VS 2026 > rondzendbrief 5
Rondzendbrief 5 VS 2026

[Verzonden op 23 juni 2026 vanaf Atlanta Airport]

Via Provo naar Park City

Na alle prachtige (en veel te hete) droge en/of woestijnachtige parken reizen we door naar het noorden. We hebben een lange rit van dik 400 kilometer voor de boeg naar Park City in de buurt van Salt Lake City. Park City is vooral een tussenstation op de rit naar het noorden. Ons doel is Grand Teton National Park, maar dat is voor één dag te ver. We rijden eerst vooral door leeg en kaal woestijnachtig landschap dat al vrij snel redelijk vlak wordt. Naarmate we meer noordelijk komen, zien we het landschap groener worden, riviertjes verschijnen en later zelfs bergen die eerst schaars en later stevig bebost zijn. We zien ook een prachtige hoge waterval en kayakkers in de rivier onder ons.

In de buurt van Provo – een behoorlijk grote plaats – stoppen we bij een recreatieplek aan een meertje waar niemand is. Daar houden we een lange pauze waarin we vermaakt worden door een ruime selectie aan vogels. We zien een boel klein grut, waaronder een prachtige geel-zwarte geelkoptroepiaal. Als ik een boompje zoek voor de schaduw, laat een oeverloper duidelijk merken dat hij mij niet leuk vindt. Niet veel later zie ik het kleine kuiken waarover hij zich druk maakt en geef ik mijn schaduwplekje dus maar op. Van groter formaat zijn de pelikaan, de visarend en de witmaskeribis. Tijdens onze lunch – aan een overdekte picknicktafel – komt opeens een muildierhert rustig stappend langs, zich niets aantrekkend van onze aanwezigheid. Tussendoor gebruikt ook hij zijn lunch, groen genoeg hier om te eten. Pas als er verderop een fietser langsrijdt, maakt hij enige haast om naar de bosjes te lopen. Zomaar een stop, maar zeer geslaagd.

We moeten nog een stukje rijden, dus we breken op. Vanaf Provo blijft het een stuk drukker en bewoonder dan op het eerdere traject. Rondom Salt Lake City en Park City zijn vooral veel skigebieden. Gezien het aantal accommodaties, skiverhuurbedrijven, avonturenverkopers, restaurants en outdoorwinkels, moet het hier ‘s winters een geliefd toeristenoord zijn. Nu valt er weinig te skiën en is het rustig met toeristen. We hebben een ’studio met volledig ingerichte keuken’ en kiezen dus voor een magnetronmaaltijd op de binnenplaats van het hotel.

Grand Teton NP, dag 1

Vanuit Park City vervolgen we onze weg naar het noorden naar Teton Park. We vertrekken vroeg, want we hebben nog een rit van 350 km voor de boeg en we willen graag nog vandaag in het park rondkijken. Rond lunchtijd zijn we in Alpine bij een motel dat gerund wordt door de naastliggende saloon met bar, restaurant en drankwinkel. Alpine ligt nog een uur rijden van het park af, maar het is een prachtige route met uitzicht op rivieren en meertjes, besneeuwde bergtoppen en groene hellingen vol dennenbos. Bij het bezoekerscentrum halen we een kaart en goede informatie op. We starten achter het informatiecentrum bij een aangename temperatuur met een comfortabel vlakke wandeling, ons aangeraden voor de bloemen die nu volop beginnen. Er staan talloze nieuwe soorten en veel staan inderdaad in bloei. Vogeltjes horen we genoeg, maar in de dichte naaldbomen rondom zijn ze nauwelijks te zien. Een vogel maakt een uitzondering en dat is dan ook wel gelijk de prijswinner op vogelgebied: de bergsialia. De vogel is zo stralend blauw en is ook nog eens zo vriendelijk om goed in het licht te gaan zitten en dat ook lang genoeg vol te houden om hem prima te kunnen zien en te fotograferen. Als hij wegvliegt, licht hij flitsend, hemelsblauw op.

Paartje bergsialia

Paartje bergsialia

We doen lang over de wandeling van 1,6 km en we hebben meer op het programma. Hier zitten onder meer elanden en die spot je het beste tegen zonsopkomst (kwart voor zes) of rond zonsondergang (rond 9 uur). We gaan naar de aangeraden plek om ze daar te zoeken en stoppen op een veelbelovende parkeerplaats. We zien niets behalve een stuk verderop een grote groep mensen die uit busjes stappen met ‘Ecotours’ erop. Ze lopen allemaal naar de hoge oever van de rivier. Zijn we doorgaans geen kuddevolgers, dit keer lijkt het ons verstandig de meute te volgen. Er staat een grote groep belangstellenden en wat gidsen met telescopen. Behoorlijk ver weg staat een prachtige elandvrouw op haar gemakje te grazen. Ze merkt niets van de mensen en is lekker bezig met eten, een beetje lopen en opnieuw knabbelen. We horen de gids nog zeggen dat het met dit weer heel lastig is om elanden te spotten en dat ze enorm geluk hebben, maar ja dat zeggen dat soort gidsen altijd. Wandelend van en naar de auto spotten we een stuk dichterbij een kleiner formaat zoogdier: prairiehondjes. Een beetje marmot-achtige diertjes met enorme ‘steden’ onder de grond. We zien ze eten – eentje staat op zijn achterpootjes omdat het lekkerste takje net te hoog hangt – en ze scharrelen wat rond hun ondergrondse burcht om daarna flitsend snel in hun holletjes te verdwijnen.

Op de kaart kunnen we zien dat een eind verderop dicht bij de weg een verbreding in het water komt. Dat lijkt ons een droomplek als je eland bent. Maar we hebben het mis. De weg stijgt en de rivier ligt diep met aan de zijkant steil opgaand bos. Dit vindt de beer leuker dan de eland. We komen via een onverhard weggetje in het niets uit bij een brug en stappen uit. We zijn nu bij een groot stuwmeer met bootjes en andere watersporters erop en veel bos er omheen. Ook hier moet eland niets van hebben. Bij het meer is een grote camping en in ons ‘niets’ is het een drukte van belang. Bij het meer spreken we een echtpaar. De man kent Nederland en is er geweest. Raad een waar? Hij komt meteen aanzetten met Maastricht en de dure Tefafbeurs, een beurs waar je met een gewone portemonnee behoorlijk uitgelachen wordt. Op de terugweg vanuit het niets komen we opnieuw een groep mensen tegen. Die zijn hier niet voor de eland. Het is een volledig in stijl gekleed bruidspaar met opgedofte familie en verdere aanhang. Wat ze hier moeten? We hebben geen idee.

Grand Teton NP

Grand Teton NP

Later komen we weer geparkeerde auto’s tegen. Nu is er wel degelijk sprake van een eland. Veel dichterbij en een jonge man. Het gewei stelt nog niet veel voor, twee behaarde knobbels. Het gewei begint in deze tijd van het jaar uit te groeien en pas in augustus is het klaar en is de huid er af. Dit is een jaarling en dit jaar blijft zijn gewei dus bescheiden. Maar met twee elanden op een avond zijn we bijzonder tevreden. We zij om half tien nog op tijd voor het eten in de saloon, de keuken sluit om tien uur. Buiten staat een groot bord met ‘Taco Tuesday’, dus voor de heren wordt het de Tuesday Taco.

Grand Teton NP, dag 2

Na een eerste kennismaking gisteren, hebben we nu een volle dag in Grand Teton National Park. Grand Teton National Park is een nationaal park in Wyoming met een oppervlakte van 1.255 km², ten zuiden van Yellowstone. Het park is genoemd naar de Grand Teton, een van de bergen van het Tetongebergte, 4.197 meter hoog en de hoogste berg van het park. Het park omvat een groot deel van de onderliggende vallei, de Jackson Hole. Het is al sinds 1929 een nationaal park.

De bergketen van de Grand Teton is onderdeel van de Rocky Mountains en is eveneens noord-zuid georiënteerd. Rondom het gebergte bevinden zich geen heuvels. De Grand Teton is gevormd door het omhoog stuwen van de aardkorst waar nu de bergketens liggen, terwijl de vallei ernaast, Jackson Hole, 9.100 meter naar beneden zakte en een slenk vormde. Door de erosie van de bergen en doordat de vallei grotendeels gevuld is met sediment, is het hoogteverschil tussen bergen en vallei 2.350 meter. De bergketen heeft haar huidige aanblik gekregen doordat gletsjers U-vormige valleien hebben achtergelaten. Tussen de puinwaaiers in de vallei zijn meer dan 100 meren gevormd, waarvan Jackson Lake, afgedamd door de morene van een grote gletsjer, het grootste is. Het kleinere Jenny Lake ligt iets zuidelijker. Door de vallei loopt de Snake rivier die na een lange reis uitmondt in de Columbia rivier. Door de grote variatie is er een grote rijkdom aan flora en fauna. Gisteren hebben we bij de wandeling al veel nieuwe planten gezien, maar aan dieren is er ook genoeg leven: elanden wapiti’s, gaffelantilopen, wolven, coyotes, bizon en beren, allemaal noemen ze het park hun thuis.

We starten met het beroemde Jenny Lake. Al onderweg is het behoorlijk druk en voor de ingang van het park staan we in een – korte – rij. Bij de afslag naar de parkeerplaats staan al zoveel auto’s langs de weg geparkeerd, dat we de auto ook maar langs de weg parkeren. Bij het bezoekerscentrum – een ander dan gisteren – is het kermis en in de drukte gaan we op pad. Gelukkig verliezen we het overgrote deel van het publiek bij de wachtrij voor de boottocht over het meer. Tijdens de wandeling komen we vaak andere mensen tegen, maar storend druk is het niet meer. Al snel vertelt een tegenligger dat er in ‘Moose Pond’ (elandvijver) een eland in de vijver staat. Dat kan geen toeval zijn. We slaan af naar de Moose Pond, maar ondertussen zijn we al zoveel tijd verder, dat we betwijfelen of eland op ons gewacht heeft. Eland heeft geduld. Een man met een iets groter beginnend gewei staat midden in de plas tot over zijn buik in het water. Geregeld steekt hij zijn kop onder water om na een poosje met zijn grote langgerekte kop weer boven te komen met een bek voor slierten waterplant. Zijn grote oren druipen van het water en zijn soms onbedoeld versierd met een waterplant. Na een poosje loopt hij naar de waterkant en springt met veel geplons uit het water de oever op. Daar schudt hij zich eens flink uit en wandelt op zijn dooie akkertje langs de oever, onderweg happen van het gras en de struiken nemend. We blijven hem een hele tijd zien, totdat hij afslaat richting bos en tussen de naaldbomen verdwijnt. Hij heeft een geweldige show gegeven.

Moose (eland) in meertje bij Grand Teton NP

Moose (eland) in meertje bij Grand Teton NP

De rest van de wandeling voert door open gedeelten met struikjes en stukken bos. Overal wordt hier gewaarschuwd voor beren en staan borden wat je moet doen om te voorkomen dat je een beer tegenkomt en wat je moet doen als je een beer toch tegenkomt. De tips lopen op in gradatie.

  • maak geluid
  • wandel in een groep van minstens drie personen (dat komt goed uit)
  • zorg dat elke volwassene een bus berenspray heeft
  • als je een beer tegenkomt, loop langzaam achteruit
  • GA NOOIT RENNEN
  • komt de beer je kant op, maak je dan groot en maak geluid
  • als de beer dreigt aan te vallen, houd je dan dood
  • als de beer aanvalt, vecht terug (het lijkt me een kansloze tip)
Wij hebben geen berenspray. Allereerst woont de beer hier en zijn wij te gast, en je gastheer met nare spray benaderen is tamelijk onbeleefd. Ten tweede, gezien mijn onhandigheid denk ik dat ik te laat ben voor ik snap hoe de bus werkt en eerder de spray per abuis op mezelf richt dan op de beer. We zijn ook niet bovenmatig luidruchtig. Om toch iets te hebben, bouw ik mijn brillenkoker om tot castagnetten. De bril wordt vervangen door kiezelsteentjes. Rinkelend met de brillenkoker wandel ik verder. Nu maar hopen dat ik geen beer met ochtendhumeur wakker maak met de kiezels.

We bezoeken nog twee andere meren die vooral gebruikt worden als recreatieterrein en waar mensen liggen te zonnen en poedelen in het water, met later geweldige uitzichtpunten over de rivier in het dal, de beboste bergen en de hoge grillige bergen met hun met sneeuw bedekte toppen in de verte. Het plaatje wordt geserveerd onder een strakblauwe lucht. Ter verfraaiing van het geheel vliegt een Amerikaanse zeearend over en gaat ver weg in de boom zitten.

Grote groep bizons

Bij een bezoekerscentrum hebben ze een plek omcirkeld waar je kans op bizons hebt. Eerst zien we koeien, maar die staan achter een hek en vinden we te klein, maar dan zien we opeens alle drie twee bizons staan redelijk dicht bij de weg. Als we verder kijken, zien we overal bizons. Ze zijn enorm en staan vrij dicht langs de weg in een groot grazig stuk land. We schatten dat het er zo’n 350 zijn. Grote mannen met een enorme kop met kinharen en baardje, vrouwtjes iets kleiner, maar zeker ook goed aan de maat en talloze kleine kalfjes die nog bruin zijn en al de stevige bouw in klein formaat laten zien. Ze moeten goed betaald zijn door hun baas, want ze doen alles wat je van een bizon kan verwachten. Ze eten, ze lopen, de kalfjes huppelen achter moeder aan en geregeld zien we twee of drie uit de kluiten gewassen mannen met de koppen tegen elkaar stoten. Het zijn geen serieuze gevechten, maar plaagstootjes, wel af en toe met het heftige hoefgekrabbel, waardoor het zand in wolken opstuift. Op zeker moment zet een deel van de kudde een galop in richting weg, maar ze steken niet over, rennen weer terug en herhalen de korte sprints kris kras over het veld zonder enige doelgerichtheid. Natuurlijk hadden we op bizons gehoopt, maar dat we op 15 meter afstand bizons zouden zien en dan zoveel, dat hadden we niet kunnen bedenken.

Stoeiende bizons in Grand Teton NP

Stoeiende bizons in Grand Teton NP

De Tuesday Taco is voorbij, maar in het restaurant is nu een show. Familie Cowboy, bestaande uit Hoofdcowboy, onopvallende vrouw, twee cowboys van zeg 11 en 8 jaar en een cowgirl van 6 spelen bij het biljart. Grote cowboy draagt een geruit hemd, de twee kleine cowboys samen dragen een geblokt overhemd, bretels, een cowboyhoed en cowboylaarzen en de kleine cowgirl staat in een bevallig wit plooijurkje met witte cowboylaarsjes te zwaaien met de keu. Vanavond gaan ze niet naar bed, maar stappen ze terug in het plaatjesboek over het Wilde Westen uit lang vervlogen tijden.

Van Grand Teton naar Yellowstone

Na de show van eland en bizon trekken we verder naar het noorden op weg naar een van de grootste en beroemdste parken van de Verenigde Staten: Yellowstone, bekend om zijn wildlife en zijn vulkanische verschijnselen. Het voordeel van de route van vandaag is dat Yellowstone en Grand Teton vrijwel aan elkaar grenzen en we dwars door Grand Teton naar Yellowstone rijden. Vanwege de korte afstand hebben we tijd voor diverse stops en wandelingen in Grand Teton. Bij de eerste stop hopen we een duiker (watervogel) te zien. Die is er niet, maar in plaats daarvan verschijnt er een sprookjesachtige kolibrie met een rood uitstaand kraagje rond de hals, die steeds terugkeert naar hetzelfde takje.

We maken een relatief lange wandeling langs een poeltje met weinig water en leuke eendjes die daarna voornamelijk door open land met struikjes en bos voert. Het is hier veel rustiger dan gisteren bij Jenny Lake en ook hier wordt gewaarschuwd voor beren. Ik rammel dus de hele weg met de brillenkoker in de hoop dat beer flink afstand houdt. Ze zitten hier echt, zowel gisteren als vandaag hebben we op het pad berenpoep gezien, maar ook vandaag kruisen ze niet ons pad. Bij Colterbay maken we een korte wandeling langs een meer, ook hier hebben we weer schitterende berguitzichten die soms verprutst worden door de vele bootjes en watersporters op het meer.

Yellowstone zuid met Old Faithful

Tegen half vijf gaan we verder om Grand Teton via de noordkant te verlaten en Yellowstone via de zuidkant in te gaan. In Yellowstone stoppen we bij een waterval die weliswaar niet heel hoog is, maar waar wel ontzettend veel water krachtig naar beneden valt. Het aangrenzende Lewis Lake is gigantisch. Na een uur rijden in Yellowstone komen we bij de Old Faithful Lodge waar we twee nachten logeren. We hebben daar een cabin die niet erg luxe is. Hadden we hier overal een koelkast, die ontbreekt hier, maar wat erger is, overal konden we koffie zetten of oploskoffie maken, hier is niets. We eten bij de cafetaria, die op zich goed eten heeft, maar daar zijn de koffiemachines stuk en bovendien gaat die om acht uur dicht. We zullen het dus zonder koffie moeten stellen.

Na het eten gaan we naar buiten om Old Faithful himself in actie te zien. Het is de beroemdste geiser van Yellowstone en barst elke 90 minuten (variatie 50 – 127 minuten) uit. Hij heeft nu zijn wekker op 20.33 (plus of min 12 minuten) gezet. Rondom Old Faithful is een soort openluchttheater gemaakt met rijen banken voor de toeschouwers en die zitten redelijk vol. Een minuut voor tijd zien we een klein fonteintje, dan nog een en dan krijgt Old Faithful er echt lol in. Na een paar middelhoge stralen, spuit hij met 12 meter hoge fonteinen en stoomwolken achter elkaar omhoog. Na een minuut of drie heeft de geiser er genoeg van sputtert nog wat en gaat dan over tot het uitblazen van stoomwolken tot het tijd is voor zijn volgende optreden. Tot onze verbazing klapt het voltallige publiek aan het eind van de show van de geiser. Hij bedankt niet voor het applaus en geeft ook geen toegift.

Old Faithful

Old Faithful

Yellowstone National Park ligt hoofdzakelijk in de staat Wyoming en heeft een oppervlakte van 8.983 km², waardoor het meteen ook een van de grootste nationale parken van de VS is. De gemiddelde hoogte in het park is 2.440 meter. Het grootste gedeelte van het park in Wyoming bestaat uit bos. In het park leven veel dieren, waaronder bizons, herten, bruine beer en zwarte beer, coyotes en wolven. Die willen we hier graag zien en gaan we zeker zoeken. President Ulysses S. Grant bekrachtigde op 1 maart 1872 de Yellowstone National Park Protection Act waarbij het eerste nationale park ter wereld werd opgericht. Directe aanleiding was het verslag en beeldmateriaal van een geologische expeditie in 1871 onder leiding van Ferdinand Hayden. De UNESCO plaatste het park in 1978 op de Werelderfgoedlijst. In 1988 werd een gedeelte van het park door een grote natuurbrand verwoest.

Onder Yellowstone bevindt zich een vulkanische hotspot. De supervulkaan onder het park komt gemiddeld elke 600.000 jaar tot een grote uitbarsting. Bij eerdere grote uitbarstingen bedekten asregens het hele middenwesten van de Verenigde Staten met een laag as. De laatste grote uitbarsting dateert van meer dan 640.000 jaar geleden. Bij deze uitbarsting ontstond de grootste vulkanische structuur in de omgeving: de Yellowstone caldera, een caldera van 65 km die vrijwel het gehele park beslaat. Deze caldera overlapt gedeeltelijk met twee oudere caldera's wat verder naar het zuidwesten. De vallei zorgt voor een dominante windrichting uit het zuidwesten, wat een grote aanvoer van atmosferisch vocht afkomstig uit de Grote Oceaan, tot gevolg heeft. Dit verklaart de naar verhouding enorme hoeveelheden neerslag (tot wel 3 meter sneeuw in de winter).

We beginnen de dag bij Old Faithful goed. Rond onze ontbijttijd vindt Old Faithful het de hoogste tijd om weer zijn kunsten te laten zien. De geiser is vanmorgen heel anders dan gisteren. Het is nog koud (als we opstaan is het 2 graden) en het hete water condenseert onmiddellijk zodat de hoge waterstraal verdwijnt in een reusachtige stoomwolk. Na de geisershow gaan we in de lobby van het hotel – met onze eigen cornflakes, yoghurt, brood en fruit – ontbijten. Er is een loket met muffins en koffie waar een enorme rij voor staat. Na lang wachten is Rik eindelijk aan de beurt om heel dure koffie te bestellen. Hij wil contant betalen, maar dat is onmogelijk. Als ik het toilet opzoek om de druiven te wassen, blijken die buiten gebruik wegens schoonmaak, even later zijn ze ‘out of order’. Aangezien er maar een invalidentoilet is en ik niet in het herentoilet druiven ga wassen, eten we de kiwi’s.

De dag staat vooral in het teken van de geothermale verschijnselen die je hier kan zien. Onze eerste stop is bij Midway Geyser Basin, een groot gebied waar je via een boardwalk langs loopt. Het is er al behoorlijk druk, maar na een korte file voor de parkeerplaats lukt het na een korte wachttijd een parkeerplek te vinden. In het gebied zijn vooral heetwater bronnen te vinden. In het enorme kratermeer zien we het water overal borrelend uit de bodem komen. Nog mooier is de Grand Prismatic Spring. De stoom lijkt van rood over te gaan naar blauw en groen, maar dat is schijn. De stoom is kleurloos maar dankt zijn regenboogeffect aan de weerkaatsing van de kleurige bodem. Die dankt op zijn beurt zijn kleurigheid aan verschillende soorten cyanobacteriën die allemaal hun eigen pigmenten hebben. Dat het Turquoise Lake mooi van kleur is, verraadt zijn naam al.

Het Lower Geyser Basin is volstrekt anders. Hier zijn meer verschillende geothermale verschijnselen te zien. Een van mijn favorieten zijn de modderpoelen met borrelende modder. Het hete water zorgt ervoor dat de zachte modder als in een kookpot van een heks staat te sputteren en te borrelen. Met ploppende geluiden spatten de grote modderbellen kapot, soms floept er een modderstraal uit de kookpot hoog op om in kleine spatjes weer terug te glijden in de heksenpot. Je kan er uren van genieten. De fumarolen zijn ook geweldig. Grote gaten in de grond braken in een voortdurend proces een grote warme stoomwolk uit. Iets verderop zien we dat een geiser net spuit. Maar dat klopt niet, er zijn vier geisers bij elkaar die allemaal naar hartenlust doorlopend staan te spuiten, de een vooral breeduit, de ander probeert steeds hoger te komen. Je kijkt je ogen hier uit.

We ondernemen een klim naar Grand Prismatic View van waaruit je van boven uitkijkt op de kleurige Grand Prismatic Spring. Zo hoog is het meer nog mooier. Vanaf de rode, wat hogere randen die naar oranje en geel verkleuren, kleurt het water eerst groen en in het midden blauw. De randen van het meer stulpen door het overlopende water ver uit waardoor nog een extra kleurenwaaier ontstaat.

Grand Prismatic Spring

Grand Prismatic Spring

Na al dit moois rijden we terug naar de lodge om aan de andere kant nog meer moois te bekijken. Bij West Thumb is een groot vulkanisch meer. Door de hete bronnen blijven er ‘s winters gaten in het ijs. Die gebruiken de otters om hun vis te vangen. Er zijn ook weer kleine kleurige meertjes en wat borrelende dingen. Bij de West Thumb is een klein informatiecentrum met een heel aardige man die ons advies geeft over de plekken om dieren te spotten. Het centrum verkoopt ook goede spullen en P. en ik kunnen geen van twee zonder boek wegkomen. De dag schiet al flink op we willen nog naar de Hayden Valley, een aangeraden plek om wild te zien. We zijn er nog maar net als we de eerste bizons al zien. Ze staan hier niet in een grote kudde zoals in Grand Teton, maar verspreid over de vallei. Hoger op de berg treffen we een prachtige kudde gaffelantilopen. Ik zie met mijn superkijker een roestbruine vogel. Als hij zich opricht, doet hij me denken aan een kraanvogel, maar naar mijn idee horen die niet bruin te zijn. P. kijkt ook, maar kan hem niet thuisbrengen. Een man met telescoop biedt uitsluitsel. Het is de Canadese kraanvogel. Die hoort iets bruin in zijn veren te hebben, maar dit is een steenkleurige variant.

Na nog wat bizons wordt het tijd om naar huis te gaan, het restaurant sluit om tien uur. Maar… onderweg zien we een opstopping van auto’s en dat betekent vast dat er iets te zien is. Op zo’n 80 m van de weg af staat een prachtige zwarte beer te eten. Hij doet zich tegoed aan het malse, verse gras en alle kruiden die erin staan. Onverstoorbaar graast hij van het ene naar het andere plekje. We kunnen hem zo goed zien en hij is zo lekker aan het eten. Pas na een hele poos loopt hij opzij en kunnen we hem niet meer zien. Driewerf dank aan deze geweldige beer. We zijn nog op tijd voor het eten.

Voor we vertrekken uit de Old Faithful Lodge doen we eerst nog de boardwalk rondom de beroemde geiser. Het is opnieuw een prachtige wandeling met blauwgroene hotsprings en voorzichtige geisers. De algen geven alles kleur en bij een meer zien we de kleurige randjes als een soort geborduurd bloemkoolrandje om de vijver lopen. De Lion geiser staat op een verhoging en borrelt wel maar spuit niet. De beehive geiser heeft in de loop van de tijd zo’n hoge rand opgebouwd dat er inderdaad een bijenkorf vormige structuur is ontstaan. Zo vroeg is het nog niet druk op het vlonderpad, maar we komen wel een merkwaardige bezoeker tegen. P. ziet een rare, bruine bult en roept: ‘Nee, kijk daar’. Eerst snap ik niet wat hij bedoelt, maar dan zie ik het ook. Je kijkt er ook niet makkelijk overheen. Direct naast het wandelpad loopt een grote bizonstier te grazen. Wij houden een veilige afstand – volgens voorschrift 60 meter – aan, P. vertrouwt hem en passeert hem. Hij lijkt even het gras in te lopen, maar kiest dan voor het vlonderpad en loopt op zijn dooie akkertje onze richting uit. Zeker de bordjes met de instructies over de minimale afstand weer niet gelezen. Wij stappen van het pad af de helling op en verschuilen ons achter wat naaldbomen. Bizon sloft zonder ons een blik waardig te keuren geheel op zijn gemak voorbij. We hoopten bizons te zien hier, maar hadden ze niet direct verwacht op een vlonderpad te midden van geisers en heetwaterbronnen.

Van Old Faitful naar Roosevelt Lodge

Onderweg naar onze bestemming in het noorden van Yellowstone park, slaan we van de hoofdweg af voor de Firehole Cayon Drive, een mooi ommetje door een steile vallei van de Firehole rivier. Al snel stoppen we. Aan de overkant van de rivier graast een wapiti hinde met een klein kalfje met echte bambivlekjes. Moeders staat niet gestoord door het publiek aan de andere kant van het water, rustig te grazen. Het kleintje knabbelt ook aan grassprietjes, eet af en toe een blaadje en houdt mams nauwlettend in de gaten. Het is geweldig om ze zo zonder dat ze door ons gestoord worden, lekker bezig te zien met wat ze horen te doen. Wat verderop is de weg aan een kant afgezet. De reden zien we al snel. Er is een gigantisch nest vlak bij de weg met daarin een visarend die de boel erg goed in de gaten houdt. We kijken even en maken wat foto’s, maar gaan snel weer weg om de vogel niet te verstoren. Niet veel later zien we twee visarenden – een van het nest – hoog in de lucht cirkelen. Ten slotte stuiten we op een waterval die er mag zijn. Ons ommetje was de moeite waard.

Even voor Norris stoppen we bij opnieuw een veld vol vulkanische verrassingen. Bij Beryl Springs is een borrelende poel en daarachter een sissende fumarole. Bij Artist Paintpot worden we niet alleen getrakteerd op de meest kleurige poelen die je je voor kan stellen, maar ook op geweldige modderpoelen. Er zijn er twee achter elkaar. De eerste weet van geen ophouden en blaast voortdurend grote bellen stuk die in hoge slierten de lucht in geslingerd worden en weer terug spatten in de modderpoel of ver over de rand daarvan. Je kan er geen genoeg van krijgen. Achter deze vurige modderblazer is zijn bedaarde tegenhanger die in gematigd tempo dikke lage modderbellen blaast die kalmpjes in de vette brij terugzakken. Het leuke is dat er een groep kinderen aankomt die zo enthousiast zijn over de poelen. Hier worden nieuwe geoloogjes geboren. Achter de modderpoelen zijn nog sissende fumarolen die vanuit een gat in de grond grote wolken stoom uitbraken.

De geologische wonderen houden nog even aan. Bij Norris Geiser Bassin is de ‘steamboat’ die we Sinterklaas niet aanraden. Het is de hoogste geiser ter wereld die 91 meter hoog kan spuiten. Wan-neer hij spuit? Bij de informatie staat ‘onvoorspelbaar’. De laatste uitbarsting was 27 februari, we besluiten er niet op te wachten, maar om ons te plezieren, spuit hij wel geregeld zo’n 3 meter hoog. We krijgen niet de tijd om alles van dichtbij te bekijken. De lucht is heel zwart, maar de wolken trekken weg, niet veel later gevolgd door nieuwe donkere wolken waaruit op de bergen verderop al regen valt. We horen stevige donderslagen en de wolken en de regen komen heel snel dichterbij. We keren snel om en lopen terug. We willen schuilen bij het museum, maar dat gaat dicht en stuurt iedereen weg, maar dat heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat het ook net vijf uur is. De eerste grote spatten vallen nog voordat we in de auto zitten. Niet veel later hagelt het zelfs. De bui stopt weer snel, maar het blijft zwaar bewolkt en de regen blijft dreigen.

Bij de Roaring Mountain staren we naar een witte bergwand die op verschillende plekken op de helling grote stoomwolken uitblaast. Vroeger maakten de fumarolen enorm veel lawaai – vandaar de naam – nu zijn ze zachter gaan praten. We stoppen nog bij een obsidiaan klif. Obsidiaan heeft een vulkanische oorsprong en ontstaat wanneer gloeiend hete lava uit kan vloeien en snel stolt zodat er geen kristallen kunnen ontstaan. Met zijn glasachtige en harde structuur is het uitermate geschikt om er messen en pijlpunten van te maken. In vroeger dagen was het daarom waardevol materiaal dat wijd verbreid verhandeld werd. Als laatste stoppen we bij een steile basaltklif met lange basaltzuilen. We wandelen naar – naar we denken – het uitzichtpunt, maar het blijkt een lang doorlopend wandelpad te zijn. Beetje te lang en te beergevoelig, dus met rammelende brillenkoker lopen we weer terug.

Wolven zijn vertrokken

Over een bergweg rijden we naar onze eindbestemming, de Roosevelt Lodge. In onze papieren stond al dat we daar geen eigen voorzieningen hadden, dat klopt. We hebben een vergelijkbaar houten kamertje als bij Faithful, maar dan zonder voorzieningen. De houtkachel moet je zelf stoken met bijgeleverde houtblokken. Er is net als op een camping een toiletblok met wc’s en douches. Op de koelkast en koffie hadden we al niet meer gerekend, maar wat minder is, is dat er ook geen internet is. Behoorlijk lastig aangezien we ook in moeten checken voor de vlucht terug en toch wel graag willen zien of er mail is. Kennelijk willen ze je een ‘authentiek‘ gevoel geven met de houtkachel, primitief sanitair en het ontbreken van internet. Natuurlijk hebben ze op kantoor wel internet. Per slot moeten we wel met de creditcard afrekenen. Maar goed, het is een mooie plek en de kamertjes zijn verder prima.

Vandaag hebben we een vroege start om half zeven. We hebben gehoord dat in de Slough Creek een wolvenhol met jongen is en dat daar de wolven redelijk goed te zien zijn. Het plekje is op de kaart ongeveer aangegeven en volgens de parkgids in het informatiecentrum vinden we de plek vanzelf door alle mensen die er met telescopen staan. De beste tijd is zeven uur ‘s morgens of ‘s avonds. Het is hooguit een half uurtje rijden, dus vandaar ons vroege vertrek voor het ontbijt. De Slough Creek vinden we meteen. Het is een prachtige vallei met heerlijk groen graslandschap omgeven door bos. Ik zou er als beer of wolf graag wonen. We speuren en speuren, maar zien alleen de bizons die we overal zien, een gaffelantilope en leuke uinta grondeekhoorntjes die de lupinebloemetjes opsnoepen. Als we bij het eind bij de camping komen hebben we nog geen spoor van een beer, wolf of telescoop gezien. Terug blijven we zoeken, maar tevergeefs. Bij de lodge wordt een groepsbusje volgeladen en twee telescopen staan te wachten op een plaatsje in de bus. We schieten de gids aan en zij vertelt dat de wolven er inderdaad zaten, maar dat de pups het niet gered hebben en de plek nu door de wolven is verlaten. Aan de koffie – die ze voor half zeven beloofd hadden, maar er helemaal niet was – zijn we ondertussen wel toe, net als aan een ontbijt.

Etende grondeekhoorn bij Lamarvallei

Etende grondeekhoorn bij Lamarvallei

Mammoth Hot Springs

We gaan terug naar Mammoth Hot Springs waar we gisteren wel langs gekomen zijn, maar geen tijd meer voor hadden. Voordat we daar arriveren hebben we een welkom oponthoud. Langs de weg zien we een opstopping van geparkeerde auto’s. En ja hoor, er is een beer gesignaleerd. Beneden in het groene dal loopt een grote zwarte beer te genieten van het verse gras en alle bloemen die er staan. Hij hapt en hapt, een geel bloemetje blijft hangen. Hij ziet er koddig uit met de gele bloem prominent uit zijn bek. Hij is op zijn dooie akkertje aan het eten, tot hij opeens gealarmeerd achterom kijkt. Hij heeft vast een geurspoor van iets opgepikt, want niet veel later rent hij weg. Iets verderop schijnt het weer veilig te zijn en eet hij verder. Niet heel veel later zien we een parkranger die gebaart dat we niet mogen stoppen. Zowel links als rechts staat een enorme wapitiman langs de weg allebei met een imposant gewei. Rik neem onder het rijden lukraak een foto waar wapitiman nog heel goed op staat.

Zwarte beer in Yellowstone NP

Zwarte beer in Yellowstone NP

Bij Mammoth Hot Springs worden we opnieuw getrakteerd op nieuwe geothermale verschijnselen. Hier hebben ze rotswanden en terrassen die ontstaan zijn vanuit overvloeiend water van hoger gelegen hete bronnen. Het water en de micro-organismen hebben de rotsen prachtige pasteltinten van zachtroze tot chocoladebruin gegeven en aan het eind van de galerij zijn de rotsen zo wit dat het pijn doet aan je ogen. Net als in druipsteengrotten hebben de lagen een soort gordijn van scherp gepunte stalactieten en op de bodem zien we heel dunne terraslaagjes. Via vlonderpaden kan je een ronde lopen langs vooral veel uitgeborrelde bronnen, maar ook weer prachtig gekleurde bronnen en kleine geisertjes. Opnieuw zien we ook de kleurige rotswanden, zij het op wat kleinere schaal.

Mammoth Hot Springs

Mammoth Hot Springs

Zijn de kleurige vulkanische verschijnselen al heel mooi, de hoofdprijs gaat naar een enorme slang, getekend met een patroon van helder gele en bruine blokken. Hij is gigagroot en dik. We schatten hem op minstens drie meter. Aanvankelijk heeft hij zijn kop verstopt in zijn lijf dat op twee plaatsen uitstulpingen heeft van een verorberde prooi. Een van de twee bobbels zien we twee keer langzaam naar achteren verschuiven in het trage verteringsproces. Opeens richt hij zijn kop op en glijdt met zijn enorme lijf naar boven de helling op. Dan draait hij wat, om zich vervolgens op een nieuwe, wat koelere en rustigere plek opnieuw op te krullen. Een gids weet te vertellen dat het de bullsnake (geen Nederlandse naam) is. We boffen weer eens.

Lamarvallei en toch wolven

Het eind van de dag is gereserveerd voor de Lamarvallei, aangeraden voor vooral de grizzlyberen en de wolven. Na het verhaal over het verlaten wolvennest geloven we niet meer in de wolven. In het grote park zitten tussen zo’n 100 wolven verspreid over een aantal roedels. Wolven laten zich toch al niet makkelijk zien en in zo’n groot gebied is de kans niet groot – of zoals een gids het verwoordt ‘onmogelijk’ – om ze te spotten. We zien wel weer talloze bizons, veel gaffelantilopen en grappige uinta grondeekhoorns. We stoppen waar auto’s staan en mensen in de verte turen. Een keer is de beer net achter de heuvel verdwenen, een andere keer is iedereen gestopt, omdat iedereen is gestopt.

Dan komen we bij een grote opstopping waar veel mensen met telescopen staan en mensen op klapstoeltjes zitten. De telescopen worden vooral gebruikt om te scannen, er zijn geen bijzondere waarnemingen (behalve bizons). Maar, als er zoveel mensen met telescoop en klapstoeltjes zijn, verwachten ze hier iets. Wij blijven er hangen en ruim vijf kwartier gebeurt er op een roofvogel en een zeearend na, niets. Dan opeens ontstaat er activiteit bij de telescopen. Ze worden allemaal in dezelfde richting opgesteld en er wordt druk gekeken. Ook wij kijken en dan, volledig onverwacht, komt er een groep wolven uit het bos de helling af. Het is wel 700 of 800 meter weg, maar met kijker en telelens goed te zien. Eerst zien we er twee, dan vier en uiteindelijk tel ik er twaalf. Ze lopen met typische wolvengang naar de lagere vlakkere helling. Er zijn ook wat kleinere bij en af en toe hollen achterblijvers om weer bij te komen. Je vergeet bijna adem te halen, zo mooi. Eenmaal beneden installeert de groep zich in het gras, ze zitten of liggen en staan af en toe op om wat te lopen. De deskundigen vertellen ons dat de groep daar rust en dat een of twee verkenners op pad zijn om het plan voor de jacht uit te werken. Als die terugkeren en weten waarop gejaagd gaat worden, vertrekt de hele groep voor de jacht op het avondeten. Wie had gedacht dat we zo de wolven zouden zien. Echt een cadeau.

Zwarte wolven (op grote afstand) in Lamarvallei

Zwarte wolven (op grote afstand) in Lamarvallei

Na al het moois keren we na een lange dag huiswaarts, maar we zijn er nog niet. Onderweg is opnieuw een opstopping. Dit keer een zwarte beer met twee dreumesen. Ze zijn zo geweldig. Je raakt onder de indruk van de kracht van het vrouwtje die moeiteloos enorme rotsen omkeert in de hoop op iets lekkers dat zich eronder verschuilt. Moederbeer is bruin – dat kan makkelijk bij zwarte beren – een van de jongen is zwart, de andere is het evenbeeld van moeders en bruin. Als ze zien hoe de stenen gekeerd worden, probeert een van de kleintjes het ook. Met zijn kleine pootjes past hij precies over de steen. Net als zijn moeder probeert hij met zijn voorpoot de steen om te wippen. Maar hij is echt niet sterk genoeg en na wat vruchteloze pogingen laat hij het zware werk toch aan sterke mams over. We zijn ook vandaag overvoerd met prachtige dingen. Geloven jullie het nog als we bij het binnengaan van het restaurant een grote en grappige geelbuikmarmot tegenkomen?

Laatste dag Yellowstone

Onze laatste dag in Yellowstone en onze laatste echte reisdag beginnen we goed. Vanaf de Roosevelt Lodge pakken we de weg naar het zuiden en bezoeken voor de tweede keer de Hayden Vallei. Nog voor we drie minuten op pad zijn, staat er al een zwarte beer in de wegberm, hooguit vijf meter van ons af. Hij is druk met eten en de heren fotografen klagen over hem, omdat hij voortdurend zijn kop achter een bosje houdt. Omdat er zich al snel een file achter ons vormt, kunnen we niet eindeloos blijven kijken. Parkeren en uitstappen is gezien de afstand van de beer niet aan te raden.

De Tower Falls dragen hun naam terecht. Naast de waterval van 40 meter hoog is een lange spitse toren, overgebleven na verwering van zachter steen. Ook aan de bergwanden zien we torens staan en enorme basaltzuilen. We rijden verder en hebben een prachtige bergrit met geweldige uitzichten. Over een binnendoor weg klimmen we verder omhoog voor uitzicht op Mount Washburn. Je kan naar de top wandelen, maar een zware wandeling langs steile afgronden in berengebied (nog steeds zonder berenspray) is voor ons iets teveel uitdaging. Vanaf een ander hoog punt hebben we uitzicht op de hele caldera ring van een vulkaan die 1000 km3 aan stenen de lucht in heeft geslingerd. Erachter zie je mooi besneeuwde bergen en in de verte het Grand Teton gebergte.

Bij Canyon Village stoppen we. Roosevelt Lodge heeft geen bereik en we moeten inchecken voor de vlucht van morgen en het is ook prettig om even de mail te kunnen bekijken. Ze zijn er uitermate behulpzaam en we krijgen codes om het internet te gebruiken dat prima werkt Helaas zijn we nog te vroeg om in te checken, dus we besluiten om op de terugweg hier een nieuwe stop te maken.

Verder zuidelijk ligt de Hayden Vallei waar we al eerder geweest zijn en daar is het feest. We zien een enorme kudde bizons, een deel staat aan de ene kant van een kleine riviertje, een deel aan de andere kant en een kluitje in het water. De grote groep heeft ook weer volop bruine kalfjes. Aan de andere kant van de weg staat ook een groep die besluit dat ze toch liever aansluiten. In volle galop komen ze aan en steken dwars de rijweg over. Het zijn zulke geweldige kolossen.

Maar er is nog veel meer. Bij een volgende opstopping kijk ik en zie ik ver weg een heuse grizzlybeer staan. We parkeren wat dichterbij en lopen dan verder richting de beer. Hij deelt zijn heuvel met een enorme bizonman, ze trekken zich weinig van elkaar aan. De grote grizzly graaft in de bodem op zoek naar sappige wortels en toevallige bodemdieren. Hij werkt met zijn krachtige poten en hard door en heeft de ene na de andere hap. Dan loopt hij richting een geul en zien we eerst alleen een rug. Later zien we dat hij met zijn voorpoten op de oever leunt met zijn kop op zijn poten. Af en toe zien we de kop verschijnen, hij kijkt wat rond, gaapt en gaat vervolgens weer lekker liggen. We zien de schouderbult en een stuk rug, grizzly is zo bijna onherkenbaar. Hij neemt de tijd voor zijn siësta, wij wachten rustig af. Na een flinke tijd – we staan wel een uur bij de grizzly te kijken – staat hij op. Dan zien we dat hij lekker in het riviertje heeft gezeten, zijn achterkant druipt van het water. Hij gaat weer op pad, opnieuw gravend naar lekkere, voedzame berenhapjes. Hij loopt de heuvel op, negeert de bizon die een keer opgestaan is en daarna weer is gaan liggen, en verdwijnt steeds verder uit zicht. De grizzlybeer was de enige die nog op ons lijstje ontbrak, we zijn nu compleet en meer dan tevreden.

Grizzly in Yellowstone NP

Grizzly in Yellowstone NP

Opmerkelijk genoeg verschijnt er altijd meteen een ranger als er een opstopping is vanwege een waarneming. We horen dat de rangers de hele dag patrouilleren en als er wat gezien wordt, regelen ze het verkeer (parkeren mag, maar op de weg moet je doorrijden) en houden waarschijnlijk ook in de gaten dat er geen gevaarlijke situaties tussen mens en dier ontstaan.

Vanaf de grizzly stoppen we weer bij Canyon Village waar we nu wel in kunnen checken voor de vlucht. Na nog een schim van een zwarte beer keren we huiswaarts om een laatste keer de Lamarvallei te bezoeken waar gisteren de wolven waren. Vandaag geen wolven, maar wel honderden en honderden bizons en prachtige gaffelantilopen. Bijna thuis krijgen we nog een heerlijk toetje voorgeschoteld: twee schitterende Canadese kraanvogels die ook nog hun sierlijke baltsdans laten zien.

Einde van de reis

Na al dit moois slapen we nog een nachtje bij Roosevelt en dan gaan we richting Bozeman om de auto in te leveren en naar huis te vliegen. We vliegen via Atlanta en landen de volgende dag. De reis zit er dus vrijwel op, maar wat hebben we een mooie dingen gezien. We hebben echt kunnen reizen zoals we dat graag zouden willen dankzij P. die steeds gereden heeft en ook alles wilde zien. Elke dag leek nog wel mooier dan de vorige en we zijn ontzettend verwend met alle wildwaarnemingen die de stoutste verwachtingen hebben overtroffen. De terugreis bespaar ik jullie. Wanneer jullie deze brief krijgen weet ik niet, want bruikbaar internet is daarvoor een voorwaarde.