[Verzonden op 30 september vanaf Fraser Island]
De vorige brief is nog niet uit, maar ik loop zo achter dat ik snel voordat het eten komt, nog even begin aan de tweede brief. De eerste brief loopt tot aan de vlucht naar Cairns, dus nu de verhalen van Cairns en verder.
Naar Cairns
Hadden we ons al geen illusies gemaakt over uitslapen en relaxte ontbijten met een vogeltour, deze ochtend moeten we echt vroeg uit de veren. Om kwart over vier moeten we gepakt bij de bus staan voor de vlucht naar Cairns. Iedereen is op tijd en we zouden dus keurig op tijd kunnen vertrekken, ware het niet dat een reisgenoot naar buiten is gelopen zonder het elektronische deurkaartje mee te nemen, terwijl haar handbagage nog binnen ligt. Normaal geen probleem, maar nu is de receptie gesloten, dus hoe krijgen we de deur open. Terwijl de klok doortikt, wordt gezocht naar noodnummers en nachtportiers. Uiteindelijk komt de nachtportier en kan reisgenoot alsnog met handbagage vertrekken. Op de luchthaven van Darwin gaat alles heel soepel, niets hoeft uit de rugzak, het water mag mee en zelfs de schoenen mogen aanblijven. Onze Nederlandse reisleider heeft wel een probleem. Hij heeft kennelijk iets verkeerds gegeten en is echt goed ziek. Niet echt fijn met een vlucht voor de boeg en een groep bij je.
In Cairns is het opnieuw een half uur later, het tijdsverschil met Nederland is nu acht uur. We nemen voor even afscheid van fijne gids Martin, die vanwege familieredenen naar huis moet. We worden overgedragen aan gids Michael en zwaaien Martin uit. We hebben nu twee nieuwe busjes nodig die netjes bij de luchthaven worden afgeleverd. We kunnen nog niet in het hotel, maar kijken tot lunchtijd langs de Esplanade van Cairns naar vogels. We zijn vanuit de rust van het noorden op de toeristische strandboulevard van Cairns terecht gekomen. De Nederlandse reisleider is te ziek om nog op zijn benen te staan, dus we gaan met de nieuwe gids Michael op pad. In hoog tempo loopt hij over de Esplanade om bij de mangrove te komen. Omdat er voor ons wel veel te zien is, raakt hij ons geregeld kwijt. Even wennen nog.

Double-eyed fig parrot in Cairns
Na de lunch in een tentje op de Esplanade mogen we inchecken en krijgen we tien minuten voor we weer op pad gaan voor de botanische tuin. Die is prachtig en nu hebben we heel wat meer tijd dan gisteren in Darwin. Ook Michael neemt nu meer de tijd. Als laatste bezoeken we de begraafplaats die ter ere van de pioniers is gesticht en nu een cultuurhistorisch monument is. Wij zoeken niet de historisch graven maar vogels. Op een bergje met zand scharrelen prachtig getekende munia’s (denk maar aan musjes) rond. Daarna gaan we naar huis en we hebben zowaar 1,5 uur vrij. Mooi tijd om de was te doen. Veel hotels hier hebben gasten-wasmachines en drogers die op munten werken. Veel handiger en makkelijker dan zelf tobben met handwasjes. Voor het eten zit de was al in de droger en als we na het eten terugkomen, halen we de heerlijk warme en weer frisse kleren op.
Veel regen
Gisteren hebben we bij de receptie van het hotel een doos, een banaan en een bekertje yoghurt meegekregen als ontbijt. In de doos zit een zakje ontbijtbrokjes, pakjes melk en jus d’orange, een klein cake en een nog kleiner mueslireepje. Koffie en thee kunnen we op de kamer maken. Weer eens iets anders dan een ontbijtbuffet of een ontbijt onderweg. We starten vandaag opnieuw met de Esplanada, de boulevard langs de zee. Tot onze verbijstering is de straat nat en regent het. Van dik veertig graden lopen we nu met ruim 20 graden in de regen. Het is nu laag tij en het water komt geleidelijk op, waardoor de vogeltjes steeds dichterbij komen. Al de verschillende steltlopertjes komen langs, maar zijn nog steeds verschrikkelijk moeilijk uit elkaar te houden. We worden gepasseerd door hordes hardlopers die bezig zijn aan een 24-uurs marathon voor een goed doel. Ze worden door belangstellenden hartelijk toegejuicht.
Helaas houdt ook de volgende dag de regen ons met wisselende hoeveelheden heel de dag gezelschap. Vanuit Cairns gaan we naar de Cattana Wetlands. De Cattana Wetlands zijn andere wetlands dan we gewend zijn, met veel meer variatie, ook bosdelen, grote meren en landschappelijk bijzonder mooi. Voor sommige vogels hoef je niet echt moeite te doen. Tijdens de lunch in een restaurant aan een jachthaven, komt de geweldige kookaburra – een soort grote ijsvogel die op het land leeft en prachtig is om te zien – op het terras een patatje eten. In plaats van het normaal te eten, slaat hij met het patatje driftig heen en weer om het als een klein visje dood te slaan. Hij laat zich door het terras vol mensen volstrekt niet van de wijs brengen en als de ene helft patat dood en verslonden is, begint hij dapper met de tweede helft te vechten.
‘s Middags bezoeken we verschillende gebieden. Een daarvan is een dicht bebost gebied waar we weer geacht worden een soort pitta (Australische pitta) te vinden. Verwachten wij pitta laag bij de grond of op de grond, twee pitta’s – die in het Engels noisy (luidruchtige) pitta heet – roepen van verschillende kanten luid en duidelijk terug vanuit de hoge bomen en het dichte bladerdek. De twee blijven nog een poos praten met de telefoonpitta (de pitta die via de app afgespeeld wordt) en verplaatsen zich herhaaldelijk. Uiteindelijk hebben een paar mensen hem gezien, de meesten (ik niet) een flits gezien en alleen de Nederlandse reisleider een foto van pitta. Het blijkt dat hij als het regent er vaker voor kiest om hoog te gaan zitten.
Zoeken naar de helmkasuaris
De laatste ochtend in Cairns hebben we geen ontbijtdoosje, maar ontbijten we bij een drukke tent aan de boulevard. Daarna rijden we langs de boulevard tot waar de mangrove begint om een vogel te zoeken die gisteren niet voldoende meewerkte en ook nu niet van zins is om een halve seconde stil en zichtbaar te blijven zitten. We verlaten Cairns richting Innisfail via een bezoek aan een grasboerderij en een lunch in een merkwaardig restaurant ‘the Pocket’ geheten. Het is in feite een loods die ze binnen hebben ingericht met een uiteenlopende collectie spullen, verzameld na een dagje flink shoppen in de kringloopwinkel. Aan de muur hangen een verzameling ramen en antieke klokken en vitrines vol theelepeltjes. De zitjes bestaan uit een ruime selectie aan gemakkelijke stoelen. Verder is er kunst te koop: houtsnijwerk, schilderijen en aan een grote tafel verkoopt een dame op leeftijd getekende vogelkaarten. Een paartje torenvalk heeft het dak van de loods als nestplaats gekozen en vliegt in en uit.
De middag besteden we vooral aan het zoeken naar een vogel die hier in de buurt voorkomt: de enorme helmkasuaris. Die komt geregeld uit het bos naar het strand. We lopen op diverse plekken rond speurend naar de enorme vogel en rijden ook zoekend vanuit de auto rond. Helmkasuaris laat niets van zich horen of zien. Wel zien we een prachtig nest van de visarend met een van de ouders en twee hard krijsende jongen. De regen was vandaag minder dan gisteren, wel steeds aanwezig, maar niet storend, steeds korte buitjes.
Vandaag in het hotel in Innisfail ben ik geopereerd. Een paar dagen voor we thuis vertrokken, was ik in de tuin bezig, mijn schoen schoot uit en ik trapte in een gemene stekel van de berberis. Er was geen splinter te vinden en de volgende dag viel het allemaal wel mee. Het bleef een beetje hinderlijk, maar dat was het. Totdat het de laatste dagen steeds vervelender werd en ik vandaag echt last had. Met de wandeltochten in het vooruitzicht geen geruststellend idee. Ik heb raad gevraagd aan de pedicure en verpleegkundige die de groep rijk is en die laatste heeft met een speld de plek opengemaakt en er een stekel van maar liefst een halve centimeter uitgehaald. Het loopt nu een stuk prettiger. Ik ben zo blij met de deskundige hulp van de twee groepsgenoten. Rik kon wel zien dat de verpleegkundige wist waar ze mee bezig was en het heel geroutineerd deed. Blij, blij, blij.
De eerste helft van de ochtend in Innisfail besteden we opnieuw aan de kasuaris. Althans voor zover het weer het toelaat. Vandaag regent het bijna voortdurend, lichte regen afgewisseld met zware stortregens. We speuren urenlang wandelend en rijdend, maar opnieuw geen enkel teken van leven van de grote vogel. Het enige wat we zien, zijn ongelofelijk veel bordjes die waarschuwen voor overstekende kasuarissen en informatieborden die vertellen hoe gevaarlijk kasuaris is en wat je wel en niet moet doen. De campingbeheerder vertelt dat ze al vier dagen niet gezien zijn. Ze houden niet van regen. Er zijn twee paartjes, het ene paar heeft eieren of kleine kuikens, het andere iets grotere. Paar is eigenlijk niet het juiste woord, want pa zorgt in zijn eentje voor de opvoeding. Waarschijnlijk gaat hij in de regen niet het nest af, omdat de kleine kuikens dan nat worden en teveel afkoelen. Dat geeft hem een goed excuus om ons te ontlopen.
Atherton Tablelands
We geven de kasuaris op en gaan richting Atherton Tablelands waar we logeren in Yungaburra. Onderweg maken we nog een mooie stop bij een park. In het park zijn gelukkig overdekte picknickbanken, zodat we de ergste buien schuilend onder een overkapping kunnen doorstaan. Door alle regen zijn we bijtijds in Yungaburra.
Atherton Tablelands is een vruchtbaar plateau met een rijke bodem en er is dan ook veel landbouw. We zien onder meer heel veel suikerriet en banaan, maar ze verbouwen ook maïs, avocado’s, aardbeien en macadamianoten. De Barren rivier voedt het gebied met water en wordt ook gebruikt voor irrigatie van de landbouwgrond. Het plateau,is zo’n 100 miljoen jaar geleden ontstaan en vormt nu een scherpe afscheiding met de oostelijke lagere kust. Tussen 4 miljoen en 10.000 jaar geleden was het gebied vulkanisch actief en de oudste vulkanen vormen nu glooiende heuvels in het landschap waardoor het een beetje aan Zuid-Limburg doet denken. Daarnaast zijn er kratermeren ontstaan. Door het met hoge kracht uitspuwen en ver weg werpen van grote brokken steen zijn bijzondere formaties zoals de ‘Seven Sisters’ (andere dan in de beroemde boekenserie) bij Yungaburra gevormd. In Atherton Tablelands vind je nog verschillende overblijfselen van het regenwoud dat vroeger het hele gebied bedekte en het staat geclassificeerd als een belangrijk vogelgebied. Jullie begrijpen dus waarom we hier zijn en drie nachten blijven.
Na aankomst gaan we weer snel op pad, de regen trotserend of als het mogelijk is de regen afwachtend onder een afdakje. We zien gelijk al veel nieuwe honingeters waarvan Australië er handenvol heeft en een leuk papegaaitje. Maar topper van de middag is toch wel het vogelbekdier dat zich in de stromende regen uitgebreid laat zien. Zo geweldig om die na zoveel jaar weer in het echt te zien. Als hij weg is, gaan we terug naar de overkapping en komen dan onderweg de gestreepte koeskoes tegen. Hij zit opgekruld in een boom en kijkt ons met mooie ronde oogjes aan. Ondanks de regen is dit een topdag. We speuren nog even naar vogeltjes, maar geven dan op, omdat de buienradar opnieuw heel zware buien aangeeft.
.jpg)
Platypus (vogelbekdier) in Atherton Tablelands
‘s Avonds gaan ze nog op nachtdieren excursie, maar wij vinden dat we al genoeg regen gehad hebben en dat de dag lang genoeg is geweest en slaan over. Iedereen die mee was en weer een beetje opgedroogd was, is tijdens de wandeling weer volledig doorweekt geraakt. Wij lopen met de Belg van Natuurpunt naar het hotel en horen dan een grote uil. We zien hem niet.
Nog steeds regen
Na aankomst in Yungaburra gisteren hebben we het ontbijt al op de kamer gekregen, dus iedereen staat om half zeven startklaar om direct aan de dag te beginnen. Dat lukt niet, want een van de busjes heeft een lekke band, dus de heren chauffeurs storten zich op de reparatie. Daarna zingen we nog met z’n allen voor de jarige die we vandaag in de groep hebben. Net als de voorgaande drie dagen regent het vandaag weer, de lucht ziet er grauw en grijs uit en belooft weinig goeds en ook de weersverwachting komt met niets dan regen. We passen daarom het programma zo aan dat we vooral plekken bezoeken waar we vanuit overkappingen of schuilhutten kunnen kijken.
Op de eerste plek, Hypipamee Park, kijken we vanaf de overdekte picknickplaats naar vogeltjes. Maar bij de echte zware stortregens vinden zelfs de vogels het te bar. Als het wat droger lijkt, gaan we op pad het bos in, op zoek naar een prieelvogel. We vinden zijn prieeltje terwijl het inmiddels weer keihard regent. Druipend staan we te wachten tot prieelvogel komt om aan zijn prieeltje te werken, maar kennelijk heeft hij vanwege het weer een klus binnenshuis aangenomen. Als we doorweekt zijn, taaien we af en rijden we naar de volgende plek: een heerlijke ruime en degelijke schuilhut waar we comfortabel droog staan. We kijken uit over een meer waar van alles in rondzwemt. Vanwege de regen houden we koffiepauze en al de tijd dat we op het terras zitten, schijnt de zon.

Stortbui in Yungaburra
Als we daarna weer op pad gaan, houdt ook de koffiepauze van de regen op en gaan weer de jasjes aan. Bij Lake Barrine is een mooi regenwoud met een fraai wandelpad en bijzondere vogels, waaronder een uiterst kleurige duif, een prieelvogel en een paradijsvogel en uiteraard willen we die allemaal vinden. Als we beginnen is de regen acceptabel, maar eenmaal goed op pad, gaat de schuif boven helemaal open en lopen we door een erg groots opgezette douche. Waarom is onduidelijk, maar we stoppen met lopen en blijven stilstaan onder de douche. Dat helpt niet, want niemand zet de douche boven uit, dus je kunt maar beter zo snel mogelijk doorlopen naar een drogere plek. Dat doen we ook na enig aandringen tot… De gidsen aangeven dat we omkeren om terug te lopen. Je moet niet altijd alles willen begrijpen.
Prieelvogel en paradijsvogel, plus bloedzuigers
Nadat we de bui gehad hebben en onder een afdak een beetje uitgedrupt zijn, gaan we opnieuw op pad en zien we eerst de prieelvogel (zonder prieel dat maakt hij niet) en daarna de kleurige duif. Als laatste zit hoog boven op een afgebroken boomstam de paradijsvogel. Hij is vooral zwart met wat iriserende kleuren op zijn lijf en een staart die soms wit, soms blauw en soms groen oplicht. Paradijsvogel hipt wat heen en weer op zijn hoge plek, rommelt een poosje met zijn veren en laat dan zien dat hij echt paradijsvogel is. Vanuit het niets floept hij een verenkraag tevoorschijn die hij als een balletdanseres in een volmaakte boog hoog over zijn hoofd spreidt, waarbij beide kanten van de kraag elkaar raken. Hij spert zijn van binnen gele bek open en laat een felgekleurde blauwe driehoek op zijn borst opflikkeren. Dat is pas een paradijsvogel! Zou ik een vrouwtje Victoria’s geweervogel – zo heet hij – zijn, zou ik na deze vertoning als een blok voor deze man gevallen zijn.
.jpg)
Victoria riflebird (paradijsvogel) bij Lake Barrine
Als laatste gaan we naar de Curtain Fig tree. We hebben al vaker in het oerwoud de wurgvijg gezien. Als een zaadje van de wurgvijg (een Ficus soort) op een boom valt en daar ontkiemt, laat hij luchtwortels naar de grond zakken en zo komt hij aan voedingstoffen om groter te worden. Hij groeit met steeds dikkere takken om de boom die hij als steun heeft en dat leidt ertoe dat de oorspronkelijke boom doodgaat en de vijg overblijft. Hier is de oorspronkelijke boom omgevallen tegen een andere boom, waardoor er vanuit de schuine boom een waar gordijn aan luchtwortels is gegroeid, een fraai gezicht.
Dankzij de regen hebben we veel ongewenste dieren gezien. Na de eerste wandeling naar het prieeltje van de afwezige prieelvogel, heeft bijna iedereen wel ergens bloedzuigers. Heel de dag blijven ze ons lastig vallen en als we thuis de broeken controleren, valt er een behoorlijk dikke uit Riks broek. Ik heb er vandaag vier van mijn lijf geplukt., voor Rik is dit de eerste. De verjaardag wordt tijdens het eten gevierd: de jarige krijgt als toetje een taart met een kaarsje. Hij deelt hem netjes in zestien stukjes (makkelijker dan veertien).
Ook de tweede ochtend in Yungaburra ontbijten we op de kamer. Vandaag hebben we noch een lekke band, noch een jarige, dus we kunnen direct vertrekken. De bedoeling is dat we weer naar het Hypipamee Park gaan om de prieelvogel met het prieeltje te zoeken die gisteren in de stortregen niet thuis gaf. Dat lukt niet. Over de weg er naartoe ligt een grote boom. We kijken of we rechts door de berm erlangs kunnen, maar het risico op krassen op de huurbus of vastlopen in de blubber in de berm is te groot. We draaien om en Michael gaat een andere route zoeken. Het weer lijkt vandaag wat beter dan gisteren. Het regent mild en we hebben maar twee keer een hardere bui.
Bij het Gadgarra park rent Michael vooruit. Hij heeft iets groots gezien, mogelijk de kasuaris waar we al dagen naar op zoek zijn. Met twee warmtekijkers wordt er gespot en ja, er is sprake van een kasuaris. Jammer genoeg besluit kasuaris diep verborgen in het bos te blijven, zodat vrijwel niemand iets ziet. De Belg van Natuurpunt ziet zijn kop, een ander een snavel en de rest van de groep helemaal niets. Jammer, maar nu hij gezien is, telt hij voor de lijst en daar gaat het maar om. Bij ons telt hij niet, maar gelukkig hebben we nog meer kansen op de kasuaris, dus wij blijven hopen. Bij vertrek hebben we alsnog indirect last van de regen. Het busje zit vast in de modder van de wegberm en er zijn stevige mannen nodig om hem weer op het rechte pad te krijgen. Ook de tweede bus heeft een duwtje nodig voor hij weer zelf wil rijden.
Bij Hypipamee gaan we eerst naar het kratermeer dat diep onder ons ligt (58 meter) en zelf ook erg diep (73 meter) is. Daarna gaan we opnieuw op bezoek bij de prieelvogel. Deze keer is het droog en kunnen we het prieel beter zien. Aan een kant heeft prieelvogel een hoge muur gebouwd, aan de andere kant een lager muurtje. Beide muren zijn verbonden via een achterwand en ertussen ligt een heerlijk tapijtje van grijsgroen korstmos. We hoeven niet lang te wachten en daar komt de prachtige geel-zwarte prieelvogel al aan. Hij blijft even en is dan weer weg. Vriendin van reisleider legt twee gele blaadjes op het korstmostapijt. Prieelvogel houdt graag zijn tapijtje brandschoon en komt na een kwartiertje aan en verwijdert onmiddellijk een van de twee gele bladeren en is dan weer weg. We laten hem verder met rust, we hebben hem prachtig gezien.
Later op de dag zien we nog mooie kraanvogels en bezoeken we opnieuw de schitterende Victoria‘s geweervogel. We lopen urenlang door het bos bij de geweervogel bij het Barrine meer op zoek naar kleine bruine vogeltjes die diep verstopt zitten in het dichte groene regenwoud. Mochten we al weinig kans hebben om die te zien, met een groep van veertien inclusief de reisleiders wordt dat niet makkelijker Zeker niet als er al te fanatieke groepsgenoten altijd vooraan willen staan om de mooiste foto’s te maken. Wij vermaken ons met alles wat we wel zien en genieten met wat andere groepsgenoten ook van kevertjes, paddestoelen, bloemetjes en vlinders.
Flits van chowchilla
Na drie nachten in Atherton Tablelands gaan we verder noordelijk naar Mossman. We zouden vandaag beginnen met een ontbijt na vertrek om half zeven, maar de plannen zijn gewijzigd. We gaan eerst naar Barrine Lake om voor de vierde keer het pad te lopen waar een bijzonder vogeltje gevonden moet worden. Het gaat om de zwartkopstronkloper (chowchilla), een chocoladebruine, over de grond scharrelende vogel die zich niet graag laat zien. Het grote verschil tussen echte vogelaars en ons is, dat wij genieten van wat we zien en niet missen wat we niet zien, terwijl vogelaars vooral genieten van zoeken naar wat onvindbaar is. Gisteren hebben we bij de Nederlandse reisleider aangegeven dat een groep van twaalf eigenlijk te groot is om in dicht bos vogels te kijken. We hebben gesuggereerd de groep te splitsen aangezien we toch twee begeleiders hebben. Laat de Nederlandse reisleider nou vandaag beginnen met een nieuw idee om moeilijke stronkloper te vinden: we splitsen de groep op. Een heel goed idee. Zwartkopstronkloper heeft nu genoeg genoten van zijn verstopspelletje en vandaag laat hij zich na een uur spotten. Verstopt achter donkere takken en blaadjes scharrelt hij bijna onzichtbaar door het bos. Nu mogen we ontbijten.
Gelukkig werkt het weer inmiddels weer beter mee. ‘s Morgens is het droog en in de loop van de dag, wordt het zelfs warm en moeten de zonnebrand en de zonnepetjes weer op. We zijn wel blij dat we na vijf dagen weer even geen regen hebben.
Rotskangoeroes
Onderweg maken we weer een aantal stops. Een van de stops is bij een camping waar we een duif moeten zoeken die er volgens Michael altijd zit. Vandaag is hij kennelijk op vakantie, want alhoewel Michael er normaal minimaal tien ziet, is er geen een te bekennen. Wat we wel zien zijn geweldig leuke rotskangoeroes. Het zijn Mareeba rock wallaby’s, een soort die behoort tot een groep van zeven sterk op elkaar lijkende rotskangoeroes. Ze zijn volstrekt niet schuw. Ze komen zelfs op je af om te kijken of je wat te eten hebt. Wilde dieren voeren doen we niet, maar hier kan je zakjes kangoeroevoer kopen – doet onze groep niet, maar anderen wel – en dat vinden de rotskangoeroes best een goed idee. Er zijn er twee met jongen, een van de twee drinkt melk bij moeders, de ander ligt lekker languit. Allebei zijn ze al veel te groot om nog in de buidel te passen en bij een van de vrouwtjes zien we een klein pootje uit de buidel steken van het volgende jong dat nog te klein is om de buitenwereld te verkennen.

Rotskangoeroes
Na de rotskangoeroes gaan we voor een take away lunch. Die halen we bij een drive-through bakkerij. Heeft in Nederland alleen McDonald’s dat, hier kan je met de auto bij de bakker bestellen. We hebben ook al een drive-through drankwinkel gezien. Niet verstandig om bij die laatste meteen de boodschappen te consumeren. ‘s Middags bezoeken we nog een open gebied met wat boompjes en wat vochtig grasland. Daar vinden we prachtig gekleurde fairywrens, in het Nederlands elfjes geheten. Stel je ze voor als een soort winterkoninkje met een langere opstaande staart en een klein lijfje. Bij de eerste zijn de bruine kleuren vervangen door zwart met helderrood op de rug, bij de tweede is het kopje lichtblauw, terwijl de rug een kastanjebruine vlek heeft. Ze zijn super mooi.
Gisteren is het eindelijk gelukt om de eerste rondzendbrief klaar te zetten voor verzending. Er is wifi volgens de informatie op de kamer, dus ik ga snel aan de slag. De wifi weigert de invoer van het wachtwoord en wat we ook doen we komen niet verder. Bij de receptie beweert de man dat het aan ‘de machine‘ ligt. Onzin, op de telefoon werkt het ook niet. Hij haalt zijn eigen telefoon en laat zien dat hij wel internet heeft. Geloof ik best, maar daar heb ik niets aan. We besluiten het in het restaurant te proberen, maar dat is een grote hal vol herrie, waar je lotto kan spelen en kan wedden op paarden- en hondenraces. De omroeper houdt met luide stem van alles de resultaten bij. Dat gaat hem ook niet worden. Een groepsgenoot heeft wel de wifi aan de praat gekregen. Boven de inlogknop zit een onzichtbaar vakje waar je met onzichtbare letters het wachtwoord in kan toetsen. Dus toch nog gelukt om de eerste brief vanuit Innisfail uit te sturen.
Daintree
Vanwege de boottocht over de Daintree rivier moeten we na een nachtje Innisfail al om kwart voor zes met de bagage bij de bus staan. De boottocht is fantastisch. Het landschap is al mooi genoeg, maar met een zwarthalsooievaar in prachtig licht, een grote en bijzondere reiger en een kikkerbek – soort nachtzwaluw, maar dan heel groot – wordt de tocht nog mooier. Was de vorige boottocht een groots opgezet geheel met meerdere grote boten, hier zijn we de enigen en zitten we gesplitst over twee kleinere boten. We wanen ons midden in het oerwoud, tot we een auto bij een stoplicht zien staan wachten. De weg loopt langs de rivier en als er wegwerkzaamheden zijn, wordt een weghelft afgesloten en moet het verkeer beurtelings over de overblijvende weghelft. Vandaar het stoplicht.

Zwarte ooievaar bij Daintree River
We rijden naar de ferry die ons naar het Daintree park brengt. Het Daintree Rainforest of kortweg Daintree is een gebied ruim 100 km ten noorden van Cairns en loopt van de kust tot aan de bergen in het binnenland. Met ongeveer 1.200 km2 is Daintree een van de grootste aaneengesloten tropische regenwouden van Australië. Het gebied vormt een van de oudste regenwouden ter wereld Met zijn ouderdom van ongeveer 180 miljoen jaar is het bijna 10 miljoen jaar ouder dan het Amazone regenwoud in Zuid-Amerika en het heeft zowel de dinosauriërs, de ijstijden en de vroege mens zien komen en gaan. Het gebied is een zeldzaam overblijfsel van wat eens een bos was dat geheel Australië bedekte, maar dat door miljoenen jaren van klimaatverandering en schuivende continenten beperkt werd tot dit deel van de oostkust. Naast het Daintree Nationale Park en enkele staatsbossen zijn er ook privé gebieden. Om het gebied te beschermen poogt de regering deze privé landen op te kopen. In Daintree komen 3.000 verschillende planten voor uit meer dan 200 verschillende families. 30% van alle kikkers, reptielen en buideldieren, veel vogels en maar liefst 12.000 soorten insecten. Aan de kust eindigt het regenwoud abrupt op witte stranden.
De rest van de dag brengen we dan ook in Daintree wandelend en kijkend door. Het is er prachtig en omdat het park zo beroemd is, zijn er in het bos keurige vlonderpaden zodat je rond kan lopen zonder dat je voortdurend op boomstronken of modder hoeft te letten. Het bos vlak aan zee is mangrove-achtig en tussen de mangrovewortels kruipt en zwemt van alles rond. Het regenwoud is spectaculair met zijn hoge bomen en enorme variëteit. Overal groeit van alles op en aan. Vanwege de voedselarme zandgrond waar voedingsstoffen gemakkelijk uitspoelen, zie je de meest listige planten. Planten die klein aan de grond beginnen en als er ergens een boom omvalt en er licht en ruimte is, zich aan de eerste de beste nieuwe boom vasthechten om zo bij het licht te komen. Luchtwortels om toch nog vanaf een hoge gastboom eten uit de grond te kunnen halen en lianen die over de grond kruipen tot ze bij een waaierpalm komen die zijn voedsel haalt uit het rottend plantenmateriaal dat in zijn waaier valt en waarvan de liaan dan een hapje mee-eet.

Peppermint stick insect
Het doel van vandaag is een vogel die ook ik niet over het hoofd kan zien: opnieuw de kasuaris. Overal waar we zoeken is kasuaris gisteren, vanmorgen of twee dagen geleden geweest. Vandaag laat hij zich nergens zien. Daarnaast zoeken we naar een rifgriel die we ook niet vinden. De spanning om kasuaris te vinden neemt binnen de groep toe. Wij geloven er niet in dat we die gaan zien, maar ook zonder kasuaris vinden wij het hier fantastisch mooi.
Na het eten gaan we nog op het terrein van de lodge een avondwandeling maken om kikkertjes, spinnen, insecten en ander grut te vinden. We zien leuke dingen, maar het hoogtepunt is toch wel de python die we als we weer terug zijn bij het restaurant half verscholen in een bloempot vinden. Hij is nog jong, wel al zo’n anderhalve meter lang, maar nog niet echt dik. Eenmaal terug op de kamer vinden we nog een ongenode gast. Een dikke spin van zeker 8 cm. Hij zit op het plafond boven de tafel en geen idee wat hij vannacht uit gaan halen. Rik gaat naar de receptie om versterking te halen, ik houd de wacht. Rik brengt iemand mee van het hotel die gewapend is met een kartonnen doos. Boven op tafel staand probeert hij de spin in de doos te vangen. Die vindt het veel te gezellig bij ons en kruipt in een hoekje. Met een stuk karton van de doos ‘helpt’ hotelman de spin nu in de doos. Ik zie hem stil zitten en vraag of hij het goed maakt. Het antwoord van de man: ‘Nou ja, hij woont hier, maar zat aan de verkeerde kant van de muur. Dan gebeurt er hetzelfde met je als met mensen die te lang in de Daintree rivier blijven staan’. In de Daintree rivier zitten levensgevaarlijke krokodillen. Gelukkig heeft Rik gezien dat de spin door de doos liep.
We hebben steeds erg volle dagen en vaak maar een half uurtje of nog minder tussen aankomst en diner en aangezien het avondeten met daarna de vogellijst ook meestal pas om half tien klaar is, blijft er met de vroege vertrektijden nooit tijd over. Met een aantal mensen hebben we het erover dat het prettig zou zijn om een keertje even iets meer tijd te hebben. Bij de briefing – aankondiging van programma van de volgende dag – kaart ik dan aan. Gek genoeg vindt iedereen nu dat we de tijd die we hebben goed moeten besteden, ook de mensen die het er net over hadden. We zitten hier op een mooie bosrijke lodge met genoeg paadjes en genoeg mogelijkheden om klein grut en bloemetjes te zien. We spreken af dat Rik en ik morgen in de loop van de middag hier gedumpt worden. Kunnen wij bijschrijven en insecten zoeken, terwijl de rest kleine, bruine vogeltjes in moeilijke en te hoge dicht bebladerde bomen gaat zoeken.
Eindelijk de helmkasuaris
In Daintree blijven we twee dagen en voor het ontbijt gaan we alweer op zoek naar mooie dingen en bij een vogelreis zijn dat vogels. Het is vandaag ander weer dan gisteren. We lopen een stuk over het strand op zoek naar de rifgriel die vandaag geen zin heeft om vroeg naar het strand te gaan. Hadden we gisteren bewolkt weer en af en toe regen, vandaag is het zonnig en heet, zeker op het strand in de volle zon. Als het tijd wordt om terug te rijden voor het ontbijt, gebeurt wat we nooit meer verwacht hadden: een grote helmkasuaris staat in de berm en ernaast loopt een klein gestreept helmkasuariskuiken. Hij steekt – zonder uit te kijken – op zijn gemak de weg over, terwijl van de andere kant een auto aan komt rijden. Uiteraard stopt die op tijd, maar vader kasuaris en jong lopen toch snel de bosjes in waar we ze best nog een tijdje kunnen volgen. Beter hadden we ze niet kunnen zien. Net als bij veel grote loopvogels zorgt vader voor de – meestal een tot drie – jongen. Kleine kasuaris met het formaat van een kip blijft dicht bij zijn grote sterke vader. Hij is goed beschermd. Aan het ontbijt zit een groep uitermate tevreden vogelaars.

Kasuaris met jong in Daintree
Bij de wandelingen die we daarna doen, merk je dat druk weg is nu iedereen de kasuaris zo goed heeft kunnen zien. Er wordt nog wel gezocht naar andere vogels, maar minder fanatiek. Tijdens de lunch kondigt de Nederlandse reisleider zelfs aan dat we na de lunch naar huis gaan, dan een paar uur pauze (!) hebben en rond vier uur weer op pad gaan. Het lijkt hem goed vanwege de drukke en volle dagen en de geplande avondwandeling. Had ik daar nou gisteren niet iets over gezegd? Nu we de kasuaris gezien hebben, moet er een groepsfoto – uiteraard zonder mij – gemaakt worden bij een waarschuwingsbord voor overstekende kasuarissen. Terwijl iedereen zich opstelt en ik met de telefoon van de reisleider klaarsta om de foto te maken, komt Michael terug rennen. Hij had even op het strand gekeken of de rifgriel er was. Laat die nou over het strand lopen. Iedereen vergeet de groepsfoto en holt naar het strand waar heel ver weg een prachtig getekende fors gebouwde griel loopt. Hij heeft alle tijd van de wereld en is op het verder volstrekt lege strand ook voor mij gemakkelijk te spotten. Met mijn mooie kijker, kan ik hem zo ontzettend mooi zien.
Na de griel maak ik alsnog de groepsfoto waarbij iedereen met een blij gezicht naar de kasuaris op het bord wijst. Weinig kans dat die in ons fotoboek komt. Ook bij een ander bord wordt uitgebreid gefotografeerd. Nu niet van de groep, maar van drie kwart van de groepsleden per paar of per individu. Het zal jullie niet verbazen dat wij deze activiteit overslaan.
De rest van de middag blijven we op het terrein. Het grootste deel van de groep gaat aan het eind van de middag nog even op pad, wij kijken rond op het terrein en ik benut de tijd om de achterstand in schrijfwerk in te lopen. Na het eten gaan we in het donker nog dieren zoeken en we hebben geluk. Eerst zien we een dingo in de berm die zich goed laat bekijken voor hij wegloopt. Een grote nachtvlinder kiest Riks mouw uit om te zitten, dus ook die valt wel op. Als laatste zien we een schattig muisachtig diertje met kleine ronde oortjes. Hij denkt dat hij goed verstopt is en dat niemand hem kan zien, zolang hij stil blijft zitten. Het muisachtige diertje blijkt inderdaad een knaagdiertje te zijn, dat luistert naar de Engelse naam fawn-footed melomys.In het Nederlands heet het geslacht ook Melomys, dus dat helpt niet echt.
Via Cairns naar Brisbane
De laatste dag in Daintree hebben we het uitermate luxe: we mogen zomaar uitslapen. We hebben alles gezien wat we ‘moesten’ zien, dus we gaan niet op vroege excursie, maar gewoon om half acht ontbijten. Na het ontbijt vertrekken we richting Cairns voor een middagvlucht naar Brisbane. Omdat we ruim in de tijd zitten, rijden we een stukje om. We gaan nog een keer proberen om de duif die we op de heenweg naar Daintree gemist hebben, alsnog te spotten. Deze keer werkt de duif (bonte kwartelduif) veel beter mee. Hij zit duidelijk zichtbaar voor een metalen hek op de grond, goed zichtbaar en makkelijk te vinden. Ook een rosella (soort papegaai) laat zich nog bewonderen. Hij heeft een lichtgeel hoofd en is voor de rest grotendeels lichtblauw. Om toch genoeg verschillende kleuren te hebben, is de onderkant van zijn buik bij de staart dieprood. Hij klautert door de boom, bijt blaadjes van de boom, maar vindt kennelijk alleen iets bij de steeltjes lekker, want na korte tijd laat hij de blaadjes alweer vallen.
In Kuranda stoppen we even voor de – meegenomen – lunch. Daar zitten we opeens in de hotspot van de toeristen. Het wemelt van de toeristen en de bijbehorende souvenirwinkels. Je kan met een toeristentreintje de berg op. Nu we Cairns naderen, is het tijd om fototoestellen en kijker in de overvolle dagrugzakjes te proppen, om de handen vrij te hebben voor de vlucht naar Brisbane. In Cairns zeggen we Michael vaarwel en in Brisbane is Martin die we in het noorden als gids hadden, weer onze gids. Fijn om hem terug te zien. Er worden weer nieuwe busjes geregeld en dan storten we ons in het drukke stadsverkeer op weg naar ons hotel waar we rond zeven uur aankomen. Onze avonturen rond Brisbane komen in de volgende brief. Deze brief rond ik nu af.