VS 2026 > rondzendbrief 4
Rondzendbrief 4 VS 2026

[Verzonden op 20 juni 2026 vanuit Yellowstone]

Bryce Canyon National Park, dag 1

De derde brief eindigt met de aankomst in het kleine Panguitch, onze uitvalsbasis dicht bij het Bryce National Park. Het Bryce Canyon National Park ligt in het zuidwesten van Utah. Het park is beroemd om zijn unieke geologische rotsformaties, de zogenaamde hoodoos. Hoodoos zijn onregelmatige rotstorens die je hier in aantallen vindt, die je nergens anders ter wereld kan zien. Het meest be-roemde deel van het park is het Bryce amfitheater dat een stuk van een kleine vijf kilometer beslaat en vol staat met hoodoos. De naam ‘amfitheater’ heeft te maken met het boogvormige gebied waarin de hoodoos staan. Het park dankt zijn naam aan de Mormoonse pionier Ebenezer Bryce, die van 1875 tot 1880 aan de voet van Bryce Canyon woonde. In 1924 werd het gebied uitgeroepen tot nationaal park. In vroeger tijden was de Bryce Canyon een nachtmerrie voor veedrijvers; het was ondoenlijk in dit gebied overzicht over de kudde te houden.

De hoodoos worden gevormd door twee processen. Het eerste proces, vorstverwering, oefent vooral in de winter zijn invloed uit. Water sijpelt in kleine scheuren in de rots. Wanneer het water bevriest, zet het uit, waardoor de scheur groter wordt. Het ijs smelt, er loopt meer water in de scheur en het water bevriest weer. Scheuren kunnen op deze manier zo groot worden, dat er stukken rots afbreken. Dat is waar het tweede proces verdergaat: regen neemt de stukjes rots die zijn afgebroken door het vriezen en dooien van water in scheuren mee. De regen draagt ook bij aan de erosie van de rots doordat regenwater ietwat zuur is en kalksteen oplost. Door de samenwerkende krachten van vriezen en dooien worden de kalk- en zandsteenformaties langzaam geërodeerd en vormen zo de zogenaamde hoodoos. Vaak hebben de hoodoos een dakje van dolomiet kalksteen dat eruit ziet als cement, dat de hoodoo aan de bovenkant beschermt tegen erosie. De prachtige kleuren van de hoodoos ontstaan door de in het gesteente opgeloste mineralen als ijzer en mangaan.

Het hotel – met prima kamers en koffie en een shabby lobby – serveert geen ontbijt en omdat we eigenlijk nergens kunnen zitten, nemen we het ontbijt mee naar het park waar bij het bezoekerscentrum wel picknicktafels zijn. We worden gelijk begroet door een prachtig blauw vogeltje, de blauwkeelsialia. Na het ontbijt gaan we in het bezoekerscentrum advies vragen over mogelijke wandelingen. We krijgen een route mee van 2,4 km die we kunnen lopen.

We rijden naar Bryce Point, het verste en hoogste punt van het amfitheater. Opnieuw zijn we volledig overdonderd door wat we zien. Overal waar je kijkt staan rijen en rijen van hoge, rode en oranje, onregelmatige zandstenen torens. Natuurlijk hebben we plaatjes ervan gezien, maar dit is werkelijk adembenemend. Het lijkt alsof een leger dolgedraaide beeldhouwers fantasietoren na fantasietoren gebouwd heeft. Sommige hebben een grijs dakje, andere vormen samen een onregelmatige muur, hier en daar zijn gaten in de torens. Het is verbluffend qua kleuren en vormen. We hebben al aardig wat parken gehad en elke keer zien we weer heel andere dingen en elke keer lijkt het nog mooier te zijn. De aanbevolen wandeling stopt al snel, want die loopt hoog langs de rand van het Paunsaugunt plateau met steile afgronden ernaast. Niet geschikt voor Rik met zijn hoogtevrees. P. en ik doen een klein stukje sterk dalend pad, maar keren dan terug zodat we met z’n drieën verder kunnen. We bekijken alle uitzichtpunten van het amfitheater en gelukkig staan tussen de laatste twee uitzichtpunten die dicht bij elkaar liggen wel hekjes zodat we daar nog een klein stukje kunnen wandelen. We brengen er uren zoet, het is er zo verschrikkelijk bijzonder.

Bryce Canyon

Bryce Canyon

Later op de dag gaan we naar het laagst gelegen punt in het noorden van het park. Daar kan je langs een riviertje naar een waterval en een grot lopen. Je loopt dan onderlangs bij de hoodoos wat bepaald indrukwekkend is. Bij het uitzichtpunt Fairylands hebben we een inderdaad sprookjesachtig uitzicht op de hoodoos in het late licht. P. maakt daar een mooie foto van een Stellers gaai. Hij heeft iets in zijn bek. Ik herken het meteen. Ik heb een nootje in de auto laten vallen en dat heb ik buiten neergegooid. Pientere gaai heeft het meteen door en lust best gevallen nootjes.

Omdat we de zonsondergang in het park willen bekijken, eten we net buiten het park bij een fastfood tent die beter had mogen zijn. Terwijl Rik en P. eten bestellen, pas ik op alle fototoestellen en kijkers. Een man kijkt verbluft naar de berg optiek op de tafel en vraagt: ‘Can you see tomorrow through all that’. We kunnen er heel veel mee, maar dat toch net niet. De zonsondergang lijkt niets te worden, omdat de zon in een dikke wolk zit die niet van wijken weet. Maar tot twee keer toe glipt de zon er even tussendoor en zet de mysterieuze hoodoos is nog prachtiger kleuren.

Bryce Canyon National Park, dag 2

De tweede dag in Bryce Park volgen we het patroon van de eerste dag en ontbijten we in het park bij Sunset Point, een van de uitzichtpunten bij het amfitheater met de hoodoos. Vanaf daar loopt een wandelpad dat helemaal afdaalt tussen de hoodoos. Via een rondwandeling van 2 km daal je eerst steil af tot de basis van de hoodoos en een vochtig dal, om daarna via een smalle kloof weer steil omhoog te klimmen en langs de hoodoos weer bij je uitgangspunt terug te komen. Voor Rik is het pad ongeschikt, maar het ziet er zo verleidelijk uit dat P. en ik het graag willen doen. Terwijl Rik veilig boven een paadje uitzoekt, dalen P. en ik steil, steil, steil naar beneden af. Het is zo bijzonder om tussen die bizar gevormde, hoge rode en oranje rotstorens te lopen, geweldig. We zijn lang niet de enige twee, zelfs om kwart voor negen loop je tussen de andere wandelaars, maar je kan je niet voorstellen hoe magnifiek het voelt om tussen de oranje reuzen en door de smalle kloof te lopen.

De rest van de dag besteden we grotendeels aan de weg met veel uitzichtpunten die naar het zuiden van het park loopt. Bij de twee laatste uitzichtpunten die vlak bij elkaar liggen loopt een rondwandeling, volstrekt anders dan die van vanmorgen, want deze voert grotendeels door open naaldbos met den, douglasspar en jeneverbes. Geen enkele enge afgrond, maar wel veel vogels. De show wordt gestolen door een specht, de haarspecht. Het is een middelgrote specht, maar een enorme krachtpatser. Hij zit op de stam te hakken en de spaanders vliegen in het rond. Af en toe smikkelt hij van een rups en een keer duikt hij een net gehakt gat in en komt met een fikse nachtvlinder terug die snel naar binnen wordt gewerkt. Hij werkt zo hard, af en toe vallen er stukken schors van 7 cm in een keer naar beneden. Hij is ook vastberaden. Op een gaatje blijft hij maar hakken en ja hoor, weer prijs. Hij trekt zich niets van ons aan, er moet gewerkt worden en daarmee basta. Zo zijn vogels op zijn leukst.

Het zuiden is het hoogste deel van het park op bijna 3.000 meter en tijdens de wandeling kunnen we vanaf het uitzichtpunt alle onderliggende brede plateaus en kliffen zien die steeds verder aflopen tot aan het niveau van de Grand Canyon die ondertussen echt ver weg is. Een geoloog moet hier buiten zinnen raken van de geologische tijdtafel die hier voor zijn voeten ligt. Op de terugweg naar het bezoekerscentrum doen we de vele uitzichtpunten aan en allemaal zijn ze even mooi. Heel bijzonder is de ‘Natural Bridge’, een gigantisch hoge en brede natuurlijke brug die ontstaan is doordat het gat van de brug in de loop van de tijd weg geërodeerd is. Als je de tijd de ruimte geeft, zal op den duur het dak van de brug instorten, maar voorlopig kan iedereen nog van de brug genieten.

Dixie National Forest

Bij het laatste punt kan je een rondwandeling maken, ook weer met veel klimmen en dalen, maar vlakbij is ook het Dixie National Forest. Rik stelt voor om daar heen te gaan: vlakker en door bos, een goed plan. We lopen daar over een brede weg en een van de auto’s die ons passeert, stopt en vraagt waar wij met al onze apparatuur naar op zoek zijn. Ter verduidelijking: beide heren hebben elk twee camera’s waarvan elk een met een grote lens, P. en ik hebben een verrekijker en Rik en ik hebben allebei een aardige dagrugzak, Rik zelfs een onaardig zware. We vallen dus op en krijgen geregeld – positief – commentaar of vragen over de uitrusting. We leggen uit dat we vogels kijken en fotograferen en dan heeft de man een tip. Hemelsbreed 7 mijl hier vandaan is een nest van de Amerikaanse zeearend en hij laat P. zien waar het is. We hoeven niet lang te overleggen. We zouden eigenlijk opnieuw naar de zonsondergang over de hoodoos gaan, maar het plan wordt bijgesteld. We gaan op zoek naar de dam waar de Amerikaanse zeearend zijn nest heeft.

Teruglopend hebben we weer eens geluk. We zien zomaar vier gaffelantilopen, de laatst nog levende vertegenwoordiger van de familie van gaffelantilopen en niet nauw verwant aan de antilopen uit Afrika en de rest van de wereld. Het zijn echt bijzondere dieren met bijzondere hoorns. Ze zijn bedekt met een schede van keratine, die van tijd tot tijd afgeworpen wordt, enigszins vergelijkbaar met het afwerpen van het gewei bij hertachtigen. De hoorns van het mannetje zijn 24–30 cm groot en steken boven de oren uit. Zijn hoorns zijn gaffelvormig en daaraan dankt het dier zijn naam. De hoorn heeft twee punten, een scherpe punt die omhoog steekt en bovenaan naar achteren buigt en een stevigere zijtak die naar voren steekt. De hoorns van het vrouwtje zijn kleiner, 5-7 cm, en zijn of knobbeltjes of eenvoudige, onvertakte hoorns. Bij het mannetje stopt de hoornschede vanaf augustus met groeien, na de bronst in oktober, groeit er een nieuwe schede onder de oude die dan wordt afgeworpen. Het afwerpen van de schede bij de vrouwtjes is onregelmatig. De gaffelantilope is op de jachtluipaard na het snelste landdier op aarde en het snelste landdier in Noord-Amerika en haalt een snelheid van bijna 90 km/uur. Wij zien vier mannen met mooie gaffelhoorns die absoluut geen haast hebben.

Gaffelantilope

Gaffelantilope

Na wat zoeken vinden we de dam en al gauw ook het nest precies zoals het beschreven is. Omdat het nest wat klein lijkt, denkt P. eerst aan een visarend, maar dan ziet hij iets in het nest zitten. Onmiskenbaar een jonge zeearend. Pa en ma zijn nergens te bekennen. Opeens zie ik wat groots vliegen. Het is niet de zeearend, maar de visarend, helemaal geen verkeerde bijvangst. Omdat we bang zijn dat de zeearend zelfs van veraf – hij heeft zulke goede ogen – misschien last heeft van drie mensen die stilstaan op de weg, besluiten we naar de auto te gaan en vanuit de auto te kijken. Aan auto’s is hij gewend. Opeens roept Rik: ‘Dat is hem toch’. En ja hoor, in een boom, niet ver van het nest zit de grote roofvogel, geweldig imposant te zijn met zijn zwarte lijf, witte kop en grote, gele, scherpe snavel. De zonsondergang missen we want het restaurant sluit om negen uur, maar wat een bonus.

Kodachrome Basin State Park

We zeggen het Bryce Park gedag en gaan op weg naar onze volgende bestemming, Capitol Reef National Park. Dat doen we via een prachtige weg vol mooie uitzichtpunten, parken en wandelingen. De weg, Scenic Bypass 12, is zo beroemd dat we er een aparte folder van hebben met alle hoogtepunten. Onze eerste stop is in het Kodachrome – what’s in a name – Basin State Park, beroemd om zijn zuilvormige pilaren. Ook de pilaren zijn door erosie ontstaan, maar weer heel anders van vorm dan de hoodoos. Het zijn geïsoleerde hoge pilaren, wel weer met de prachtige rood,oranje en wit tinten. De kleine wandeling is al behoorlijk warm. We zitten weer in een vallei waar de warmte gevangen blijft en de temperatuur aardig oploopt. P. en Rik kijken nog bij een wat langere wandeling en doen daar een stukje van, ik zoek vanwege de warmte een bankje in de schaduw met een beetje wind op. Maar het mag heet zijn, prachtig blijft het.

Escalante Petrified Forest State Park

We vervolgen onze weg en hebben prachtige uitzichten op de plateaus en kliffen met al hun kleuren en bij elk uitzichtpunt is het uitzicht weer anders. Voor de lunch zoeken we het Escalante Petrified Forest State Park op waar ze zo ontzettend veel stukken versteend hout hebben liggen, echt prachtig. Vooral als je de geschiedenis erbij bedenkt. De bomen zijn zo’n 150 – 200 miljoen jaar oud en stammen uit een tijd dat in het gebied een tropisch klimaat was met bomen, boomvarens en paardestaarten. Door overstromingen, stormen of wat dan ook, zijn de bomen ontworteld en meegevoerd naar een plek waar ze snel bedekt werden door dikke lagen sediment, zodat ze behoed werden voor afbraak. In de loop van miljoenen jaren zijn de cellen en weefsels van de boom vervangen door mineralen en door voortdurende erosieprocessen zijn ze nog weer veel later als versteende bomen te voorschijn gekomen. Je herkent nog steeds als boom, maar hij voelt als steen. Echte wandelingen maken we hier niet, ze staan omschreven als ‘zwaar’ en daar beginnen we in de hitte zeker niet aan.

We doen nog meer uitzichtpunten aan en stoppen bij een oase, Calf Creek, waar een vriendelijk riviertje in de verder droge woestijn zorgt voor een heerlijk groene begroeiing. Tot ons genoegen laat een gaai die we wilden zien, zich hier goed bekijken. Vanaf hier wordt de weg zelf een bezienswaardigheid. Hij loopt over een richel en aan beide kanten van de weg zijn ongelofelijk steile afgronden. Rik en ik kunnen van de uitzichten genieten, P. kijkt alleen maar naar de weg. Na nog meer uitzichtpunten bereiken we Torrey dat dicht bij de ingang van Capitol Reef National Park ligt. Bij de receptie van het hotel ligt een foto van een man van 77 die vermist wordt. Hij is een paar dagen geleden vanuit dit hotel het park in gegaan en nooit meer terug gekomen. Ook bij het restaurant zien we zijn foto. De receptionist drukt ons op het hart dat we voorzichtig moeten zijn, goed moeten nadenken over wat we doen en op moeten passen voor de hitte. Wij zijn geen waaghalzen en gaan geen gekke dingen doen. We willen graag thuis zelf de verhalen kunnen vertellen.

Capitol Reef National Park

Het hotel serveert weliswaar geen ontbijt,maar heeft wel koffie en tafels bij de receptie waar je je eigen ontbijt kan maken. Handig, hoeven we niet alles in tas en koelbox mee te slepen. Na het ontbijt gaan we op pad naar het Capitol Reef National Park. Het park in de staat Utah ligt ten oosten van Bryce en is in 1971 opgericht, maar bestond al als nationaal monument sinds 1937. Kenmerkend geologisch verschijnsel in het park is de Waterpocket Fold, een 1.500 km lange flinke kreukel in de aardkorst die door drie geleidelijke, maar krachtige processen is ontstaan. Voor het eerste proces gaan we 280 miljoen jaar terug in de tijd toen zo’n 3.000 meter sediment werd neergelegd dat in de loop van de tijd veranderde in sedentair gesteente van kalk- en zandsteen en schalie. Tussen 50 en 70 miljoen jaar geleden werden door tektonische bewegingen de lagen opgeheven tot grote hoogte en soms over elkaar geschoven. De laatste zes miljoen jaar heeft erosie door regen, overstromingen, ijs en sneeuw de rotslagen hun huidige vorm gegeven. Het resultaat is een schitterend geheel van canyons, kliffen, koepels en bruggen. Centraal in het park ligt het plaatsje Fruita aan de Fremont Rivier die een oase in het park vormt. Fruita is gesticht door de mormonen rond 1880, maar de fruitboomgaarden zijn nog steeds intact, het kleine schooltje is een historisch monument. Het park dankt zijn naam aan de witte koepels die veelvuldig voorkomen en waarvan er een zo regelmatig is dat hij doet denken aan het Capitool in Washington.

Na een informatieve rondgang in het bezoekerscentrum starten we met de Scenic Drive, en scenic is die. Hij voert langs de hoog oprijzende breuk aan een kant en lage donkerrode heuvels aan de andere kant. De wanden van de breuk zijn schitterend met veel kleurschakeringen en dunne elkaar afwisselende laagjes gesteente. De lage heuveltjes zijn schaars begroeid met wat iepen, dennen en jeneverbessen, lage struikjes en grassen. Het laatste stuk van de Scenic Road is onverhard. Op een punt heeft moeder natuur besloten om een doorgang door de breuk te maken, de Capitol Gorge Road. Na een paar km houdt de weg op en kan je te voet verder door de kloof. Die wandeling is prachtig. Het is niet alleen indrukwekkend om door een hoge smalle kloof te lopen tussen muren van zo’n 50-60 meter hoog, maar ze zijn ook zo mooi. Overal zie je hoe de verschillende lagen scheef lopen en elkaar overlappen in een patroon dat je niet verzint. Daarnaast heeft erosie grote ronde gaten in het gesteente gemaakt, zodat de rotsen eruit zien als een gatenkaas. Het fijne is ook dat het helemaal niet druk is in het park. We lopen heus niet alleen in de kloof, maar geregeld heb je niemand voor of achter je. Rik en P. blijven foto’s maken. De breuk is veel te groot om helemaal door te lopen, dus na een tijd keren we om, ook niet verkeerd met de oplopende temperatuur en de zon die intussen flink brandt.

Capitol Gorge

Capitol Gorge

Terug bij ons uitgangspunt pakken we de weg door het dal van de Fremont rivier, maar voordat we dat doen, pauzeren we bij Fruita. Je mag er zelf in de fruitbomen het rijpe fruit plukken, maar wat een nog beter idee is, is Gifford House. Gisteren hebben we mensen gesproken die ons van harte de pies van Grifford hebben aangeraden waar ze het verse fruit in verwerken. De gemengde bessenpie is inderdaad meer dan voortreffelijk. Vanaf de weg door het dal (weg 24) slaan we af om aan de andere kant langs de breuk te rijden. Ook nu zijn de uitzichten weer prachtig. Deze weg wordt minder gebruikt en we hebben de hele middag de weg voor ons zelf. We komen nog schitterende hoodoos tegen die speciaal voor ons langs de weg gezet zijn. Ik zou willen dat ik de uitzichten en de kleuren zou kunnen beschrijven, maar zelfs foto’s geven niet weer hoe mooi het is.

Op de terugweg zoeken we naar de Capitol Dome die inderdaad fraai koepelvormig is en bekijken we een uitgebreide serie petrogliefen. Lopend langs de petrogliefen zien we nog een prachtig soort page en een vlinder die op een monarch vlinder lijkt. Ze komen af op de grote roze bloeiende Asclepia’s (zijdeplant) die er in overvloed staan. Na het eten gaan we terug voor de zonsondergang, maar die is ons een beetje te snel af en het mooiste effect zien we van het late licht over de lage rode heuvels terwijl we nog naar het uitzichtpunt, bedoeld voor de zonsondergang, onderweg zijn.

Two-tailed Swallowtail

Two-tailed Swallowtail

Van Torrey naar Moab

Vanaf Torrey gaan we de volgende dag nog even het Capitol Reef Park in. We hebben een niet al te lange rit naar Moab, dus kunnen we wat tijd in het park besteden. Onze eerste stop is bij de ‘chimney’, een uitzichtpunt met inderdaad een schoorsteenachtige toren. Op de parkeerplaats staan al auto’s, het blijken twee auto’s met reddingshonden te zijn uit de Rocky Mountains en een ranger met zijn auto. Ze zoeken naar de verdwaalde Ricardo van 77 die al een kleine week zoek is. Hij heeft niemand verteld waar hij heen ging en was in zijn eentje. Mensen hebben gemeld dat ze hem hier hebben gezien, vandaar dus dat ze hier zoeken. Ik vraag of er kans bestaat dat ze hem nog levend vinden. Het antwoord van de ranger luidt dat dat zeer twijfelachtig is. Gelukkig verdwalen er in dit park zelden mensen, maar vertelt ranger verder, in andere parken gebeurt het vaker. Wij blijven voorzichtig.

We stoppen bij een andere plek waar we een deel van een wandeling van in totaal ruim 7 km door een kloof willen doen. Gisteren was het tijdens de hete uren daar te warm voor. Ik hoef niet bang te zijn om te verdwalen. Ook om half tien ‘s morgens schijnt de zon al onbarmhartig en is het heet, heter, heetst en na tien minuutjes moet ik opgeven, niet hittebestendig genoeg om verder te gaan. Rik en P. lopen een stukje door, terwijl ik geparkeerd zit te wachten in de schaduw van de kloofwand.

De rit is weer onveranderd mooi. Het landschap verandert voortdurend van vorm en kleur. Waar we dicht in de buurt van de rivier in het dal zijn, zien we ranches met landbouw en vee. Het moet bijna net zoveel geld kosten aan irrigatie als het aan land en vee oplevert. Op zeker moment lijken de bergen wel gevouwen, zulke scherpe richels hebben de plooien in de wand. De scherpe vouwen zitten als de laagjes van een ouderwetse petticoat over elkaar heen. Later wordt het landschap leger, vlakker en kaler en rijden we door een onherbergzaam deel van de woestijn. Af en toe passeren we een dorp, bestaande uit wat huisjes en soms een ranch. Sommige huizen zijn best groot, maar je vraagt je af wat mensen bezielt om in zo’n heet, dor en droog onaantrekkelijk gebied te gaan wonen.

Onderweg naar Moab

Onderweg naar Moab

In Moab moeten we op het vliegveld zijn. Omdat S. een deel van de reis meeging, hebben we voor het eerste deel een grotere auto gekregen voor vier personen. Die moeten we nu inruilen tegen de auto die we oorspronkelijk zouden hebben. Vliegveld is een groot woord, ’bushalte’ geeft beter de omvang aan. P. gaat op zoek naar het verhuurbedrijf en komt na een klein half uur terug met een klein grijs autootje. Als de kofferbak opengaat, schrikken we: piepklein. Omdat we bij het plannen van de reis al gehoord hadden dat de huurauto’s vaak kleine bagageruimtes hebben, hebben we aangedrongen op een auto met voldoende bagageruimte. De auto die genoemd werd zou dat ook zeker hebben, maar om een of andere reden hebben we nu een veel kleinere. Tegen beter weten in sjouwen we onze koffers en P's fotokoffer in de nieuwe auto. Dan is de bagageruimte vol. Dit gaat niet werken. P. gaat terug naar het kantoor. Dit is de afspraak niet, maar het verhuurbedrijf treft geen blaam, BirdingBreaks heeft de te kleine auto voor ons besteld. P. komt snel terug, het probleem is opgelost. Ze hebben hier op de bushalte van Moab geen enkele andere auto, maar we mogen onze grote auto houden. Enige voorwaarde is dat P. dan zelf morgen olie moet laten verversen, de rekening mag naar het verhuurbedrijf. Terwijl P. de papierwinkel regelt, sjouwen Rik en ik de bagage weer in ‘onze’ auto. We zijn blij met het soepele verhuurbedrijf dat de gemaakte fout snel oplost en laten de grijze dreumes achter in Moab.

Eerste kennismaking met Arches National Park

Na een pauze in het hotel om voor een keer het heetst van de dag te omzeilen, vertrekken we om half zes voor een eerste verkenning en de zonsondergang in Arches National Park. We stoppen zoals altijd bij het informatiecentrum. Daar worden we niet veel wijzer. We kunnen doen wat op de kaart staat. Gevraagd naar wandelingen, krijgen we te horen dat we datgene moeten doen wat bij ons past, onze eigen conditie moeten inschatten en dat we rekening moeten houden met de hitte, dus veel drinken en snacks mee, want het vraagt heel wat calorieën. Tja, zo worden we niet veel wijzer.

Het Arches National Park is een klein nationaal park bij Moab in het oosten van Utah. Het park is bekend vanwege de bijzondere rotsformaties en balancerende rotsen. Er zijn meer dan 2.000 gedocumenteerde natuurlijke bruggen (arches), waaronder Double Arch en Delicate Arch. De kleinste bogen hebben een opening van amper een meter, terwijl de afstand tussen de steunpunten van de grootste, bijna 100 meter haalt. Dat de aarde hier nog leeft bewijst de Wall Arch die In 2005 instortte.

Hoe zijn al die bogen ontstaan? De verklaring ligt in een 300 miljoen jaar oude duizenden meters dikke zoutlaag, ontstaan door een zee die verdampt is en de zoutlaag achter heeft gelaten. Daarop zijn miljoenen jaren Navajo en daar bovenop Entrada zand(steen) neergelegd. Daarop zijn ook weer lagen neergelegd die voornamelijk verweerd zijn. De instabiele zoutlaag kon deze druk niet aan, werd vloeibaar, loste op en werd samengeperst. Zo ontstonden zoutkoepels. Het instabiele geheel zorgde voor instortende en verschuivende lagen, breuken en meer geologisch geweld. De Moab breuk is er een voorbeeld van. Omdat jongere lagen erodeerden, zie je nu vooral de zalmkleurige Entrada zandsteen en de geelbruine Navajo zandsteen als een cake met kleurlaagjes in de rotsformaties terug. Water en ijs deden hun werk en als gevolg daarvan ontstonden een soort smalle evenwijdige ‘vinnen’ in het landschap. Verdere erosie zorgde voor gaten in de de vinnen en zo kwam Arches vol te staan met de prachtige bogen. Voor een keer een plaatje ter verduidelijking van deze lekenuitleg.

Het ontstaan van bogen in Arches National Park

Bogen in Arches National Park

We maken een korte verkenningsrit door het park en zien al de ‘Balanced Rock’ die helemaal niet balanceert, maar behoorlijk scheef vastzit op een andere laag en wel lijkt te balanceren. Bij de Win-dows, zien we enorme gaten in de bogen zitten, die de naam ‘Windows’ volledig rechtvaardigen. We hebben uitzicht op ‘Double Arch’. Daar kunnen we naartoe lopen, maar daarvoor is het eigenlijk al te laat. Met nog meer fotostops rijden we terug naar huis. Morgen hebben we hier veel te zien.

Balanced Rock (Arches NP)

Balanced Rock (Arches NP)

Late start in Arches National Park

We starten onze dag in Arches National Park heel laat. Door het gedoe met de te kleine auto die we terug mochten ruilen naar de auto die we al hadden, moet P. nu naar de garage om olie te verversen. Normaal zorgt het verhuurbedrijf daarvoor, maar dat had er op gerekend dat de auto terugkwam. P. vertrekt vroeg naar de garage en volgens het verhuurbedrijf kunnen ze dan als ze om acht uur open gaan, direct de olie verversen. Helaas denkt de garageman daar anders over en komt aanzetten met 12 uur. P. weet hem te bepraten, maar is toch pas om half elf aan de beurt. Heel jammer, het gedoe kost ons zo de halve ochtend. Bij vertrek heeft de zon zijn kans te baat genomen om de temperatuur flink op te stoken.

Het park is veel minder druk dan we op een zaterdag in zo’n beroemd park verwacht hadden. We rijden naar het verste punt Devil’s Garden waar diverse bogen zijn. Een van de beroemdste bogen van het park, Landscape Arch, is daar. Om die en twee andere fraaie bogen (Pine Tree Arch en Tunnel Arch) te zien, moet je in de volle zon – schaduw hebben ze hier volstrekt vergeten – een wandeling van ruim 3 km maken. Het pad is grotendeels verhard, alleen het laatste stukje is door rul zand. Door het late vertrek doen we de wandeling nu op het heetst van de dag, niet verstandig, maar wel de moeite waard. Landscape Arch is namelijk de langste natuurlijke rotsbrug van Arches en een van de langste ter wereld met een open ruimte van meer dan 90 (93,3) meter. Op zijn smalste punt is de boog maar 1,8 meter in doorsnee. In de 90-er jaren zijn grote stukken van de boog naar beneden gekomen, bewijs dat het landschap in een fractie van een seconde dramatisch kan veranderen. Sinds die tijd mag je niet meer onder de boog door lopen. In het echt is de boog nog mooier dan op het plaatje.

Pine Tree Arch in Arches NP

Pine Tree Arch in Arches NP

Alle 2.000 bogen gaan we niet halen, maar we bewonderen wel Skyline Arch die in de lucht lijkt te hangen, Sanddune Arch waar je door rul zand heen moet en Fiery Furnace. Alle uitzichten bereik je met een wandeling van een paar honderd meter. Bij Fiercy Furnace staan de rotsen dicht op elkaar gepakt, daar mag je alleen tussendoor wandelen met een gids en met een permit. Het is een doolhof aan rotspaadjes tussen de stenen door, dus het risico van verdwalen is levensgroot. Er zijn meer wandelingen die we overslaan. Bij Landscape Arch kan je nog naar veel meer indrukwekkende bogen, maar ze waarschuwen voor het moeilijke pad, over rotsen op handen en voeten, terwijl je ook nog makkelijk verkeerd kan lopen. Nog afgezien van de afstand, wagen we ons daar niet aan.

Een van de grootste iconen van het park is Delicate Arch, symbool van het park en ook van de staat Utah. Met zijn vrije ruimte van ruim 15 meter hoog en meer dan 10 meter breed is het de grootste vrijstaande boog van het park. De boog is niet zomaar te zien. Om dichtbij te komen moet je een wandeling van 5 km maken over een heel steil pad, zonder schaduw en met hier en daar steile af-gronden. Het pad wordt afgeraden als het heel heet is of er ijs ligt (daar hebben we vandaag weinig last van) en ze waarschuwen uitvoerig dat je goed moet weten waar je aan begint. Wij weten dat we er niet aan beginnen. Gelukkig hebben ze wel twee uitzichtpunten waarvan een heel gemakkelijk te bereiken is. Met de verrekijkers en de telelenzen lijkt Delicate Arch dan toch vlakbij.

Dicht bij de ingang is een soort lange muur die bestaat uit enorme monolieten allemaal verschillend van vorm. De meeste hebben een naam gekregen, zoals ‘het schaap’, ‘het orgel’, ‘de toren van Babel’ enz. Heel leuk is ‘Baby Arch’, inderdaad een klein boogje in een enorme rots. Als laatste onderdeel gaan we naar ‘Double Arch’, inderdaad een dubbele boog, waarbij de twee bogen op een punt aan elkaar vastzitten. Vanaf de parkeerplaats zijn ze al imposant, maar als je na de klim eronder staat, kom je nog veel meer onder de indruk, zo groot en hoog. Het zijn zogenaamde potholes. Ze zijn ontstaan uit twee aangrenzende meertjes die steeds dieper uitgesleten zijn tot ze een holte in de rots vormden. Door nog verder uitslijpen is de tussenwand tussen de voormalige meertjes verdwenen met als enig overblijfsel de twee bogen. Na een prachtige, enorm hete dag waarin we alle hoogtepunten van het park gezien hebben, gaan we een hapje eten bij de Thai. Na alle hitte klinkt een pilsje heel aantrekkelijk. Onze eerst keus is uitverkocht, maar de tweede is op voorraad. Ze willen wel even ons ID zien – alcohol mag je pas boven de 21 hier – maar alleen P. die omdat hij rijdt geen bier drinkt, heeft zijn paspoort bij zich. Rik probeert nog via de wifi – kopieën staan bewust niet op de telefoon – maar nee, dat is niet voldoende. We krijgen alleen bier als er een origineel paspoort getoond wordt. Ze zijn onvermurwbaar. Uiteindelijk krijgen Rik en ik op Peter’s paspoort samen één biertje.

Canyonlands National Park

Moab ligt niet alleen dicht bij het Arches Park, maar ook dicht bij Canyonlands National Park. Cany-onlands, 1.349 km2 groot, is een ongerept en ruig gebied van canyons en tafelbergen, uitgesleten in het Colorado plateau door de Colorado rivier, de Green rivier en hun zijrivieren. De rivieren verdelen het park in vier districten: the Island in the Sky (het eiland in de lucht), the Needles (de naalden), the Maze (het doolhof) en de rivieren zelf. Voor een bezoek moet je een van de vier gebieden uitkiezen, want die zijn door de rivieren over de weg honderden kilometers van elkaar gescheiden. Door het grote verschil in de zomer- en wintertemperaturen – tot 40 graden in de zomer en tot -20 in de winter – is het geen interessant gebied voor exploitatie door de mens, alhoewel er in het verleden wel vee gehoed is en delen geëxploiteerd zijn voor uranium- en oliewinning. Sinds het park in 1964 de status van National Park heeft gekregen zijn die activiteiten gestaakt.

Wij bezoeken ‘Island in the Sky’, het meest toegankelijke en meest bezochte deel van het park. The Needles is verder weg en je hebt er al snel een 4WD nodig, de Maze is het meest ontoegankelijke en ruige stuk natuur dat je je voor kan stellen en vooral geschikt voor backpackers en trektochten en de rivieren vragen om wateravonturen waar we niet gebouwd voor zijn. Bij alweer een behulpzame medewerker van het bezoekerscentrum krijgen we op waar we kunnen wandelen en wat het meest de moeite waard is. We beginnen met een wandeling naar een uitzichtpunt bij de ‘Upheaval Dome’. Het is niet ver, maar wel gelijk een pittige klim. Eenmaal boven kijk je in een diep gat waar in de diepte puntige rotsen uitsteken. Hoe de diepe krater ontstaan is, is niet zeker, maar de theorie die nu de meeste kans maakt is een meteorietinslag die niet alleen een kuil heeft veroorzaakt, maar ook de steenlagen gebroken heeft die door de breuken en kieren verweerd zijn. Voor het tweede uitzichtpunt lijkt de klim nog moeilijker. P. gaat een stukje verder, wij gaan terug.

In het centrum van het park stoppen we bij twee uitzichtpunten waarvan een met een korte wandeling die veel beter te doen is. De uitzichten zijn adembenemend. Vanaf ons hoge plateau kijken we eerst uit over de Green rivier met zijn canyons. Onder ons ligt een lager plateau met daarin een slingerend patroon van canyons, uitgesleten door de rivier. Op sommige plaatsen is een stuk tafelberg, zo hoog als ons plateau, dankzij een harde bovenlaag blijven staan, soms staat er een torentje met een dakje. In de diepte zie je de rivier met op zijn oevers brede stroken groen. De stapsgewijze plateaus zijn zo duidelijke en mooi te zien vanaf boven, prachtig.

Canyonlands NP

Canyonlands NP

Aan de andere kant wacht weer een heel andere verrassing, de Mesa Arch. In Arches hebben we veel bogen gezien, hier is ook een boog, maar door de boog zie je de diepe door de Colorado uitgesleten plateaus en canyons, een onwaarschijnlijk panorama. Om een foto zonder mensen te krijgen, passen we een oude truc toe. Ik stel me op tussen het groepje dolende zielen die het schitterende uitzicht verpesten door er zelf voor te gaan poseren en als ik aan de beurt ben, wacht ik tot P. en Rik klaar voor actie zijn en stap dan snel opzij. Resultaat: een foto van het uitzicht zonder toeristen. De voorzieningen zijn beperkt. Er is een verharde weg die zich splitst in een tak naar boven en naar beneden. Aan het eind van beide takken zijn overdekte picknickplekken – met het hete weer een must – en alleen bij binnenkomst bij het bezoekerscentrum is een watertappunt. Zijn de voorzieningen beperkt, onze picknicktafel heeft wel zijn eigen parkeerplek, Amerikanen lopen niet graag.

Na nog meer uitzichtpunten vanaf de hoge tafelberg over het omringende, dieper gelegen en ruige canyonlandschap met de twee grote rivieren, beginnen we aan een wandeling naar nog een uitzichtpunt. Eindelijk heb ik geluk, het is bewolkt, nog steeds even heet, maar zonder de felle zon heb ik daar veel minder last van. Maar ja, elk nadeel heb ze voordeel, nu hangen er dreigende wolken en zijn we – of eigenlijk vooral ik – bang voor onweer. Onweer op een hoog plateau lijkt niet fijn. Maar goed, de wolken lijken de andere kant op te gaan, dus we gaan wel, ik wat ongeruster dan de anderen. Ons eindpunt, een uitzichtpunt geeft weer een ander beeld van het canyonlandschap onder ons en is opnieuw prachtig. Maar toch is de hoofdprijs gereserveerd voor iets anders. Ik zie tot twee keer toe iets wegschieten en later ziet P. ook iets. Ik denk aan een konijn, maar daarvoor is het eigenlijk te groot, P. denkt aan een vosje. We kijken nog even, maar schatten in dat hij allang weg is. Dan opeens zie ik hem zitten. Een klein vosje met enorme oren. Fier rechtop zit hij naar ons te kijken in afwachting van wat we doen. Hij draait een beetje met zijn kop, verlegt zijn prachtige dikke staart, maar wijkt niet van zijn plaats. We maken meteen foto’s, maar gaan niet dichterbij en blijven ook niet te lang. We veronderstellen dat het een oudervos met jongen is, die zo standvastig blijft zitten om nest en jongen te bewaken. Die gunnen we zijn rust.

Grootoorkitvos

Grootoorkitvos

De regen dreigt, maar meer dan drie spatten vangen we niet, in de verte horen we onweer, maar ook dat komt niet dichtbij en zo komen we ongedeerd en gelukkig met de vos – een grootoorkitvos – weer terug. Met alle stops vliegt de dag voorbij . Canyonlands is een bijzonder mooi en ruig land-schap dat zijn naam volledig verdient en meer dan de moeite waard is. Terug thuis eten we weer bij de Thai van gisteren. Nu hebben we wel de paspoorten mee en nadat die voor controle mee naar achteren zijn genomen, is het bewijs geleverd. De computer heeft vastgesteld dat we allebei boven de 21 zijn en Rik en ik krijgen ieder een eigen pilsje.

Jullie zijn weer bijgepraat, voor nu sluit ik af.

naar volgende pagina:
VS 2026 rondzendbrief 5