel veel vogels gevonden hebben, zijn we dik tevreden met al het moois dat we dankzij de tocht met Mirko wel gezien hebben.

2000 jaar oude begraafplaats in Durmitor NP

2000 jaar oude begraafplaats in Durmitor NP

Na de brunch pakken we een taxi om opnieuw naar het park te gaan. Ons hotel ligt meer dan 4 km van de ingang van het park en daarheen wandelen kost dan wel erg veel tijd. We wandelen naar Zminje Jezero (Slangen meer). We kijken uit op een smaragdgroen meer omgeven door hoog opgaand naaldbos. Het is er veel rustiger dan bij het Zwarte meer. De rondwandeling er omheen verloopt in drie fasen. Eerst komen we op een pad dat al snel te stenig, te steil en te smal en dus te moeilijk wordt voor de benen. Aangezien we niet van vallen een gewoonte willen maken, keren we terug. De Maps.ME app vindt snel een alternatief en nu hebben we betere paadjes. Dat gaat een poosje goed totdat het pad zo onduidelijk wordt dat we geen idee meer hebben waar het loopt. Ook geen goed idee. We keren opnieuw om en dan brengt Maps.ME ons keurig terug op het pad dat we heen gehad hebben. We slaan af naar het Zwarte meer, genieten daar nog een poosje van het fraaie park met alle uitzichten en lopen dan eerst via het bos en later via het dorp weer terug naar huis met meer dan voldoende bergkilometers in de benen. Een heerlijke dag.

De brief is weer vol (en lang), dus het laatste restje van de reis bewaar ik voor een korte vierde brief.

naar volgende pagina:
Balkan 2026 rondzendbrief 4