[Verzonden op 13 juni 2026 vanuit Moab]
Mojave National Preserve
De vorige brief eindigt in het mooie Joshua Tree National Park. Vanaf daar rijden we een stukje verder naar het noordoosten naar het Mojave National Preserve, een beschermd natuurgebied in het zuidoosten van Californië. Het gebied ligt in de Mojavewoestijn en vormt samen met de omliggende natuurgebieden, waaronder Joshua Tree National Park, een aaneensluitende zone van meer dan 16.400 km² beschermd federaal gebied. Het is het grootste van de National Preserves in de 48 aaneengesloten staten en het op twee na grootste gebied beheerd door de National Park Service in diezelfde aaneengesloten staten.
De route voert opnieuw door woestijnlandschap, maar wel een woestijn vol met lage struikjes en redelijk veel groen. Aan weerskanten van het dal waar we doorheen rijden zijn bergen die ook licht begroeid zijn. Bij een splitsing komen we uit bij een gigantisch breed en kaal dal, dat er uitziet alsof in betere tijden hier een frisse rivier stroomde, nu is het er kurkdroog.
In het park rijden we na een uitzichtpunt naar een van de hoogtepunten van het park: de hoge zandduinen. De zandduinen zijn vrij recent (9.000 jaar) en gevormd door de winden die het zand dat niet uit de vallei kan, opgeblazen hebben tot duinen van 200 meter hoog. De duinen zijn echt spectaculair. Vanaf de parkeerplaats loopt een pad naar de hoge duinen, die best dichtbij lijken, maar hoe we ook lopen, steeds nog ver blijken te zijn. Heel lang houd je het hier in de hitte en de zon niet vol om door het rulle zand te sloffen, dus de duinrand bereiken we niet. Onderweg zien we burchten met grote ingangen en ook veel kleine holletjes. Wie er wonen weten we niet, maar gezien de vegetatie moet er genoeg te eten zijn voor kleine knagertjes die op hun beurt grotere jagers een prima maaltje bieden.

Luipaardleguaan in Mojave NP
In alle droogte en tussen alle aan droogte aangepaste planten staat een brutale plant, alsof er niets aan de hand is, met opvallende, grote witte bloemen uitbundig te bloeien. Het is de birdcage evening primrose (vogelkooi avondprimula), die geen primula, maar een teunisbloem is. Als de plant doodgaat krult het geheel naar boven, waardoor een soort vogelkooitje ontstaat. Ook verschillende soorten bijtjes scharrelen tussen de bloemen rond. Leven genoeg hier. Na de zandwandeling lunchen we in de schaduw op een luxe houten bank onder de balustrade van een voormalig station. We zijn bij het bezoekerscentrum (gesloten vanwege renovatie) dat op de plaats staat van een vroeger station dat vooral in de Tweede Wereldoorlog van belang was voor de aanvoer van mensen en materieel.
Via een hobbelige gravelweg die voor onze niet 4WD auto best spannend is, rijden we naar het centrum van het park waar een tweede bezoekerscentrum is en dan gebeurt het. P. heeft een wenssoort: de roadrunner (renkoekoek). We zijn al in veel gebieden geweest waar we hem zouden kunnen zien, maar tot nu toe heeft hij zich niet vertoond. Plotseling flitst er een vogel voor de auto langs om direct de naastgelegen helling op te vliegen. Voor P. is de flits onmiskenbaar: de roadrunner (die geen beep-beep zegt zoals in de cartoon), voor mij is het een flits die ik als snelle vogel herken. Rik en S. hebben achterin niets gezien. Roadrunner moet een verjaardagskalender hebben, P. is vandaag jarig en dit is zijn verjaardagscadeau.
Overnachten in Needles
Opnieuw treffen we uiterst vriendelijke en behulpzame mensen bij het bezoekerscentrum. De wandeling vlakbij raden ze af. Die is ontmanteld, infobordjes zijn weggehaald en de planten zijn door de hitte al grotendeels dood. Er is een andere ‘moderate’ wandeling, maar die klinkt spannend met ringen in de wand voor steun. Bovendien moeten we dan weer een heel eind terug over de gravelweg en een flink eind over nog een andere gravelweg. Tel daarbij op de hitte (ver boven de 30 graden en een brandende zon), dan is de uitkomst duidelijk: dat gaan we niet doen. Bij het bezoekerscentrum zijn de rotsen even indrukwekkend, maar weer anders dan in Joshua park. Ze zijn donkerder en roodachtig, scherper gepunt en alsof het grote gatenkazen zijn, zitten er overal grote holle gaten in. We maken dus de mooie rit door het park af en vervolgen de weg naar het hotel in Needles, een van de warmste plekken in Californië en beroemd vanwege zijn ligging aan de vermaarde route 66. We eten in een ouderwets Amerikaanse tent met een echte saloon sfeer en van alles aan de muur. Onderweg zien we een goederentrein met drie locomotieven en zoveel containers dat we de totale lengte schatten op meer dan een kilometer.
Hoover Dam
We verlaten na een nacht niet alleen het hete Needles, maar ook Californië en via een kort stukje Arizona, rijden we naar Nevada. Vandaag gaan we naar Las Vegas. Onderweg stoppen we eerst bij de gigantische Hoover Dam in de Black Canyon van de Colorado River. De dam heette oorspronkelijk de ‘Boulder Dam’, maar in 1947 besliste het Congres de naam te veranderen in die van de toenmalige president Herbert Hoover. De dam ligt precies op de grens tussen Nevada en Arizona. De bouw begon in 1931 en in 1936 werd de dam geopend. Het enorme bouwwerk dient als buffer voor Lake Mead, dat wanneer het vol is, qua volume het grootste waterreservoir in de VS is. De generatoren van de dam voorzien publieke en privé-voorzieningen in Nevada, Arizona en Californië van energie.
Het is een enorm complex met speciale veiligheidscontroles. Als we het complex naderen, staat er een bord dat alle ramen open moeten en niet veel later staan we bij een controleur die vraagt of we wapens of drones bij ons hebben. Als we daar negatief op antwoorden, gelooft hij ons op onze blauwe ogen en mogen we door. Er zijn massa’s parkeerplaatsen en wij hebben plek op 12, hoog boven de dam. Via lange trappen komen we bij de dam en het meer waar we maar een stukje van kunnen zien. Overal onderweg worden we gewaarschuwd voor de gevaren van de hitte – en heet is het hier – en hoe dodelijk die kan zijn, maar ze hebben niet bedacht dat wat schaduwplekken dan fijn zouden zijn. De rondleiding in het inwendige van de dam slaan we over, te technisch voor ons. We zetten koers naar het Henderson Bird Viewing Preserve, een (kunstmatig) wetland met dijkjes waar we vogels hopen te zien. We komen voor een dichte poort. Het reservoir is alleen van 6 – 12 open, we zijn te laat.
Las Vegas
Na een pauze in het hotel gaan we op pad naar Las Vegas om daar de beroemde Strip te bekijken. Je gelooft je ogen hier niet. We hadden verwacht dat het hier allemaal groot zou zijn, maar het is groot, groter, groots. We zien een piramide met sfinx ervoor en pilaren met hiëroglyfen, een Venetiaans hotel met kanalen, een paleis met torens, een achtbaan, hotel Paris met een replica van de Eiffeltoren op halve schaal, de Arc de Triomphe, het Louvre, het Paris Opera House en het Musée d'Orsay en nog veel meer. We rijden eerst de Strip met de auto op en neer en parkeren dan om te voet verder te kijken. Vanuit de parkeergarage gaan we met de lift omhoog in hotel Cosmopolitan en als we uitstappen valt onze mond open van verbazing. Ik voel me Alice in Wonderland. Zo ver je kan kijken staan speeltafels en speelautomaten, allemaal even kleurig, flikkerend en bliepend. Er is een kakofonie aan geluiden en overal spelen mensen aan de gokkasten die geen handels meer hebben, maar allemaal digitaal zijn met druk bewerkte gokschermen. Verderop in de hal zijn ook – dure – winkels. Met de lift gaan we verder omhoog in de hoop de uitgang naar de straat te vinden. Daar zien we luxe restaurants en terrassen en een soort glazen gordijn dat over twee verdiepingen in de grote hal hangt.

Las Vegas
We vinden uiteindelijk de uitgang en komen bij het beroemde Bellagio hotel dat immens is en waar je via een lange ronde zuilengalerij naar de ingang loopt. We vragen naar de botanische tuin die het hotel volgens opgave heeft en worden verwezen naar het eind van de hal. De hal is giga en aan het plafond hangt een glazen kunstwerk met honderden glasbloemen. De receptie is een balzaal, gehuld in een bloemenweelde met kunstvlinders van 1 meter. De botanische tuin is in voorjaarsstijl en zo over de top. Er staat een meer dan levensgrote speeldoos met een meer dan levensgroot draaiend danseresje, te midden van een soort bloemencorso zonder praalwagens. Er is een draaimolen op ware grootte die met roze paarden ronddraait en boven ons hoofd zijn bloemenvogels van 2 meter, waarvan er een in een kooi zit die ook weer een speeldoos is. Ook is er een brede waterval. Zoiets heb je echt nog nooit gezien.
Langs de grote vijver met 1.200 fonteinen van het Bellagio hotel lopen we naar Caesars Palace. De fonteinen geven geregeld een show met een soort balletuitvoering van waterstralen, hoge fonteinen vergezeld van een soort onweer of vuurwerk en aan het eind van de show een steeds hoger wordende mysterieuze stoomlaag over het water. Een eend zwemt op zijn gemakje in de fonteinvijver rond.
Het Caesars Palace doet niet voor het Bellagio onder. Hier staan levensgrote Romeinse namaakbeelden. In de hal van het hotel staat in een grote fontein een beeld van drie Romeinse dames. De grote halve bolvormige lampen hebben diverse glazen raampjes met een Romeins figuur erin verwerkt en de vloer doet denken aan mozaïeken uit die tijd. Ook hier is weer een enorme gokhal vol mensen die het hotel een riant inkomen opleveren door hier hun geld te vergokken. Daarnaast zijn er sjieke terrassen en dure winkels. Teruglopend komen we twee zeer schaars geklede dames met grote veren op hun rug tegen. Waarvoor ze precies reclame maken, weten we niet, maar het is vast geen kinderfeestje. Voor een 24-uurs escortservice rijdt een reclamewagen met in grote letters tekst (en bereikbaarheid) rond. De tekst is niet nodig, de foto’s op de wagen laten niets te raden over. Las Vegas moet je als je er zo dichtbij bent gezien hebben, het is een bijzondere belevenis.
Valley of Fire State Park
In Las Vegas logeren we net buiten de stad in Henderson waar ook het gesloten vogelreservaat is. We starten dus ‘s morgens vroeg voor een herkansing in Hendersons Bird Viewing Preserve. Het is een gebied met verschillende waterpoelen met oeverbegroeiing en hier en daar bomen met wandelpaadjes ertussen. Je komt er binnen via een informatiekantoortje waar je in moet tekenen op een presentielijst. Ook om half acht ‘s morgens brandt de zon hier al behoorlijk, maar we weten dat het nog erger wordt. De vogels werken goed mee. In de bloeiende bomen en bij de buisjes met suikerwater zien we prachtige kolibries en tot Peters vreugde rent de renkoekoek over het pad en laat zich deze keer goed aan ons alle vier zien. De familie kwartel met vier kleintjes met al parmantige kuifjes is ook al vroeg op. Pa steekt als eerste over en als die het sein veilig geeft, volgt moeders met het kroost.

Kluten ballet bij Henderson
Een hele dag Las Vegas zou te gortig zijn, maar we hebben een andere plan: het Valley of Fire State Park op een uurtje rijden van Las Vegas. Het Valley of Fire State Park in de Mojave woestijn is 141 km² groot en staat bekend om zijn rode zandsteenformaties. Deze formaties zijn zo'n 150 miljoen jaar geleden ontstaan vanuit zandduinen die onder druk en erosie hun vorm hebben gekregen. Wanneer de zon er op de juiste manier op valt lijken ze in brand te staan. Andere bijzondere formaties zijn van kalksteen, schalie en conglomeraat. Op verschillende plekken zijn petrogliefen (rotstekeningen) te zien. Het park is voor verschillende films als decor gebruikt. De scènes van een film die zich op Mars afspelen zijn hier opgenomen net als scènes uit de sciencefictionserie Star Trek: Generations.
De temperaturen kunnen buitengewoon hoog oplopen hier en als we aankomen, staat bij ‘hitteniveau’ ‘Extreme’. De hitte waarschuwing luidt: ‘You might die’, wat we niet direct van plan waren. Alle wandelingen langer dan een mijl zijn dan ook tussen mei en september gesloten en zelfs voor kortere wandelingen voel je hier weinig. Dicht bij de ingang is het bezoekerscentrum, maar voordat we daar zijn, zijn we al een tijd verder, zo mooi en fotogeniek zijn de rode rotsen. De ‘beehives’ (bijenkorf) hebben een logische naam met de laagjes rode zandsteen die samen een grote bijenkorf vormen. Het bezoekerscentrum is spiksplinternieuw en prachtig opgezet. Veel informatie over de geologische geschiedenis van het gebied, de flora en fauna met voedselweb en informatie over de vroegere Indianenstammen en hun rotstekeningen.

Valley of Fire State Park
Die rotstekeningen zijn het eerste punt op onze lijst, maar onderweg stuiten we op een grote verrassing. Overal hebben we al waarschuwingsborden gezien voor dikhoornschapen, maar hoe we ook gezocht hebben, geen schaap te bekennen. Nu loopt er een kudde van zo’n dertien schapen over de weg. De kudde bestaat uit meerdere mannen met de enorme gekrulde hoorns, misschien nog wel dikker dan van een steenbok, de dames zijn bescheidener, maar ook hun hoorns mogen er zijn. Er lopen ook drie kleintjes bij, een goed teken. Ze doen zich tegoed aan de blaadjes en de besjes van de creosoot, een geel bloeiende struik die hier veelvuldig voorkomt. Ze lopen totaal op hun gemak rond en trekken zich niets van ons of de auto aan. We hadden gehoopt ze te zien, maar dat ze op ongeveer aai-afstand zouden staan, dat hadden we echt niet verwacht. Omdat het ruim lunchtijd is, installeren we ons aan een overdekte picknicktafel. Niet veel later scharrelen de chipmunks om ons heen op zoek naar verloren kruimeltjes. Als er een kers op de grond rolt, holt eentje met de kers in zijn bek flitsend snel over de rotsen weg, om hem zonder concurrentie op te kunnen eten. Maar ja, ze hebben hem in de smiezen, dus zitten ze hem toch achterna. Wie de kers gewonnen heeft, weten we niet, maar hij viel duidelijk in de smaak.

Bighorn Sheep in Valley of Fire State Park
Uiteindelijk bereiken we de petrogliefen via een lange trap. Er staan veel tekeningetjes van dikhoornschapen met de vier poten gelijkmatig onder de buik verdeeld en poppetjes met drie vingers en tenen. Naar de leeftijd van de tekeningen moeten we raden, ze zijn door ‘vele generaties voorouders’ gemaakt. We vervolgens onze weg door het park en stoppen op twee punten waar we een wandeling van elk ongeveer een kilometer kunnen doen. We slaan ze af, de wandelingen door het rulle zand zijn te heet en onverstandig. Bovendien zijn de uitzichten zonder wandeling al zo verschrikkelijk mooi dat we niet het gevoel hebben iets te missen. Bij de Fire Canyon en Silica Dome komen we in een onaards landschap. Hier zijn dan ook de opnames gemaakt voor de Star Trek film. Het moet geen leuk werk zijn geweest om alle zware spullen de hoge bergen op te sjouwen bij meer dan 40 graden.
Als laatste stoppen we bij een versteende boom. We klimmen een klein paadje op en achter een hek ligt een boomstam die geen boom meer is. Miljoenen jaren geleden is de boom omgevallen en hier terecht gekomen. De boom is lange tijd bedekt geweest onder een dikke laag sediment en in de loop van al die tijd zijn cellen van de boom vervangen door mineralen waardoor de boom nu versteend is. Hij is als complete boomstam geconserveerd en ligt erbij alsof hij veel recenter gevallen is.
Las Vegas bij avond
Op de terugweg genieten we van het middaglicht dat de toch al rode stenen nog roder maakt. We hebben weer zulke mooie dingen gezien, die kan je niet beschrijven. In Henderson gaan we snel eten om in het donker de lichtjes in Las Vegas te bekijken. Het blijft een bijzondere ervaring. Dit keer parkeren we de auto in hotel Paris en vanuit de parkeergarage stapt Alice in Wonderland dit keer in Parijse straatjes uit. De hal van het hotel bestaat uit Parijse geveltjes met opschriften, de vloer bestaat uit kasseien en het plafond is veranderd in een wolkenlucht. Op straat staan ouderwetse lantaarns, achter de raampjes brandt licht en aan de vensterbanken hangen plantenbakken. Aan de muren hangen affiches en reclameborden. Het is een bevreemdende ervaring. Vanuit Parijs lopen we weer een enorme gokhal in en je kan je niet voorstellen dat mensen het daar langer dan een kwartier uithouden met alle elektronische bliepjes, lichtjes, herrie en onrust.
Op straat is het nog drukker dan overdag. Er zijn niet alleen veel lichtjes en knipperende en verspringende reclamezuilen, maar ook gigantische verlichte objecten. Zo is er een metershoge bloem met rijen lichtjes en een behoorlijk grote luchtballon die aan alle kanten verlicht is. Het geheel is overweldigend. De show bij de fontein van het Bellagio hotel is in het donker met alle lichteffecten nog veel mooier dan overdag. Grappig genoeg zwemt dezelfde eend als gisteren er nog rond. Hij kan de show ondertussen wel dromen. Met een hoofd vol indrukken stappen we om 11 uur het hotel weer binnen.
Route 66
We laten het hectische Las Vegas achter ons en gaan richting Grand Canyon National Park. We gaan daar niet via de kortste weg heen gaan, maar pakken – na een stuk snelweg – een deel van de beroemde route 66. Het is de beroemdste weg van de VS en dit jaar bestaat hij 100 jaar. Route 66 is een bijna 4.000 km lange weg door het hart van de VS en in tegenstelling tot de meeste van zijn soortgenoten uit die tijd liep hij niet recht, maar verbond hij honderden dorpjes in acht staten en vormde zo een van de belangrijkste oost-west aders. In een van John Steinbecks boeken, de ‘Gramschap der Druiven’, speelt Route 66 een belangrijke rol en dat heeft de weg onsterfelijk gemaakt. Ook in een latere televisieserie speelde de weg een belangrijke rol. Nu is er een vereniging van liefhebbers die de route in ere houdt, dingen herstelt en zorgt dat de aandacht voor de route blijft bestaan.
Wij maken er enkele stops, vooral om te genieten van de vergane glorie en wild west sfeer. Hebben we normaal gesproken lunch bij ons en picknicken we ergens onderweg, nu gaan we bij een historische tent onderweg in route 66 stijl lunchen. De naam van de tent? Roadside Kill, met als slogan: ‘You kill it, we grill it’. Gelukkig hebben ze toch iets vegetarisch. De tent is echt zo Amerikaans en ze weten dat er toeristen komen. Ze hebben een shop vol dingen van het restaurant en met het Route 66 symbool. Een mok kost 17 dollar, een klein flesje saus 10 dollar. In het restaurant is een compleet diorama met uitgebleekte opgezette dieren en koppen van bizons en wapiti’s aan de muur.

Route 66
Grand Canyon National Park
In de loop van de middag arriveren we in Williams, onze uitvalsbasis voor het Grand Canyon park. Aangezien we nog een kleine 100 km van de parkingang af zitten, lukt het niet om vandaag nog naar het park te gaan. Onderweg is de begroeiing al steeds groener en bergachtiger geworden en op het laatst rijden we zelfs door bos. We zoeken een bos vlakbij op om daar nog te wandelen. De temperatuur is voor het eerst sinds tijden aangenaam en het open bos is mooi en heerlijk rustig. We spotten nog vogeltjes, planten, leuke insecten en als toetje zien we een hele groep muildierherten die zonder enige moeite over een hoog hek springen. Heerlijk om na zo’n lange autodag nog even te wandelen.
Het Grand Canyon National Park in de staat Arizona is een van de oudste nationale parken in de Verenigde Staten. Het is 4.927 km² groot. De Grand Canyon, een diepe en steile kloof, uitgesneden door watererosie van de Colorado rivier en haar zijrivieren, wordt beschouwd als een van de grootste natuurlijke wereldwonderen. Het gebied werd een nationaal monument in 1908 en een nationaal park in 1919. In 1979 werd het park op de Werelderfgoedlijst van UNESCO geplaatst. De Grand Canyon omvat een uitgebreid systeem van in elkaar overlopende canyons, maar is niet de grootste of diepste canyon ter wereld. De waarde ligt in de combinatie van uitgestrektheid, diepte en kleurenrijkdom van de rotsen uit het Precambrium die aan de oppervlakte komen. De brede Colorado rivier stroomt 446 km door de kloof en heeft in zijn lange geschiedenis kloofwanden tot 1.500 m diep uitgeslepen.
Omdat we maar één dag in de Grand Canyon hebben, beginnen we de dag vroeg. Tot onze verrassing serveert het hotel ontbijt – dat is hier bijna nooit – en na een vroeg ontbijt gaan we om half zeven op weg naar het park. We hadden in dit beroemde park stromen toeristen verwacht, maar dat valt enorm mee. De wachthokjes bij de ingang zijn nog niet open, dus we rijden direct het park in en bij het bezoekerscentrum is ruimte genoeg op de parkeerplaats. Bij het bezoekerscentrum is gelijk al het eerste uitzichtpunt. Uitzichtpunt is geen goede omschrijving, er loopt een stuk pad met talloze uitzichtpunten. Natuurlijk ken je de plaatjes van de Grand Canyon, maar als je hier zelf staat, lijken die plaatjes maar zo’n beperkte weergave van wat je ziet. Inderdaad zie je hoge verticale wanden met de veelkleurige richels van hoog tot laag lopen. Vanaf de top tot aan de rivier worden de wanden steeds breder en groter. Heel diep onder je zie je kleine stukjes Colorado rivier. Maar wat foto’s niet kunnen weergeven is de grootsheid, de wijdheid en de enorme omvang van het geheel. Zo groot, zo indrukwekkend en zo overal. De woeste en brede Coloradorivier is een dun stroompje en de roodkopgieren die diep in het dal vliegen lijken musjes.

Abert-eekhoorn in Grand Canyon NP
Het park heeft een noord- en een zuidrand langs de canyon, maar de noordrand is honderden kilometers extra rijden en de vraag is of die na een grote brand al weer open is. Dat maakt de keuze makkelijk. Aan de zuidkant is een aantal trajecten die alleen met de shuttlebus mogen, delen die je met eigen auto of shuttle kan doen en delen die je alleen met de auto kan doen. We besluiten om eerst de Desert View Road, de weg die je alleen met de auto kan doen, te rijden. We stoppen bij de verschillende uitzichtpunten, die telkens weer anders en telkens weer verbluffend zijn. De kleurige steile kliffen met de scherpe terrassen in al die verschillende kleuren zijn zo groots. Helemaal diep beneden zie je af en toe het lint van de Colorado rivier, doorgaans donker van kleur, maar soms met wit schuim. Als je het witte schuim van zo ver ziet, moeten daar kolkende stroomversnellingen zijn.
Na veel stops bereiken we het oostelijke eindpunt met de toren, die geen uitzichttoren is, maar een op de canyon geïnspireerd kunstwerk. Op dat punt, vlak bij de oostelijke ingang is het voor het eerst wel druk. Op een picknickbankje in de schaduw lunchen we, vergezeld door een hele groep bruinkopkoevogels, die als brutale musjes op de kruimels afkomen. Het zijn grappige beestjes. De mannetjes maken een soort tinkelend belletjes geluid waarbij ze hun vleugels uitzetten om indruk te maken. Ze hebben een heel scala aan verschillende geluiden die ze al scharrelend onder de tafel laten horen.
We rijden terug tot voorbij het bezoekerscentrum voor de shuttle die ons over de Hermit Road verder naar het westen brengt. Daar stappen we uit om een stuk te wandelen. De shuttles werken hier een stuk beter dan in Yosemite. Elke tien minuten rijdt er een langs, de chauffeur heeft plezier in het werk en vertelt van alles en er is altijd plaats genoeg in een koele bus. Met de wandeling hebben we voortdurend uitzicht op de diepe kloof en de kleurige klifwanden, elke bocht is anders en even mooi. Maar het allermooiste is de wapiti die op een paar meter bij ons vandaan rustig staat te eten. Af en toe kijkt ze op, maar dan zoekt ze toch weer een lekker sappig agaveblad uit. Ze gaat omzichtig te werk, past op dat ze niet met haar poten de scherpe bladranden raakt en zoekt in de kern de sappigste stengels uit, die ze heel laag afbreekt. Het is hard werken om de taaie bladeren goed gekauwd te krijgen. Na de wandeling doen we met de shuttle het verste punt aan en daarna brengt de shuttle ons keurig terug naar de auto. Terug van ons shuttle-uitstapje zien we op een verre geïsoleerde rots een dikhoornschaap staan. Ze blijft daar maar in haar eentje staan, midden op haar rots en staat geheel op haar gemak te herkauwen.

Rocky Mountain wapiti bij Grand Canyon
Als laatste rijden we terug naar het bezoekerscentrum met het grote uitzichtpunt voor de zonsondergang. Het late licht geeft de rotsen een extra gloed en als de zon verder zakt, zie je de kleuren veranderen in doffe tinten, maar daar staat dan weer een prachtige avondlucht tegenover. We zijn pas tegen half tien thuis en spoeden ons naar Williams voor een hapje eten, maar helaas, Williams is daar niet op ingesteld en alles is al dicht. In een winkel die nog wel open is, vraag ik waar we eten kunnen krijgen. We worden verwezen naar de andere kant van het hotel waar wat fastfood ketens zijn. We komen terecht bij de Taco Bell. Het eten is goed, maar de service laat ernstig te wensen over. De helft van wat we krijgen klopt niet. Om half elf ‘s avonds zeuren we daar maar niet meer over. We hebben ons hapje eten binnen en daar ging het maar om. We kunnen tevreden zijn met een mooie, lange dag waarin we Grand Canyon heel goed in al zijn grootsheid hebben kunnen zien.

Zonsondergang Grand Canyon
Condors bij Navajo Bridge
Vanaf het Grand Canyon park hebben we een flinke rijdag naar het Zion park. Onderweg maken we een aantal leuke stops. De eerste is bij Coconino National Forest, een prachtig bosgebied met een fijn gelegen, groene, rustige camping aan een beekje. We lopen er een stukje rond en genieten van een paartje witbandsijs dat bij de rivier lekker aan het eten is. Onder een rots zien we een klein vogeltje (zwarte phoebe) dat daar een nestje heeft gemaakt. Pa en ma zitten afwisselend op het nest.
Qua landschap is de rit schitterend en we zien het landschap onderweg veranderen, eerst de kale prairie met alleen wat lage begroeiing, dan voorzichtige bergen en het landschap kleurt eerst geel, dan groen en tenslotte vertonen de bergen alle kleuren van de regenboog. Wat later wanen we ons in de Grand Canyon. Eigenlijk klopt dat ook wel. We zijn een heel eind omgereden om van de zuidrand naar de noordkant te komen en rijden nu door de Glen Canyon. Ook die canyon is uitgesleten door de Colorado rivier en is het kleine broertje van de Grand Canyon.
In de Glen canyon ligt de Navajo Bridge, de enige brug over de Colorado rivier over een afstand van 965 km. De brug bestaat eigenlijk uit twee bruggen, een voetgangersbrug en een autobrug. Maar, we zijn hier niet voor de brug. In onze reisstukken staat dat we hier ‘de Californische condor goed kunnen zien’. Dat klinkt veelbelovend, maar we geloofden het niet echt. In de Grand Canyon vlogen ook 50 condors rond, maar niet een wilde ons begroeten. De condor, een enorme gier met een spanwijdte van 2,8 meter laat zich niet zomaar zien. In de brandende zon speuren we de omgeving van de brug af voor je weet maar nooit. We staan er nog geen tien minuten en dan opeens uit het niets, komt de condor aanvliegen, zo groots en majestueus. Hij duikt onder de brug en blijkt onder ons op de rand van de brug te zitten. Dan opeens zie ik er een over de bergen op ons af vliegen. Ook hij landt op de brug. Als we ons vergapen aan de twee condors, tikt een man op Saskia’s schouder. Recht boven ons vliegt een derde exemplaar dat ook op de brug landt. We kunnen ons geluk niet op. We lopen over de brug en dan ziet S. op een strandje aan het water een groep van acht zitten. Ook op de rotsen zitten ze en als extraatje geven ze nog een vliegshow.
Het verhaal van de Californische condor is een succesverhaal over natuurherstel. Rond 1980 was de populatie geslonken tot slechts 22 exemplaren. Door jacht, vergiftiging en loodvergiftiging via het voedsel – condors zijn net als de meest gieren aaseters – was de populatie dramatisch gedaald. Via fokprogramma’s – ook door de dierentuin van San Diego – zijn weer exemplaren in het wild uitgezet en in 2003 is het eerste jong in het wild geboren. Inmiddels zijn er honderden in Arizona en bedraagt de totale populatie ruim 500. Natuurlijk nog steeds weinig, maar een positieve trend.
Zion National Park
Meer dan tevreden vervolgen we onze route. We zijn niet vroeg en verwachten rond half acht bij het hotel te zijn, maar de routeplanner houdt vol dat we er pas een uur later zijn. Hij heeft gelijk. We verlaten Arizona en gaan naar Utah waar het een uur later is. Inderdaad zijn we pas om kwart voor negen bij het hotel. Na de ervaring van gisteren vragen we bij de receptie waar we nog wat kunnen eten. Vandaag treffen we het beter: een heerlijk Indiaas restaurant is nog open. Opnieuw eindigen we de dag om half elf, maar nu na een heerlijke maaltijd.
We gebruiken onze dag in het Zion Park goed, want er is veel te zien en te doen. Zion Nationaal Park, in het zuidwesten van de staat Utah, is 590 km2 groot en ligt op het snijvlak van drie geografische regio's: het Colorado Plateau, de Great Basin en de Mojave woestijn. Dat zorgt voor een uitzonderlijke variatie aan landschappen, ecosystemen en biodiversiteit. Het werd in 1909 een National Monument en in 1919 een National Park. Zion staat bekend om zijn geologische formaties zoals bergen, kloven, monolieten en rivieren. De meest prominente verschijning is Zion Canyon, 24 kilometer lang en tot 800 meter diep. De canyonwanden bestaan uit karakteristiek rood en geel Navajo-zandsteen, gevormd door miljoenen jaren erosie door de Virgin River.
Zion is qua organisatie geheel anders dan de andere parken. De belangrijkste weg door het park, de Zion Canyon Scenic Road, loopt door de Zion Canyon en is grotendeels gesloten voor autoverkeer. Vanaf het bezoekerscentrum dat bij de ingang ligt, kan je de shuttle pakken die op negen plaatsen stopt. Het shuttlesysteem werkt hier subliem met elke vijf minuten een bus. Bij het bezoekerscentrum wordt de balieman erg enthousiast als hij fototoestellen en kijkers ziet: mensen die iets willen zien. Hij raadt ons een viertal korte wandelingen aan die mooi en niet te moeilijk zijn.
We stellen ons in het erg drukke Zion Park op in de rij voor de shuttle die snel doorstroomt. We rijden de hele Zion Canyon Scenic Drive af tot het verste punt en maken daar de Riverside Walk, een heerlijk beschaduwde wandeling door het smalste deel van de kloof. Hier hebben we kans op de waterspreeuw. De waterspreeuw is zo’n geweldige vogel. Het vogeltje houdt van snelstromend water met rotsen en hipt dan van rots naar rots en over de bodem van de stroom – hij zwemt niet – en pikt ondertussen insectjes op. Tussendoor doet hij een soort push-ups waarbij hij door zijn pootjes zakt en zich weer opricht, wat hem extra leuk maakt. We zoeken een flinke tijd, maar uiteindelijk vinden we ze, eerst zittend op een rots, later druk scharrelend door het water. In de drukte zijn er mensen die ons aanspreken om te horen waar we naar kijken. Als ik iemand uitgelegd heb wat de waterspreeuw doet en wat het is, is de conclusie: ‘Oh, dus een soort eend’. Uitleg heeft niet altijd het gewenste resultaat. De wandeling eindigt bij The Narrows. De Narrows is voor gevorderden en wordt aanbevolen als ‘het ultieme avontuur’. De kloof wordt daar zo nauw dat je door de rivier moet waden over een bodem van ongelijke, gladde rotsen. Is er iemand van jullie die denkt dat we daaraan begonnen zijn?
Het landschap is weer heel anders dan we gezien hebben, De bergen zijn in een schilderachtige mengeling rood en/of wit gekleurd en steken hoog uit boven het lieflijke dal langs de Vrigin rivier. Langs de rivier groeien een soort essen en populieren, varens en talloze andere planten. De bergen zijn deels bebost en zo spectaculair van kleur, elke stap heb je weer een ander uitzicht en allemaal even mooi.
De shuttle brengt ons naar de wandeling bij de ‘weeping rock’ (huilende rots). De weinige regen en sneeuw die hier vallen dringen via spleten het zachte kalksteen in tot ze stuiten op de ondoordringbare hardere lagen. Dan gaat het water over de harde laag horizontaal tot het een uitgang vindt en langs de rotsen naar beneden stroomt. Planten vinden dat heerlijk en zo ontstaan langs de rotswand hangende tuinen met tere varentjes, gele akeleien en ander moois. Het is een steil pad omhoog, maar de afstand is beperkt tot 600 meter. Op de heen weg komen we een oude man tegen die klaagt: ‘Ze zeiden dat het een makkelijke wandeling was van 30 minuten, maar voor mij is het helemaal niet makkelijk’. Hij heeft al een knalrood hoofd en ziet eruit alsof hij een marathon achter de rug heeft.
Een korte wandeling leidt naar een waterval en een meertje. De waterval is op zich niet spectaculair, maar het stormt enorm en de waterval verandert dan in een fontein, wat een prachtig gezicht is in het zonnetje. De laatste wandeling geven we op. Het stormt enorm en het zand en stof waait in grote, hoge wolken op en knarst tussen je tanden. Op gezicht en armen ontstaat dankzij de onvermijdelijke zonnebrand, een soort in vet gestolde zandlaag.

Zion NP
In het park loopt als zijweg van de Scenic Route, de Zion Mount Carmel Highway, een spectaculaire weg die hoog de bergen inloopt en door een tunnel gaat. Die mag je wel zelf rijden. Hij slingert in veel haarspeldbochten steil omhoog waardoor je van veel dichterbij de fraaie landschapsvormen kan zien. In de weg zit ook een ontzettend lange tunnel die dwars door de berg gaat. Een bijzondere afsluiting van een dag in een fantastisch park.
Via Kolob Canyon naar Panguitch
Vanuit La Verkin – onze overnachtingsplaats voor het Zion Park – rijden we naar St. George. Daar zetten we S. af voor de bus naar Las Vegas waar ze het vliegtuig naar huis pakt. Vooraf klonk ruim drie weken best lang, maar nu zit haar reis er verrassend snel op. Wij vervolgen onze weg naar Kolob Canyon, ook een onderdeel van het Zion park, maar veel noordwestelijker gelegen dan het grote park. Ook dit deel is prachtig en opnieuw anders. De bergen zijn rood, maar witte toppen zie je niet, wel zijn de hellingen volop met bos (jeneverbes en den) begroeid. We maken er twee fijne wandelingen. De eerste voert over een richel – gelukkig zonder afgronden ernaast – waardoor je voortdurend prachtige uitzichten hebt over de omgeving. Bij het eindpunt, een uitzichtpunt, kijk je enorm ver weg en heel in de verte zien we zelfs de noordrand van de Grand Canyon liggen. Voor de tweede wandeling dalen we heel lang af tot we op het niveau van een stroompje zijn. Het is er heerlijk groen met veel bomen. De hele wandeling van 8 km halen we niet. In ons tempo is dat een dagwandeling.
Vanaf Kolob Canyon gaan we door naar Panguitch, waar we overnachten voor het bezoek aan Bryce National Park. Was Springdale – de uitvalsbasis voor het Zion park, wij zaten iets verderop – een echte toeristenplaats met lodges, huisjes en toeristendingen, Panguitch is heel anders. Het is echt een wild west dorp zoals je je een wild west dorp voorstelt. We zitten net buiten het gehucht in het niets met naast ons een burgertent. Maar die is ‘s avonds gesloten net als een tent 100 meter verderop. We rijden de 10 km terug naar Panguitch waar wel motels zijn, maar alles wat op een eettent lijkt, dicht is. Als we bijna het dorp uit zijn, lijkt er toch iets open en ja hoor, daar kunnen we terecht voor een burger en een andere simpele hap. De vriendelijke vrouw met tatoeages en harde stem en de sjokkende man die er bedienen, kunnen beiden ongescreend zo in een Amerikaanse serie meespelen. Ze passen hier.
Ook deze brief is alweer vol, dus de belevenissen in Bryce bewaar ik voor de volgende brief.