VS 2026 > rondzendbrief 1
Rondzendbrief 1 VS 2026

[Verzonden op 26 mei 2026 vanuit Death Valley]

Natuurparken VS al lang op wensenlijst

We hebben onze twee dagen in het Yosemite Park er al opzitten, dus tijd om jullie bij te praten. Zoals al in de aankondiging vermeld, zijn we onderweg in het westen van de Verenigde Staten. We reizen samen met P. en S. P. rijdt onze auto en S. is zijn vriendin. Hoe dat zo gekomen is? We wilden al heel lang naar de natuurparken in de VS, maar zonder vervoer – we rijden nog steeds geen auto – lukt dat niet. Enige optie was dus een georganiseerde reis. Georganiseerde reizen bieden nooit wat wij willen en gelukkig genoeg ging de best passende toer die we twee jaar geleden geboekt hadden op het laatste moment niet door. In Brazilië ontmoetten we een geweldige gids die dolgraag naar de VS wilde en zo kwam er een prachtig plan. Dat plan werd getorpedeerd doordat geen enkele annuleringsverzekering een Braziliaan wilde verzekeren. Uiteindelijk hebben we BirdingBreaks – een organisatie die vogelreizen organiseert en een groot klantenbestand heeft – gevraagd of die niet een reiziger wist die dit ook wilde en ook nog auto wilde rijden. Zij hebben ons in contact gebracht met P., vogelgids voor BirdingBreaks en specialist voor het Lauwersmeer, en na een kennismakingsdagje hebben we alle drie volmondig ‘ja’ gezegd. Later bleek Peters vriendin, S., graag een deel van de reis mee te willen en zo zijn we nu gevieren op stap.

Vlucht naar San Francisco

De eerste dag is snel klaar. Omdat we al om zeven uur op Schiphol moeten zijn voor de vlucht van 9.50 uur, gaan we al een dag eerder naar Schiphol om daar te overnachten. Dat is maar goed ook, want Wouter Koolmees is weer aan het klussen geslagen en daarom rijdt de rechtstreekse trein naar Schiphol niet. We moeten nu eerst met de trein naar Amsterdam Arena en vervolgens met de bus naar Schiphol. We hebben ruime overstappen uitgezocht, maar Wouter zet onderweg de trein stil, zodat we op Arena hollend nog net de bus halen. Ook Schiphol verbouwt, zodat we opnieuw hollen voor de shuttle naar het hotel, die maar eens per 40 minuten gaat. ‘s Avonds hebben we samen met de familie een heel gezellig diner in het hotel. Een beter begin kan toch niet.

De shuttle brengt ons even stipt als altijd naar Schiphol, waar het afgeven van de bagage supersnel gaat. Na jarenlang trouwe dienst hebben we onze rugzakken moeten teleurstellen. Na Riks val met arm uit de kom in Australië, is hij tijdens de reis noodgedwongen overgestapt op een rolkoffer. Na lang nadenken heb ik besloten solidair te zijn en ook maar de rugzak in te leveren voor de koffer die nog op zolder staat. Eerlijk is eerlijk, zo’n rugzak van ruim 20 kg is best zwaar. P. en S. arriveren ook en gevieren ronden we snel de security en de paspoortcontrole af, zodat we alleen nog maar in hoeven te stappen. De boarding begint keurig op tijd, maar toch vertrekken we met een uur vertraging. Een van de toiletten mist een ‘zegel’ en iedereen begrijpt dat je dan de lucht niet in kan.

We hebben een rustige vlucht en met ruim een half uur vertraging landen we in San Francisco. We schuiven aan in een lange rij bij de douane die best snel doorstroomt. Wij houden de boel op, omdat Riks linkerhand geen vingerafdrukken achter wil laten. Gelukkig neemt de douanebeambte het vrolijk op. Voor het eerst in al ons reizen, wachten we nu niet op de twee zwarte rugzakhoezen, maar op twee koffers. Gelukkig hebben ook de koffers begrepen dat ze met ons mee moesten reizen.

Op de luchthaven neemt S. gelijk afscheid. Haar broer – die nu elders is – en schoonzus wonen in San Francisco en daar gaat zij op bezoek. P. en wij gaan op zoek naar de metrotrein die ons naar de autoverhuur brengt. Daar schuift P. opnieuw aan in de rij en na flink wat formulieren krijgen we een grote zwarte auto toegewezen. Achterin is meer dan genoeg ruimte voor alle bagage en ook de zitplaatsen zijn ruim. De auto is uitgerust met de meest geavanceerde voorzieningen, teveel om direct te bevatten. Het kierende open dak nemen we dus maar voor lief. Via een gecompliceerd netwerk van snelwegen, fly-overs en in- en uitvoegstroken bereiken we – drie uur na landing – het hotel.

Eerste indrukken San Francisco

Aangezien de dag al aardig op begint te schieten, gaan we snel de stad in om naar het waterfront en de beroemde pier 39 te lopen. Onderweg naar het hotel zagen we in de straten ongelofelijk veel zwervers en drugsverslaafden liggen, hangen en volledig verward rondlopen. Dat tref je meer in grote steden, maar hier zijn het er echt hele hordes. Overal slapen mensen op straat en hangen groepen rond die je ‘s avonds (en eigenlijk ook overdag) niet tegen wil komen. Opmerkelijk veel zwervers – het zouden zomaar oorlogsveteranen kunnen zijn – hangen voor oud vuil in een rolstoel of tonen hun geamputeerde ledematen liggend op een kleedje. Als we de stad inlopen, blijkt dat ons hotel in het laatste blok zit waar ze getolereerd worden. In de rest van het centrum zie je hooguit een enkeling. We lopen kriskras naar het waterfront en zien de beroemde trammetjes die voornamelijk bevolkt worden door toeristen. Vrijwel alle hoge gebouwen – allemaal stammend uit de glorietijd van weleer – hebben op het balkon brandladders. Vanaf de bovenste verdieping tot de eerste verdieping loopt een trap naar het balkon eronder. Wel veilig op voorwaarde dat je nette bovenburen hebt. Om inbraak te voorkomen, heeft de eerste verdieping een uitschuifladder naar de straat.

Chinatown San Francisco

Chinatown San Francisco

Moderner zijn de auto’s die we zien. Er rijden zelfrijdende auto’s rond met boven op het dak een groot draaiend ding en draaiende dingen voor- en achterop. De bestuurdersplek is leeg, de passa-giersplaatsen zijn soms bezet, maar soms is de auto helemaal leeg. Het is een bizarre ervaring om auto’s zonder chauffeur te zien rijden, wat nog gekker voelt als de auto volledig leeg rondrijdt. Dat niet iedereen hier voor Trump is, zien we ook. Op een elektrische step komt een man voorbij met een zwarte vlag waarop in grote letter staat: ‘Fuck Trump’.

Bij de waterkant zoeken we pier 39 op, beroemd om de zeeleeuwen die daar op platforms rusten en zich niets aantrekken van de mensen die op een ander platform naar ze staan te kijken. Ze zijn geweldig, de reusachtige mannen brullen naar elkaar om te laten zien hoe sterk ze zijn, de kleinere vrouwen aanschouwen het spektakel en wapperen met een flipper, krabben wat of duiken even in het water om later soepel op het platform te springen. Na de geweldige zeeleeuwen aanvaarden we de terugtocht en klimmen weer de steile heuvels van de stad op. Zou een normaal mens bij zo’n steile helling een weg met een bocht maken, hier houden ze van rechte straten en klim je maar extra. Onderweg pikken we een snel hapje eten op en als we om tegen zeven uur weer thuis zijn, zijn we na een dag van meer dan 24 uur en een wandeling van 6-7 km echt wel toe aan een bed. We hebben een kleine kamer met een smal en kort bedje, maar slapen doen we evengoed wel.

Zeeleeuw bij Pier 39, San Francisco

Zeeleeuw bij Pier 39, San Francisco

Over de VS

Voordat we echt aan de reis beginnen eerst wat informatie over onze bestemming. Zo zijn jullie dat immers gewend. De Verenigde Staten van Amerika beslaan een gebied van ruim 9.600.000 km² en bestaan uit 50 staten. Tegen de klok in grenzen de VS vanaf het zuiden aan Mexico, de Golf van Mexico, de Atlantische Oceaan, Canada en de Stille Oceaan. Langs de oostkust en langs de westkust liggen lange bergketens met als belangrijkste de Appalachen in het oosten en de Rocky Mountains in het westen. Het middelste deel van het land is relatief vlak. De belangrijkste rivieren zijn de Mississippi, de Yukon, de Mackenzie en de Colorado. Deze laatste heeft diepe canyons uitgeslepen, zoals de Grand Canyon in noord Arizona. In 2006 overschreden de VS de mijlpaal van 300 miljoen inwoners.

De indianen, de oorspronkelijke bewoners van Noord- en Zuid-Amerika, stammen af van migranten uit Siberië die over de Beringstraat zijn getrokken. Er bestonden inheemse culturen, maar tot een hoogcultuur zoals in Mexico of Zuid-Amerika is het niet gekomen. Toen de Europese kolonisatie begon, leefden er naar schatting een half miljoen indianen. De eerste Europeanen die de uitgestrekte wouden, prairies en woestijnen van noordelijk Amerika trachtten binnen te dringen, waren de Spanjaarden. Hernando de Soto trok in 1539 Florida binnen. Hij werd in 1541 door de Mississipiërs verslagen, een aanval die hij niet overleefde. Aangezien het ook niet de voorspelde ‘rijke buit’ opleverde, kwam er een voorlopig eind aan de expedities. Wel leverde het de inheemse bevolking een vervoermiddel op dat het leven op de prairie fors zou veranderen: het paard. In 1607 stichtten Engelse kolonisten Jamestown, de eerste permanente nederzetting, later uitgebreid tot dertien koloniën. In het binnenland bouwden de Fransen forten en ook Spanje vestigde koloniën, gevolgd door kleinere landen als Nederland en Zweden. De indianen werden in deze periode, vaak met geweld, door de kolonisten verdreven. De kolonisten bouwden vooral in de zuidelijke koloniën aan de oostkust een slaveneconomie op, gebaseerd op de export van tabak en andere producten naar Europa. De Europeanen voerden onderling strijd vanwege hun koloniale bezittingen. Rond eind 17e eeuw en 18e eeuw zijn heel wat conflicten uitgevochten.

Tijdens de Zevenjarige Oorlog (1756-1763) verloor Frankrijk vrijwel al zijn koloniën. Nu de grootste concurrent verslagen was, vonden de Engelse kolonisten de bemoeienis van het moederland hinderlijk. In de periode 1763-1789 werden de Verenigde Staten als natie geboren. Europa zag de koloniën als wingewest, dat moest bijdragen aan de betaling van de oorlogsschulden. Juist deze belastingheffing leidde in 1776 tot de onafhankelijkheid van de Verenigde Staten. In 1775 kwam het Continental Congress, een samenwerkingsverband tussen de 13 koloniën, bijeen om een onafhankelijkheidsverklaring op te stellen die in 1776 werd aanvaard. De Verenigde Staten van Amerika waren geboren. In 1783, bij de vrede in Parijs, erkende Groot-Brittannië de onafhankelijkheid van de Verenigde Staten. De VS breidde zijn gebied aanzienlijk uit: Louisiana werd gekocht van Frankrijk, Texas zocht aansluiting en wat nu Californië, New Mexico, Arizona en Nevada is, werd veroverd op Mexico.

Al snel groeide de onenigheid tussen het geïndustrialiseerde noorden en het agrarische zuiden. Na de inauguratie van Abraham Lincoln in 1861 liepen de spanningen hoog op en brak de Amerikaanse Burgeroorlog uit, een bloedige oorlog die zich vier jaar voortsleepte. Eind 1865 werd de slavernij afgeschaft. Na een opbouwperiode begonnen de VS aan hun klim naar internationale macht. De enorme toestroom van Europese immigranten en een ongekende industriële ontwikkeling vormden daarvoor de basis. Spoorwegen die de oost- en westkust verbonden, maakte het nog wilde gebied ertussen toegankelijk. Dit leidde tot de neergang van de oorspronkelijke Amerikanen, vooral omdat de bizon – grotendeels hun bron van levensonderhoud – op de rand van uitsterven gebracht werd. In de laatste jaren van de 19e eeuw werden de VS een grote macht die controle uitoefenden over onder meer de Filipijnen en Cuba.

In 1917 werden de VS in de Eerste Wereldoorlog betrokken. Gedesillusioneerd door het falen in de periode na de oorlog koos het Amerikaanse volk voor isolationisme: ze richtten hun aandacht naar binnen. Tijdens de roerige jaren twintig beleefden de VS een ongekende opgang, die bruut werd onderbroken door de beurscrash van 1929. Het isolationisme zorgde aanvankelijk ervoor dat de VS zich militair buiten de Tweede Wereldoorlog hielden. Wel werd er geld en materiaal naar de geallieerden gestuurd. De Japanse aanval op Pearl Harbor in 1941 en de Duitse oorlogsverklaring zorgden ervoor dat de VS deelnamen aan de Tweede Wereldoorlog. De oorlog zou vier jaar duren met daarbij de atoomaanvallen op Japan in 1945. Het naoorlogse tijdperk werd bepaald door de steeds grimmigere Koude Oorlog. Ondertussen groeide de welvaart aanzienlijk. Tijdens het presidentschap van John F. Kennedy beleefde de Koude Oorlog zijn heetste momenten tijdens de Cubacrisis, waarin ternauwernood een atoomoorlog vermeden werd toen de Sovjet-Unie onder zware druk atoomraketten uit Cuba terugtrok. Nog tijdens de Koude Oorlog stapten de Verenigde Staten in de Vietnamoorlog.

Tijdens de jaren zeventig hadden de VS te maken met een periode van malaise. In 1980 werd Ronald Reagan president. Hij gaf het Amerikaanse volk weer zijn zelfvertrouwen terug. Toen de Sovjet-Unie viel en het Oostblok liberaliseerde, groeide de welvaart van de Verenigde Staten tot ongekende hoogte, evenals de schuldenlast en internationale verstrengelingen van het land. Onder Bill Clinton zette die groei door. Ook de Europese economie wist hiervan mee te profiteren. In 2001, George W. Bush was net president, werden de twee torens van het World Trade Center in New York verwoest door Al Qaida terroristen. Aan het einde van het tijdperk Bush stortte de wereldeconomie in en was een diepe recessie een feit. In de VS werden recordhoeveelheden geld gespendeerd om de economie te stimuleren. In 2008 werd Barack Obama als eerste Afro-Amerikaan president verkozen. Hij voerde internationaal een meer tegemoetkomend beleid jegens landen als Rusland en Iran. Tja, en over de recentere geschiedenis hoeven we niet veel te vertellen.

Alcatraz

Dat over de VS, terug naar de reis. Na een lange nacht staan we een stuk frisser op voor een dag die is gereserveerd voor San Francisco. In een dag kan je nooit alles doen en we beginnen met een van de iconen van de stad: de Golden Gate Bridge. Die is inderdaad rood en indrukwekkend, maar wat nog leuker is dan de brug, is de omgeving. Onder aan de de brug waren vroeger militaire vestingen. Die zijn gesloopt en het gebied is herbeplant met lokale soorten en nu is het een prachtig gebiedje. Weliswaar is het er druk met wandelaars, fietsers en andere toeristen, maar ondanks dat vermaken we ons er uitstekend. We zien – dankzij P. – onze eerste vogels en er staat van alles op plantengebied. Het is er zo leuk dat we veel te snel weg moeten voor ons volgende uitstapje: Alcatraz.

Alcatraz, een eiland in de Baai van San Francisco, is in 1850 begonnen als militaire vesting met een stevig fort. Toen in 1861 de Amerikaanse Burgeroorlog uitbrak, werd het eiland geschikt gemaakt als strijdlocatie met 85 kanonnen, maar vanwege gebrek aan manschappen kon maar een klein deel tegelijkertijd worden ingezet. Na de oorlog concludeerde het leger dat het fort en de bewapening van Alcatraz achterhaald waren. Na veel verschillende plannen werd besloten van Alcatraz een gevangenis te maken. De afgelegen ligging en de sterke stromingen in de baai maakten het zo goed als onmogelijk om te ontsnappen. Voordat het officieel een gevangenis werd, werd het al gebruikt als militaire gevangenis. In 1933 werd het een federale gevangenis. De gevangenis had een zeer streng regime. In de beginjaren was het zelfs niet toegestaan om onderling te praten. Nadat er via het doorspoelen van het toilet een primitieve communicatie op gang kwam, is het spreekverbod opgeheven.

Alcatraz

Alcatraz

Tijdens de 29 jaar dat Alcatraz in gebruik was als federale gevangenis, zijn verschillende ontsnap-pingspogingen gedaan, maar officieel is het nooit iemand gelukt om te ontsnappen. In totaal waren er 36 gevangenen betrokken bij veertien ontsnappingspogingen. Daarvan werden er 23 weer gearresteerd, zes doodgeschoten, twee verdronken en vijf genoteerd als vermist, vermoedelijk verdronken. Op 11 juni 1962 zou er echter toch een succesvolle ontsnapping plaats hebben gevonden. Frank Morris en de broers John en Clarence Anglin ontsnapten volgens de verhalen op een opblaasbaar vlot gemaakt van aan elkaar gelijmde regenjassen. Van de mannen heeft niemand meer iets vernomen. Men is ervan uitgegaan dat ze verdronken waren, maar dat is nooit bewezen. Van deze ontsnappingspoging is in 1979 een film gemaakt: Escape from Alcatraz. Nog geen jaar na de ontsnapping werd Alcatraz in 1963 officieel gesloten. In 1969 bezette een groep indianen de rots in de baai. Ze verbleven twee jaar lang op het eiland, en trachtten op deze wijze hun eis voor een Indiaans Cultureel Centrum kracht bij te zetten. Sinds 1972 is Alcatraz een van de gebieden onder beheer van de National Park Service en sinds 1973 is het eiland opengesteld voor publiek. Op Alcatraz staat de oudste nog werkende vuurtoren van de Amerikaanse westkust.

Met een korte overtocht met de ferry bereiken we Alcatraz dat bepaald indrukwekkend is. We zijn nu echt Toeristen met een hoofdletter T, want het is er druk en vol met bezoekers. Wat het bezoek extra leuk maakt, is dat Alcatraz bewoond wordt door duizenden vogels en dat we die midden in het broedseizoen treffen. De Brandts aalscholvers zitten in grote kolonies te broeden, ruziënd om een plekje. Om indruk te maken op de dames gooien de mannen hun nek ver achterover waardoor een helderblauwe plek zichtbaar wordt. Ook de Amerikaanse kleine zilverreigers zien er op hun mooist uit en bevolken de bomen. De meeuwen zitten niet alleen op de afgesloten broedplekken, maar trotseren de hordes toeristen. Hun blik maakt duidelijk dat je maar beter niet te dichtbij kan komen.

Terug van het eiland lopen we snel de 3,5 km terug naar huis om met P. samen S. op te halen. Die logeert in Half Moon Bay, wat ongeveer op een uur rijden van de stad afligt. Voordat we daarheen gaan, rijden we eerst naar Twin Peaks, een enorme heuvel aan de rand van de stad met een geweldig uitzicht over heel San Francisco en de baai, inclusief Alcatraz. Het stormt er geweldig tot plezier van een stel raven die luidruchtig stoeien met de storm. De rit langs de kust is prachtig en we stoppen een paar keer voor de uitzichten. Bij een stop zijn we snel weer weg vanwege het opwaaiende zand dat in je ogen en tussen je tanden waait. We halen S. op bij haar schoonzus en rijden inmiddels in het donker naar huis. Om tien uur ‘s avonds is de dag gedaan, we hebben een mooie volle dag gehad.

Onderweg naar Yosemite

We nemen afscheid van San Francisco om op weg te gaan naar onze volgende bestemming: het Yosemite Park. Afscheid nemen van de stad valt behoorlijk tegen, we staan in een forse file en het duurt lang voor we de stad uit zijn. Eenmaal uit de stad rijden we door groen heuvelig terrein, wat al vrij snel overgaat in een veel droger landschap. Na een tijd rijden verandert het landschap in een soort vlak polderlandschap. We rijden door een enorme delta die niet alleen vlak is, maar door het aangevoerde sediment ook uiterst vruchtbaar is. Het is een gigantisch groot landbouwgebied waar de fruit- en notenbomen overheersen. In de verte zien we donkere wolken vanaf de grond hangen. Eerst denken we nog aan brand, maar het zijn zandstormen. Door de harde wind en de droogte stuift het zand, zodat we door een soort zand-mistwolken rijden. Heel spectaculair.

P. heeft een plek gevonden, Sherman Lower Island, waar een natuurgebied is, waar we vogels kunnen zien. Het waait enorm hard, wat niet erg gunstig is om vogels te spotten. Aan watervogels zien we niet veel, maar andere vogels wagen het ondanks de sterke wind erop en komen kijken wie er voor hun zijn. Zo zien we onder meer de geweldige bootstaartttroepiaal met een lange staart die de vorm heeft van een omgekeerde boot. Ook een prachtige epauletspreeuw komt laten zien wat een prachtige felrode vleugels hij heeft. Naast de vogels zien we ook genoeg leuke bloemetjes.

Omdat we meestal geen ontbijt hebben en we voor onderweg ook iets te eten moeten hebben, hadden we besloten om bij een supermarkt aan de rand van de stad te stoppen om water en eten in te slaan. Alleen zien we aan de rand van de stad niets wat op een winkelcentrum lijkt. Ook bij plaatsen onderweg is niets te bespeuren waar je eten zou kunnen kopen. Op de kaart zien we dat Stockton een wat grotere plaats is, daar moet het lukken. Maar ook daar is niets te zien. Via Google vinden we een shopping mall in Stockton en daar rijden we via een eindeloze rij stoplichten naartoe. Het is geen succes. Je kan er kleren, schoenen en parfum kopen, maar een supermarkt, ho maar. Via wat vage aanwijzingen van de schoenenzaak vinden we een reform supermarkt waar we voor veel geld eten en water voor de eerste dagen inslaan. Bij de Target schaffen we een koelbox aan, zodat het eten enigszins koel vervoerd kan worden. De hele operatie heeft ons uren gekost.

We rijden verder richting Yosemite en houden een stop in Jamestown, een oud goudzoekersstadje met nog veel gebouwen in de stijl van de goudzoekerstijd. Het is een leuke plaats om even rond te kijken. Wat wel triest is, is dat heel veel gebouwen leeg staan en dat er in de stad ongelofelijk veel panden te koop staan. De stad heeft ook een museum ter grootte van een schuur. Zonder enige bewaker is de schuur op zondagavond om half zes open en kan je al het oude ambachten gereedschap bewonderen. Blijkens een rode lijn waar je achter moet komen, demonstreren ze het oude gereedschap tijdens officiële openingstijden. Vanaf Jamestown rijden we verder tot een stukje buiten Groveland waar ons hotel is. We checken snel in en gaan dan voor een hapje eten in de naastgelegen tent die echt erg Amerikaans is qua inrichting en bediening.

Eerste dag Yosemite met coyote

Het hotel zit dichtbij de ingang van Yosemite, wat betekent dat we er de volgende ochtend met een half uur rijden zijn. Yosemite National Park heeft een oppervlakte van meer dan 3.000 km² en ligt op de westelijke flanken van de centrale Sierra Nevada. Yosemite National Park werd in 1890 opgericht en was een van de eerste nationale parken van de Verenigde Staten en de wereld. In 1916 kwam het onder beheer van de National Park Service en sinds 1984 staat het natuurgebied op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Het park is beroemd om de Yosemite Valley, een door gletsjers ontstaan dal met granieten rotswanden die glad geslepen zijn door de gletsjers. Naast de hoge bergen zijn er watervallen en meren. Yosemite is voor bijna 95% beschermd als wildernisgebied en herbergt een grote biologische diversiteit. We hebben er twee volle dagen, maar je kan er makkelijk langer zoet brengen.

We kunnen zonder wachtrij het park in en de aangeschafte parkpas wordt herkend, zodat we naar binnen mogen. Het park is adembenemend mooi. Hoge grillige bergen met hellingen begroeid met naaldbomen en kale, glad geslepen rotsen op de te steile stukken. Diep beneden zien we de Merced rivier in een steil dal liggen. Onderweg naar het centrum van het park – ook een half uur rijden vanaf de ingang – stoppen we voor verschillende prachtige uitzichten. Al bij de uitzichtpunten blijven we lang hangen. Dankzij P., een echte vogelaar, en S., een goede spotter, zien we al gelijk leuke vogeltjes. Ook staan er fraaie bloemen, zodat we naast het uitzicht nog veel meer te zien hebben.

Vandaag hebben we een wandeling door de Yosemite Valley gepland. De hele tocht is 18 km, maar dat gaan we met ons tempo nooit halen. Onderweg valt er zoveel te zien. Net nadat we op pad zijn, krijgen we werkelijk een cadeau. Over het pad komt een coyote recht op ons af gelopen. Hij aarzelt even om rechts in het veld te kijken, keert dan toch weer om, verder onze kant op. Vlak voor ons slaat hij af het bos in en als we even later terugkijken, is hij een stukje voorbij ons, weer teruggekeerd naar het pad. Aanvankelijk denken we dat ze hier misschien wel erg aan mensen gewend zijn, maar de rest van de dagen valt er van de coyotes geen spoor te bekennen. We hebben zo’n geluk gehad.

Coyote in Yosemite National Park

Coyote in Yosemite National Park

Naast de landschappen met de geweldige rotsformaties als El Capitan, een reuzenberg van een rots en de kathedraal met zijn torens, zijn er ook zoveel vogeltjes. En alhoewel niet meteen de eerste keer, lukt het me om ze allemaal te zien vandaag. Ook staan er steeds weer prachtige planten, zodat we na 1,5 uur bijna 3 km gelopen hebben. Aan het eind van de wandeldag staat onze teller na 5,5 uur op 9 km. Maar we zijn hier niet om wandelprestaties te leveren maar om te genieten van alles en dat hebben we gedaan met als hoogtepunt zomaar een coyote.

In het park is een gratis shuttlebus die een rondje door de vallei rijdt. Dat is handig om weer terug te komen bij de auto. Na een kwartiertje wachten, komt de shuttle. Die blijkt al afgeladen vol te zijn. Wij kunnen gelukkig mee, maar op de halte blijven mensen achter en op de volgende halte kan er niemand meer bij. Ook op de haltes daarna kunnen er wel mensen bij doordat er mensen uitstappen, maar overal blijven mensen achter omdat de bus te vol is. In de brochure staat ook de logische opmerking dat als het druk is er minder bussen rijden (in- en uitstappen kost dan meer tijd). We zouden eigenlijk nog even bij het informatie centrum uitstappen, maar dat slaan we met de afgeladen bussen maar beter over. Een paar haltes voor onze bestemming stopt de bus zeker een kwartier. Er rijden minstens drie andere shuttles langs, allemaal minder druk dan de onze. Waarom we zo lang stil staan? Geen idee. Maar goed uiteindelijk bereiken we de parkeerplaats. Er valt nog veel aan het shuttle systeem te verbeteren.

Vervolg Yosemite met Tioga Road

Op onze tweede dag in het Yosemite Park beginnen we met de dingen waar we gisteren niet aan toe gekomen zijn. Onze eerste stop is bij de Bridal Veil Falls, een 189 m hoge waterval, die nu door al het smeltwater er goede zin in heeft. We moeten wachten op een vertrekkende andere toerist voor we kunnen parkeren en hoeven niet te zoeken naar de weg. We volgen de stroom. Maar de waterval is het waard. Hij is indrukwekkend en wordt nog extra mooi omdat de zon het bovenste randje van puur zilver maakt. Het is onvoorstelbaar hoe ver de nevel van de waterval spat. Zelfs op flinke afstand voel en zie je de fijne neveldruppeltjes rondzweven. Tweede punt in de Yosemite vallei is het Mirror Lake, eigenlijk geen meer, maar een verbreding van de rivier die ‘s zomers opdroogt. Via een mooi wandelpad (heen en terug zes km) bereik je het meer dat al gedeeltelijk droog gevallen is en waarin de grillige rotsbergen en bomen prachtig weerspiegeld worden. Het is hier overal zo mooi, terwijl het geheel opgevrolijkt wordt door eekhoorntjes die zich makkelijk laten zien en prachtig gekleurde gaaien.

Mirror Lake in Yosemite National Park

Mirror Lake in Yosemite National Park

We verlaten nu de vallei en gaan de bergen opzoeken via de Tioga Road, een van de weinige wegen die de Sierra Nevada doorkruisen. Ik wilde dat ik kon beschrijven hoe groots en indrukwekkend het landschap hier is, zulke geweldige rotsformaties tegen een blauwe lucht met vooral naaldbos, watervallen en waterstroompjes. Een uitzichtpunt wordt nog mooier dan het al is, doordat metershoge yucca’s met dichte trossen grote witte bloemen meer dan uitbundig staan te bloeien. Hele hellingen zijn bedekt met de yucca’s die speciaal voor ons lijken te bloeien. We klimmen tot ruim boven de 2.500 m en komen dan zelfs sneeuw tegen. Waar de sneeuw net weg is, bloeien al plantjes om zo snel mogelijk te profiteren van het korte seizoen. We zien knalgele kruisbloemen, schattige roze rozetjes en piepkleine blauwe lupines, allemaal net ontwaakt uit hun winterslaap. Ons keerpunt is een groot meer, Tenaya Lake, met onvoorstelbaar helder water, omgeven door besneeuwde bergen met naar de top toe steeds dunner wordend dennenbos. Onwerkelijk zo mooi als het hier is.

We rijden dezelfde weg weer terug tot aan de Tuolumne Grove, een vallei met reusachtige sequoia bomen. Vanaf de parkeerplaats moet je ernaartoe wandelen. De heen- en terugtocht is ruim 3 km met 150 meter hoogteverschil. Dat doen we niet meer, de klok wijst al zes uur aan en in ons tempo met rondkijken, klimmen en dalen, gaan we dat niet meer redden voor donker. Terwijl we terug rijden worden we ruimschoots gecompenseerd. Als we stoppen om auto’s te laten passeren, staan er weer prachtige bloemen en horen we een specht die zich niet laat zien. Even later staat een grote groep muildierenherten – zo genoemd vanwege hun grote oren – te grazen in het sappige, jonge gras. Ze kijken op als we aankomen, maar grazen daarna rustig verder. De mannen hebben net een vers gewei, nog lekker ingepakt in hun vacht. Een jong mannetje begint met twee kleine knobbeltjes. Na opnieuw een heerlijke dag zijn we om zeven uur weer thuis.

Merced National Wildlife Refuge

Na twee prachtige dagen nemen we afscheid van Yosemite Park en gaan we op pad naar de volgende parken, Kings Canyon National Park en Sequoia National Park, beide beroemd om de grote sequoiabomen. We hebben ons boodschappenlesje geleerd en nu opgezocht waar we onderweg een Walmart – een enorme supermarkt en deels warenhuis – kunnen vinden om de boodschappen te doen. We moeten veel inslaan, want op ons adres bij Kings Canyon (vanaf nu KC) en Sequoia verwachten we niets te vinden om te eten en we zitten er drie dagen. In Merced plunderen we de Walmart en beladen met twaalf magnetronmaaltijden, ontbijtspullen, brood en beleg en wat van het schaarse verse fruit dat de Walmart biedt, komen we de winkel uit. Hier overleven we wel drie dagen op.

Voor de rit naar KC en Sequoia kunnen we kiezen uit twee opties. Een is een bergrit met veel naald-bos, de andere is naar een wetlandgebied waar we kunnen rondrijden en wandelen om watervogels te spotten. Wetlandsoorten zullen we de rest van de reis weinig meer tegenkomen, dus we kiezen voor een uitstapje naar het Merced National Wildlife Refuge. Er is niet veel belangstelling voor het park, we zijn de enige auto. Op vogelgebied is het aanvankelijk redelijk rustig, maar ja, we zijn hier ook op het heetst van de dag. Na verloop van tijd laten toch heel wat aardige vogeltjes zich zien, waaronder een prachtig gele goudsijs die een aantal vliegvlugge pubers heeft, die bedelen om een hapje eten. We spotten ook leuke eenden, zoals een kaneeltaling die inderdaad donker kaneelkleurig is. Als we na uren het park verlaten, vliegt een enorme groep ibissen over en zitten twee gieren vlak voor ons op de weg. Afgezien van de hitte is het een mooie plek.

De rit van vandaag voert voornamelijk door vlak landschap, ook weer met veel landbouw. We zien ontzettend veel boomgaarden met citrusvruchten en hier en daar ook andere gewassen. In het Merced park zagen we al veel holletjes in de grond, nu we door het vlakke prairielandschap rijden, zien we ook van wie ze zijn. Voortdurend zien we de kleine prairiehondjes snel langs schieten. Met gevaar voor eigen leven rennen ze de weg over. Helaas zien we ook in de berm dat ze niet allemaal goed uitgekeken hebben. Tot aan het park hebben we een mooie toeristische route gehad, maar na het wetlandgebied komen we al vrij snel op de grote weg die ontzettend druk is en waar we zelfs in de file staan. Eenmaal van de snelweg af wordt de route een stuk aangenamer. Op het laatste stuk is geen meter weg recht en van bocht na bocht slingerend, bereiken we onze bestemming.

We hebben hier een huisje, echt een aardig huisje, maar zeker niet geschikt voor vier volwassenen. Er is één slaapkamer met een tweepersoonsbed en een stapelbed. We hebben het prima met z’n vieren, maar gevieren op één slaapkamer is toch niet echt de bedoeling. In de woonkamer staat een bedbank, maar ook dat is geen optie. Vanuit de slaapkamer moet je door de woonkamer naar badkamer en toilet die we ook nog eens moeten delen. BirdingBreaks kunnen we vanwege het tijdsverschil niet bereiken, maar P. gaat gelijk aan de slag. Nadat de eigenaresse is gekomen en meedenkt, is er een oplossing. P. en S. verhuizen naar een accommodatie op 12 minuten rijden. Geen oplossing voor vanavond, want nu is het al donker, iedereen is moe van de lange dag en in het donker op zo’n bochtige weg rijden is niet verstandig. Vandaag delen we het huisje en morgen hebben P. en S. hun eigen kamer iets verderop en wij het huisje.

Kings Canyon National Park

We rijden de kronkelweg van het huisje weer terug naar de weg en slaan dan af voor het Kings Canyon National Park. Het park, opgericht in 1940, ligt in het zuidelijk deel van de Sierra Nevada en beslaat een gebied van 1.873 km². Het omvat het General Grant National Park, dat in 1890 werd opgericht ter bescherming van de General Grant Grove. Aan de zuidzijde grenst het aan Sequoia National Park, waarmee het door de National Park Service als geheel wordt beheerd. Kings Canyon is beroemd geworden door geoloog John Muir, die de kloof geweldig vond vanwege de gigantische bomen, maar ook enthousiast was over de gelijkenis met Yosemite Valley. Volgens zijn – later correct gebleken theorie – waren beide valleien voornamelijk gevormd door enorme gletsjers tijdens de laatste ijstijd. De geoloog van de staat Californië was het daar niet mee eens. Volgens hem waren ze ontstaan door aardbevingen, maar die geoloog bleek echt ongelijk te hebben. Lange tijd was de toekomst van het park onzeker vanwege plannen om een dam te bouwen, hoewel er stemmen opgingen de canyon te behouden als park. De discussie werd beslist in 1965, toen de vallei werd toegevoegd aan het reeds bestaande General Grant National Park.

Al vlak bij de ingang wacht ons de eerste attractie: een enorme boom die verschrikkelijk hoog en dik is. Hier is ook de Big Stump, inderdaad een geweldig dikke stronk en de restanten van een sequoia uit de tijd dat de bomen nog gekapt werden. Wat een enorme zagen moeten ze gehad hebben om zo’n boom om te zagen. Ondanks Muir geologenblik vinden wij het park zo volstrekt anders dan Yosemite. Waren er in Yosemite steile, door gletsjers volledig glad afgesleten rotsen, hier zijn de bergen aanvankelijk veel vriendelijker met minder steile bergen en een veel groenere begroeiing met ook loofbomen. Dieper in het park worden de bergen hoger en grilliger en zien we ook scherpe punten uitsteken en uiteraard zien we op grotere hoogte vooral naaldbomen. Muir had dus toch gelijk. Grootste en beroemdste boom van het KC park is de General Grant Tree, een enorme boom van meer dan 80 meter hoog en een doorsnee 12 meter. De leeftijd van de boom wordt geschat op 1600-1700 jaar. Als ze zouden kunnen praten, zouden ze heel wat geheimen kunnen onthullen. Hoe oud ze precies worden, weet niemand, maar de oudst gedateerde boom is 3.200 jaar geworden.

Chipmunk bij Kings Canyon, Californië

Chipmunk bij Kings Canyon, Californië

Als we er zijn is er toevallig net een ranger die ons een praatje van 20 minuten belooft. Daar blijven we graag even voor. Ze vertelt geweldig en we horen veel over de gigantische sequoia’s die hier groeien. De reuzensequoia’s (sequoiadendron giganteum voor de liefhebber) zijn echt bijzonder. Ze groeien alleen op de westhelling van de Sierra Nevada tussen 1.700 en 2.600 meter dankzij de juiste hoeveelheid zon, het open bos, het dikke pak sneeuw in de winter en af en toe een flinke bosbrand. Deze reuzenboom kan per dag wel 3.000-4.000 liter water aan. Daar heb je vast een uitgebreid wortelstelsel en veel sneeuw voor nodig.

De bast is wel 60 cm dik, weinig brandbaar en bevat tannine waardoor insecten en schimmels er weinig vat op hebben. Het zachte hout eronder bevat veel water waardoor ook dat niet makkelijk brandt. Ze kunnen dan ook goed tegen brand, alleen extreme bosbranden kunnen de boom het leven kosten. De bomen lopen wel wat schade op, maar na de brand groeit de boom vrolijk verder. Ook het centrale hout is hard en bevat eveneens tannine die ook dat deel van de boom weerbaar maakt. Om de zaden te laten kiemen, hebben de reuzen bosbranden nodig, alleen dan laten de kegels hun zaden los. Doordat de brand de andere planten verwoest, hebben die zaden lekker de ruimte om te kiemen. Je vindt ze daarom vaak in groepen bij elkaar. De branden bieden onze reuzenvriend nog een voordeel. Omdat de concurrentie van andere bomen is uitgeschakeld, kunnen ze na de brand harder groeien. Bij een omgezaagde stam kunnen we zien dat de jaarringen na de brand breder zijn. De een zijn dood is de ander zijn brood, nietwaar. Alhoewel de boom zijn hele leven door blijft groeien, stopt de lengtegroei bij oude bomen. Als ze te hoog worden, kan het water niet meer de top bereiken en die sterft af. Boven de kruin zie je dan dode takken uitsteken, terwijl de rest springlevend is. Groeien doet hij nog wel, maar net als bij groeiende volwassenen, groeit hij alleen nog in de dikte.

Kings Canyon, Californië

Kings Canyon, Californië

Vanaf de General Grant Tree rijden we verder voor een geweldige landschapsrit. We boffen zo enorm met het seizoen, want nu de sneeuw weg is, willen alle planten snel, snel bloeien, want voor je het weet, is het alweer te koud. We zien metershoge yucca’s die zwaar zijn van de witte bloemen en die hele hellingen bedekken. Daarnaast vinden we talloze bloemen, de een nog mooier dan de ander. Tegen het eind kunnen we nog wandelingen maken, eerst naar een indrukwekkende tweetraps waterval en later naar een plek die Zumwalt Meadow heet, wat niet alleen een rare combinatie van Duits en Engels, maar ook van bos en weide is. Maar de wandeling is prachtig, ook weer vol bloemen. Hoogtepunt van de wandeling is een muildierhert hinde die zich volstrekt niet aan ons stoort. Ze loopt rustig over het pad, snoepend van het frisse groen en verse bloemetjes en wij volgen op gepaste afstand.

Terug passeren we nog een prachtig meer en rijden we door een heerlijk bos. Opnieuw zijn we laat thuis, ook omdat we dankzij de foute aanwijzing van de routeplanner ons huisje straal voorbij rijden. Voordeel is wel dat nu we meer gedaald zijn, we talloze echtparen Amerikaanse kwartels tegenkomen. Schitterende vogels. De man voorop met een grote pluim op zijn kop, het vrouwtje met een kleinere pluim steevast de man volgend. Als we om acht uur thuis zijn, zijn we blij met de magnetronmaaltijden die na vier keer 90 seconden op tafel staan.

De rest van de avond verloopt niet helemaal soepel. Rik wil zijn foto’s saven, maar mijn laptopje geeft aan dat de fotokaart fout is. Het fototoestel zegt dat ook. De schrik slaat ons om het hart, want dan zijn foto’s van twee dagen weg. Gelukkig bedenkt het fototoestel zich en herkent even later toch dat het zijn kaartje is. Rik heeft op mijn laptopje een nieuwe grotere kaart geïnstalleerd en die is kennelijk opeens niet meer bereid om normaal met het fotokaartje samen te werken. Rik klooit de hele avond met snoertjes, tablet en telefoon, maar niets, helemaal niets werkt. Toch willen we heel graag de foto’s saven. Uiteindelijk zet Rik het oude kaartje terug in mijn laptop en die goeie oude sul wil best praten met de fotokaart. Het heeft ons dik 2,5 uur tobben gekost, maar we gaan opgelucht naar bed.

Ik heb weer meer dan acht kantjes geschreven, dus hoogste tijd om af te ronden. In de volgende brief meer over het Sequoia park en de rest van de reis.

naar volgende pagina:
VS 2026 rondzendbrief 2